Aanwijzing van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 19 juni 2009, nr. Z/F-2929111, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg inzake de overdekking ziekenhuiszorg 2007 en volgende jaren
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg;
Besluit:
1.
Deze aanwijzing is van toepassing op zorg geleverd door instellingen voor medisch specialistische zorg, die tarieven in rekening hebben gebracht of zouden hebben kunnen brengen voor prestaties, omschreven als diagnose behandelingcombinaties, geleverd in het jaar 2007 of in latere jaren en waarop functiegerichte budgettering of bekostiging van toepassing was, verder te noemen ziekenhuizen.
2.
In deze aanwijzing wordt onder ziekenhuis mede begrepen de medisch specialisten die in of ten behoeve van dat ziekenhuis werkzaam zijn.
1.
De Nederlandse Zorgautoriteit, verder te noemen de zorgautoriteit, stelt voor 2007 en daarna voor ieder volgend jaar, mede op basis van door die ziekenhuizen verstrekte gegevens, per ziekenhuis ambtshalve vast, het verschil tussen het budget en de daadwerkelijke opbrengst die is toe te rekenen aan de in dat jaar geleverde productie, verder te noemen het opbrengstverschil.
2.
De zorgautoriteit stelt ambtshalve ter verrekening van het opbrengstverschil per ziekenhuis per jaar een bedrag vast.
3.
De zorgautoriteit schort de toepassing op van de reguliere verrekening van opbrengstverschillen, zoals die verrekening in haar beleidsregels was vorm-gegeven op het moment van inwerkingtreding van de aanwijzing inzake de overdekking ziekenhuiszorg 2005 en 2006, voor zover de verrekening van het bedrag als bedoeld in het tweede lid daadwerkelijk plaats vindt.
1.
De zorgautoriteit stelt voor 2007 en daarna voor ieder volgend jaar, mede op basis van door het Zorginstituut, verder te noemen het CVZ, verstrekte gegevens, per ziekenhuis ambtshalve vast, welk deel van het opbrengstverschil, zoals genoemd in artikel 2, eerste lid, is toe te rekenen aan te onderscheiden individuele, in het desbetreffende jaar werkzame:
a. verzekeraars als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en,
b. andere particuliere verzekeraars, zijnde financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van verzekeraar uitoefenen.
2.
De zorgautoriteit vermeldt de in het vorige lid bedoelde toerekening naar verzekeraars in een brief waarmee zij het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan het desbetreffende ziekenhuis bekend maakt.
3.
De zorgautoriteit vermeldt de in het eerste lid bedoelde toerekening voor de onderscheiden individuele verzekeraar in een brief waarmee zij het bedrag, bedoeld in artikel 2, tweede lid, aan deze bekend maakt.
Artikel 4
Deze aanwijzing treedt terstond in werking en wordt met de toelichting geplaatst in de Staatscourant.
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht