Let op. Deze wet is vervallen op 4 mei 2007. U leest nu de tekst die gold op 3 mei 2007.

Aanpassingsregeling pensioenen 1993

Uitgebreide informatie
Besluit van 5 september 1994, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel A8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en in daarmee overeenkomende bepalingen in andere pensioenwetten
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 8 juli 1994, nr. AB94/410, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen, gedaan mede namens Onze Minister van Defensie;
Gelet op de artikelen A8 van de Algemene burgerlijke pensioenwet en de Spoorwegpensioenwet; de artikelen 105 en 157 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers; artikel L1 van de Algemene militaire pensioenwet en daarmee overeenkomende bepalingen van de vroegere militaire pensioenwetten; artikel 8 van de Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps alsmede artikel 30 g van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956;
De Raad van State gehoord (advies van 1 augustus 1994, no. WO4.940432);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken van 30 augustus 1994, nr. AB94/1278, directoraat-generaal Management en Personeelsbeleid, directie Arbeidszaken Overheid, afdeling Uitkeringen en Pensioenen, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Defensie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend krachtens de Algemene burgerlijke pensioenwet dan wel een pensioen of uitkering als bedoeld in artikel T3 van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de verhogingen krachtens de artikelen 66, 102 en 148 van de pensioenwet 1922, zoals die wet luidde op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F7 c , F9 a , H3 a , H7 a , H9 a en H9 b van de Algemene burgerlijke pensioenwet;
b. middelsom: de middelsom van berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel F6 van de Algemene burgerlijke pensioenwet, of wat daarmee overeenkomt, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt onder middelsom verstaan de middelsom waarnaar dat andere pensioen is berekend;
c. pensioengrondslag: de pensioengrondslag, bedoeld in artikel F7 a , tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet; indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt onder pensioengrondslag verstaan de pensioengrondslag waarnaar dat andere pensioen is berekend;
d. aangepaste middelsom: de middelsom zoals die laatstelijk is aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1992 .
1.
De aangepaste middelsommen van de pensioenen die zijn toegekend met ingang van een datum voor 1 april 1993 worden met ingang van 1 april 1993 nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,018.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de middelsommen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, eerste en tweede volzin, nadat vermenigvuldiging met de daar vermelde factoren heeft plaatsgevonden en voor zover de ingangsdatum van de desbetreffende pensioenen ligt tussen respectievelijk 1 januari 1993 en 1 april 1993.
3.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 1 april 1993 aangepast in evenredigheid aan de wijzigingen van de aangepaste middelsommen dan wel van de daarvan afgeleide pensioengrondslagen.
1.
De aangepaste middelsommen van de pensioenen toegekend op of na 1 april 1993 worden, indien die middelsommen worden gevormd door berekeningsgrondslagen voor jaren voorafgaand aan 1992 nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,018.
2.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de nader aangepaste middelsom, met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 5.
1.
De middelsommen van de pensioenen toegekend met ingang van een datum na 1 januari 1993 worden, indien die middelsommen worden gevormd door berekeningsgrondslagen voor de jaren 1991 en 1992 vermenigvuldigd met de factor volgens de bij dit besluit behorende bijlage P en vervolgens met de factor 1,01. Indien de middelsom wordt gevormd door de berekeningsgrondslag voor het jaar 1992 wordt die middelsom vermenigvuldigd met de factor volgens de bij dit besluit behorende bijlage R en vervolgens met de factor 1,01. Indien de ingangsdatum ligt op of na 1 april 1993 dient vervolgens vermenigvuldigd te worden met de factor 1,018.
2.
Een pensioen of gedeelte van een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de overeenkomstig dat lid vastgestelde middelsom. Indien de ingangsdatum van dat pensioen ligt op of na 1 april 1993 geschiedt de berekening met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 5.
1.
Met ingang van 1 april 1993 luiden de in de ondergenoemde artikelen van de Algemene burgerlijke pensioenwet genoemde bedragen:
2.
Het bedrag in artikel J1 a , eerste en tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals dat artikel luidde op 31 december 1985, luidt met ingang van 1 april 1993: f. 160 234,00.
1.
In dit hoofdstuk wordt onder pensioen verstaan: een pensioen dat is toegekend krachtens de Spoorwegpensioenwet, zoals die wet luidde op 31 december 1993, dan wel een pensioen of uitkering, bedoeld in artikel T3 van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de verhogingen krachtens de artikelen 32, 51 en 99 van de Pensioenwet voor de Spoorwegambtenaren 1925, zoals die wet luidde op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F6 c , F7 a , H3 a , H7 a , H9 a en H9 b van de Spoorwegpensioenwet.
2.
Artikel 1, onderdelen b tot en met d , is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 7
De aanpassing van de middelsommen en van de pensioenen geschiedt overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 4, met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 8.
1.
Met ingang van 1 april 1993 luiden de in de ondergenoemde artikelen van de Spoorwegpensioenwet genoemde bedragen:
2.
Het bedrag in artikel J1 a , eerste en tweede lid, van de Algemene burgerlijke pensioenwet, zoals dat artikel luidde op 31 december 1985, luidt met ingang van 1 april 1993:
f. 160 234,00.
Artikel 9
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend krachtens de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers dan wel een pensioen of uitkering als bedoeld in artikel 37 en 82 van die wet, benevens een pensioen dat is toegekend krachtens een provinciale of gemeentelijke verordening als bedoeld in de vijfde afdeling van die wet;
b. berekeningsgrondslag: het bedrag waarnaar een pensioen wordt berekend, doch indien een pensioen wordt afgeleid van een ander pensioen, wordt onder berekeningsgrondslag verstaan het bedrag waarnaar dat andere pensioen wordt berekend;
c. aangepaste berekeningsgrondslag: de berekeningsgrondslag zoals die laatstelijk is aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1992 .
1.
De aangepaste berekeningsgrondslagen van de pensioenen die zijn toegekend met ingang van een datum voor 1 april 1993 worden met ingang van 1 april 1993 vermenigvuldigd met de factor 1,018.
2.
Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van 1 april 1993 aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de aangepaste berekeningsgrondslag, behoudens artikel 12, derde lid.
1.
De aangepaste berekeningsgrondslagen van de pensioenen die zijn of worden toegekend op of na 1 april 1993 worden, indien die berekeningsgrondslagen betrekking hebben op tijd voor 1 april 1993, nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,018.
2.
Een pensioen als bedoeld in het eerste lid wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen berekend naar de nader aangepaste berekeningsgrondslag, met inachtneming van de bedragen, genoemd in artikel 12.
1.
Met ingang van 1 april 1993 luiden de bedragen in de artikelen 93 en 94 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, zoals die artikelen luidden op 31 december 1985, als volgt:
2.
Met ingang van 1 april 1993 luidt het in artikel 156, tweede lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers genoemde bedrag: f. 28 072,00.
3.
Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 38 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers bedraagt met ingang van 1 april 1993 dan wel de latere datum van ingang, van het pensioen ten hoogste f. 47 050,00.
4.
Een pensioen dat is toegekend met toepassing van artikel 83 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers bedraagt met ingang van 1 april 1993 dan wel de latere datum van ingang van het pensioen f. 2 110,00 per lidmaatschapsjaar en ten hoogste f. 38 365,00.
Artikel 13
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen dat is toegekend dat wel mede toegekend krachtens de Wet van 25 mei 1962, houdende instelling van een Bijstandkorps van burgerlijke rijksambtenaren dat bestemd is voor dienst in Nederlands-Nieuw-Guinea ( Stb. 196);
b. pensioenuitkering: een pensioen vermeerderd met de aanpassingstoeslag, bedoeld in artikel 21, vierde lid, van de Aanpassingsregeling pensioenen 1976 en met de bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 31 van die regeling, zoals laatstelijk vastgesteld overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1992 .
Artikel 14
Met ingang van 1 april 1993 worden de aanpassingstoeslagen en bijzondere uitkeringen, bedoeld in artikel 13, onderdeel b , op de voor of op die datum ingegane pensioenen nader aangepast zodanig, dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met 1,8 procent.
Artikel 15
De aanpassingstoeslag en de bijzondere uitkering, bedoeld in artikel 13, onderdeel b , op een pensioen dat is of wordt toegekend op of na 1 april 1993 worden met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 14.
Artikel 16
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen, weduwenpensioen, wezenonderstand of uitkering als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c of d , van de Toeslagwet Indonesische pensioenen 1956 dan wel een krachtens het tweede lid van dat artikel daarmee gelijkgestelde uitkering;
b. aanpassingstoeslag: de aanpassingstoeslag, zoals geregeld in de in onderdeel a genoemde wet;
c. pensioenuitkering: een pensioen vermeerderd met de bij of krachtens de in onderdeel a genoemde wet verleende toeslagen, uitgezonderd de aanvulling op de invaliditeitstoeslag, bedoeld in artikel 3 a van die wet, zoals laatstelijk vastgesteld overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1992 .
Artikel 17
Met ingang van 1 april 1993 worden de aanpassingstoeslagen op de voor of op die datum ingegane pensioenen zodanig nader aangepast, dat de pensioenuitkeringen worden verhoogd met 1,8 procent.
Artikel 18
De aanpassingstoeslag op een pensioen toegekend op of na 1 april 1993 wordt met ingang van de ingangsdatum van dat pensioen vastgesteld overeenkomstig artikel 17.
Artikel 19
In de hoofdstuk wordt verstaan onder:
a. pensioen: een pensioen of uitkering toegekend krachtens of op de voet van de Algemene militaire pensioenwet of een vroegere militaire pensioenwet in de zin van die wet, met inbegrip van de wettelijke verhogingen en aanvullingen, uitgezonderd de pensioenverhogingen krachtens de artikelen 22 van de Pensioenwet voor de zeemacht 1922 en van de Pensioenwet voor de landmacht 1922 dan wel krachtens de artikelen 25 en 28 van de Militaire weduwenwet 1922, zoals die wetten luidden op 31 december 1956, en uitgezonderd de toeslagen krachtens de artikelen F7 a , F11 a , H1, elfde en veertiende lid, en H4, vijfde en zevende lid, van de Algemene militaire pensioenwet;
b. grondslagperiode: het inkomenstijdvak dat voor de vaststelling van de in onderdeel c omschreven berekeningsgrondslag in aanmerking is genomen;
c. berekeningsgrondslag:
1°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode eindigt voor 1 april 1993: de berekeningsgrondslag van die pensioenen, zoals laatstelijk aangepast overeenkomstig de Aanpassingsregeling pensioenen 1992 ;
2°. voor pensioenen waarvan de grondslagperiode aanvangt voor 1 april 1993 en eindigt na 31 maart 1993: de pensioen- of berekeningsgrondslag in de zin van de Algemene militaire pensioenwet, doch indien een pensioen is afgeleid van een ander pensioen, wordt ten aanzien van dat pensioen onder pensioen- of berekeningsgrondslag verstaan de pensioen- of berekeningsgrondslag van dat andere pensioen;
3°. voor pensioenen die geheel of gedeeltelijk zijn of worden berekenend met toepassing van artikel F10 b van de Algemene militaire pensioenwet: de bedragen die ingevolge dat artikel zijn afgeleid van pensioengrondslagen, bedoeld onder 1° of 2°.
1.
De berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel 19, onderdeel c , onder 1° of 3° juncto 1°, worden met ingang van 1 april 1993 of zoveel later als het pensioen is ingegaan nader aangepast door vermenigvuldiging met de factor 1,018.
2.
De berekeningsgrondslagen, bedoeld in artikel 19, onderdeel c , onder 2° of 3° juncto 2°, worden aangepast met gebruikmaking van de factor 1,018 met dien verstande dat die factor wordt vermenigvuldigd met een breuk, waarvan de noemer 360 bedraagt en de teller gelijk is aan dat in dagen uitgedrukt deel van de grondslagperiode waarin de aanpassing van de bezoldiging voor het jaar 1993 niet doorwerkt waarbij volle kalendermaanden worden gesteld op dertig dagen.
Artikel 21
Een pensioen of gedeelte van een pensioen wordt met ingang van 1 april 1993 of zoveel later als het pensioen is ingegaan aangepast in evenredigheid aan de wijziging van de berekeningsgrondslag ingevolge artikel 22.
1.
Met ingang van 1 april 1993 luiden de in de ondergenoemde artikelen van de Algemene militaire pensioenwet genoemde bedragen:
2.
Het bedrag in artikel J1 a , tweede lid, van de Algemene militaire pensioenwet, zoals dat artikel luidde op 31 december 1985, luidt met ingang van 1 april 1993: f. 160 234,00.
Artikel 23
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993.
Artikel 24
Dit besluit wordt aangehaald als: Aanpassingsregeling pensioenen 1993.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 5 september 1994
De Minister van Binnenlandse Zaken,
De Staatssecretaris van Defensie,
Uitgegeven de tweeëntwintigste september 1994
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene burgerlijke pensioenwet
+ Hoofdstuk 2. Spoorwegpensioenwet
+ Hoofdstuk 3. Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
+ Hoofdstuk 4. Nieuw-Guinea pensioenen
+ Hoofdstuk 5. Indonesische pensioenen
+ Hoofdstuk 6. Algemene militaire pensioenwet
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht