Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2008.

Artikel 4 Aanwijzing inzake de invordering rijbewijzen

Uitgebreide informatie
4. Te volgen procedure met betrekking tot de invordering
De politie moet nadrukkelijk de overgifte van het rijbewijs vorderen. Daarbij dient de verdachte erop te worden gewezen dat hij zich schuldig maakt aan het misdrijf van artikel 9, zevende lid, WVW 1994 indien deze nadien een motorrijtuig op de weg gaat besturen.
De vordering tot overgifte is niet beperkt tot het tijdstip waarop en de plaats waar de (verdachte) bestuurder is aangehouden (Nadat het (hoofd)proces-verbaal is opgemaakt vervalt voornoemde bevoegdheid). Om excessen hierbij te voorkomen dient een uiterste vorderingstermijn van vier weken na de pleegdatum te worden gehanteerd. Uitzonderingen op de laatstgenoemde termijn (van vier weken na de pleegdatum) kunnen uitsluitend ontstaan door omstandigheden die gelegen zijn in de fysieke hoedanigheid van verdachte (bv. verwondingen).
Indien de verdachte niet aanstonds voldoet aan de vordering tot overgifte van het rijbewijs, dan wel er geen andere bestuurder beschikbaar is, kan de politie het motorrijtuig onder toezicht stellen. Wanneer de politie dat nodig acht, kan het voertuig in bewaring worden gesteld ( art. 164, lid 7 WVW 94). De teruggave, tegen een ondertekend bewijs van ontvangst, van het motorrijtuig vindt plaats door de politie. Het motorrijtuig wordt pas teruggegeven, nadat verdachte heeft voldaan aan de vordering tot overgifte van het rijbewijs en na voldoening van de kosten die gemaakt zijn voor het overbrengen en bewaren van zijn motorrijtuig ( art. 170 WVW94 e.v.).
Indien het rijbewijs is ingevorderd, wint de politie op de kortst mogelijke termijn inlichtingen in over eventueel recidivegevaar ten aanzien van de verdachte wiens rijbewijs is ingevorderd, zoals:
a. Eerdere processen-verbaal c.q. veroordelingen terzake van alcoholdelicten gedurende een periode van vijf jaar voorafgaande aan de datum van invordering;
b. de omstandigheid dat betrokkene bekend staat als een notoir gebruiker van alcohol, drugs of andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen verminderen.
Deze of andere relevante informatie dient te worden vermeld in het proces- verbaal van invordering (zie hierna onder B). De politie verstrekt de recente recidivegegevens ten behoeve van de officier van justitie. Na invordering dient het rijbewijs evenals het proces-verbaal van invordering uiterlijk de derde dag na de dag waarop het rijbewijs is ingevorderd in het bezit te zijn van de officier van justitie. Het proces-verbaal van invordering dient in tweevoud te worden aangeboden.
Door de politie wordt zowel van de vordering tot overgifte als van de invordering onverwijld melding gemaakt in het Centraal Register Rijbewijzen (CRR). Dit is vooral van belang in verband met de controle op de naleving van het verbod gesteld in artikel 9, zevende lid, WVW 1994.
Indien de vordering tot overgifte niet heeft geleid tot een invordering van het rijbewijs dient het procesverbaal in de hoofdzaak zo spoedig mogelijk, maar niet later dan na zes weken, te worden ingezonden aan de officier van justitie met een aanbiedingsbrief waarin op duidelijke wijze melding wordt gemaakt van het feit dat de vordering tot overgifte niet heeft geleid tot een invordering. Deze regeling is getroffen teneinde:
de officier van justitie er attent op te maken dat wel de vordering tot overgifte heeft plaatsgevonden maar de invordering van het rijbewijs achterwege is gebleven en
de verwijdering van de registratie uit het CRR bij de afdoening van deze zaken te kunnen bewaken.
De officier van justitie is er verantwoordelijk voor dat onverwijld de registratie in het CRR wordt beëindigd of de teruggave van het rijbewijs wordt geregistreerd in de hierna onder 4.1. te noemen gevallen, alsmede in de gevallen waarin de zaak om andere redenen niet verder zal worden vervolgd.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing en vervolging
1. Vordering krachtens artikel 164 WVW 1994
2. Gevallen waarbij de overgifte van het rijbewijs moeten worden gevorderd
2.1. Rijden onder invloed ( artikel 164 lid 2 WVW 1994)
2.1.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.1.2. Ontbreken van een resultaat van ademanalyse
2.1.3. Bloed- c.q. urineproef
2.1.4. Beslissing tot inhouding van het rijbewijs
2.2. Excessieve snelheidsovertredingen ( art. 164, lid 2, onder d en e, WVW 1994)
2.2.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.2.2. De beslissing tot inhouding van het rijbewijs
3. Gevallen waarin de overgifte van het rijbewijs kan worden gevorderd
3.1. In gevaar brengen van de veiligheid op de weg. ( art. 164, lid 3 WVW 1994)
4. Te volgen procedure met betrekking tot de invordering
4.1. Teruggave van het rijbewijs door de officier van justitie
4.2. Inhouding rijbewijs door de officier van justitie
4.3. Vermiste en gestolen rijbewijzen
4.4. Afstemming tussen het ressortsparket en het arrondissementsparket
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht