Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2008.

Artikel 2.1.1 Aanwijzing inzake de invordering rijbewijzen

Uitgebreide informatie
2.1.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
De overgifte van een rijbewijs moet worden gevorderd door een van de in artikel 141 en 142 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde personen wanneer deze tegen de houder van dat rijbewijs een proces-verbaal opmaakt ter zake van een met een motorrijtuig gepleegde overtreding van:
a. artikel 8, eerste lid, WVW 1994, terwijl het resultaat van een ademanalyse ontbreekt en een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan 570 ug/l, en/of;
b. artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW 1994, terwijl uit het resultaat van de ademanalyse blijkt dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder hoger is dan 570 ug/l;
c. artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a, WVW1994, terwijl er – en het resultaat van de ademanalyse ontbreekt – een ernstig vermoeden bestaat dat het ademalcoholgehalte van de bestuurder hoger is dan 570 ug/l;
d. artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, WVW 1994, terwijl er – en het resultaat van het bloedonderzoek ontbreekt – een ernstig vermoeden bestaat dat het bloedalcoholgehalte van de bestuurder hoger is dan 1,3 milligram alcohol per milliliter bloed;
e. artikel 8, derde lid, aanhef en onder a, WVW 1994, terwijl uit het resultaat van de ademanalyse blijkt dat het alcoholgehalte van de adem van de beginnende bestuurder van een rijbewijsplichtig motorrijtuig, inclusief de bromfiets hoger is dan 350 ug/l;
f. artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, WVW 1994, terwijl uit het resultaat van de bloedanalyse blijkt dat het bloedalcoholgehalte van de beginnende bestuurder van een rijbewijsplichtig motorrijtuig, inclusief de bromfiets hoger is dan 0,8 promille;
g. artikel 8, derde lid, WVW1994, terwijl er – het resultaat van de ademanalyse of het bloedonderzoek ontbreken – een ernstig vermoeden bestaat dat het alcoholgehalte van de adem van de beginnende bestuurder van een rijbewijsplichtig motorrijtuig, inclusief de bromfiets hoger is dan 350 ug/l, onderscheidenlijk het bloedalcoholgehalte van die bestuurder hoger blijkt te zijn dan 0,8 promille.
h. artikel 8, vierde lid, WVW1994,(nieuw), terwijl uit het resultaat van de ademanalyse blijkt dat het alcoholgehalte van de adem van de bestuurder, die rijdt zonder rijbewijs op een rijbewijsplichtig motorrijtuig, (inclusief de bromfiets) hoger is dan 350 ug/l of uit het resultaat van de bloedanalyse blijkt dat het bloedalcoholgehalte van de bestuurder, die rijdt zonder rijbewijs op een rijbewijsplichtig motorrijtuig, (inclusief de bromfiets) hoger is dan 0,8 promille;
m. artikel 6 jo. artikel 175, derde lid, WVW 1994, mits tevens proces-verbaal wordt opgemaakt ter zake van een hierboven onder a. tot en met l. genoemd misdrijf.
Artikel 8, lid 4 WVW1994 versie, geldend tussen 1.1.2006 en 1.10.2006. heeft een bijzonder gevolg:
Voor bromfietsers jonger dan 24 jaar geldt een grenswaarde van 0,2 promille. Deze bromfietsers kunnen beschikken over een rijbewijs of een bromfietscertificaat. Dit bromfietscertificaat kan niet worden ingevorderd. Indien de bromfietser (vaak tevens beginnende bestuurder) in plaats van een bromfietscertificaat beschikt over een rijbewijs kan dat evenmin worden ingevorderd, omdat artikel 164 lid 2 onder b WVW1994, slechts invorderen mogelijk maakt op grond van overtreding van artikel 8 lid 3 WVW 1994 vanaf 0,8 promille en niet op grond van artikel 8 lid 4 WVW1994.Overgangsregeling
Met de inwerkingtreding van artikel 8, lid 3 WVW1994 versie geldend na 1.10.2006 ontstaan de volgende situaties:
a. In de periode van overgangsrecht van drie jaar rijdt een bromfietsbestuurder met een bromfietscertificaat. Zijn bromfietscertificaat is niet invorderbaar gedurende de periode van overgangsrecht.
b. De bestuurder van een bromfiets heeft het certificaat omgewisseld of haalt gedurende de periode van overgangsrecht tenminste een rijbewijs B en bezit daarmee tevens een rijbewijs AM, dat wel invorderbaar is door de politie en door de officier kan worden ingehouden
c. Op grond van het bepaalde in artikel 164, lid 2 onder b van de WVW1994, is invordering van het rijbewijs mogelijk op grond van overtreding van artikel 8 lid 3 WVW(nieuw) vanaf 0,8 promille. Dit geldt ook voor jonge bestuurders van een bromfiets, die alsdan in het bezit zijn van een eerste rijbewijs afgegeven op of na 30 maart 2002.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing en vervolging
1. Vordering krachtens artikel 164 WVW 1994
2. Gevallen waarbij de overgifte van het rijbewijs moeten worden gevorderd
2.1. Rijden onder invloed ( artikel 164 lid 2 WVW 1994)
2.1.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.1.2. Ontbreken van een resultaat van ademanalyse
2.1.3. Bloed- c.q. urineproef
2.1.4. Beslissing tot inhouding van het rijbewijs
2.2. Excessieve snelheidsovertredingen ( art. 164, lid 2, onder d en e, WVW 1994)
2.2.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.2.2. De beslissing tot inhouding van het rijbewijs
3. Gevallen waarin de overgifte van het rijbewijs kan worden gevorderd
3.1. In gevaar brengen van de veiligheid op de weg. ( art. 164, lid 3 WVW 1994)
4. Te volgen procedure met betrekking tot de invordering
4.1. Teruggave van het rijbewijs door de officier van justitie
4.2. Inhouding rijbewijs door de officier van justitie
4.3. Vermiste en gestolen rijbewijzen
4.4. Afstemming tussen het ressortsparket en het arrondissementsparket
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht