Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2008.

Artikel 4.1 f Aanwijzing inzake de invordering rijbewijzen

Uitgebreide informatie
4.1. Teruggave van het rijbewijs door de officier van justitie
Het rijbewijs wordt onverwijld teruggegeven indien:
f. de door de officier van justitie vastgestelde inhoudingtermijn is verstreken.
Bij het onder d. en e. genoemde moet vooral worden gedacht aan rijbewijzen van verdachten die nooit eerder een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd hebben gekregen en die om klemmende redenen van persoonlijke aard hun rijbewijs niet kunnen missen. Het rijbewijs blijft ingehouden totdat de door de officier van justitie bepaalde inhoudingtermijn verstreken is. Daarbij moet worden aangetekend dat die misdrijven zoals genoemd in artikel 164 WVW94 uiterlijk 6 maanden na de dag van invordering op de terechtzitting moeten zijn aangebracht. Voor overtredingen geldt een termijn van 4 maanden. 12[1]
De officier van justitie dient in ieder geval het rijbewijs terug te geven na het verstrijken van de termijn als aangegeven bij de beslissing tot inhouding. Dit geldt ook voor die gevallen waarbij het onderzoek van de zaak op de terechtzitting wel binnen zes maanden na de dag van invordering is aangevangen, doch nog niet heeft geleid tot een vonnis. Indien de rechter in eerste aanleg een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd, dient bij het instellen van hoger beroep het rijbewijs pas te worden teruggegeven als de termijn van deze ontzegging is verstreken.
De beslissing over de teruggave wordt namens de officier van justitie door de rijbewijsmedewerker op het parket onverwijld gemeld in het CRR. De houder van het rijbewijs wordt ten spoedigste van de beslissing tot teruggave en van de mogelijkheid het rijbewijs ten parkette in ontvangst te nemen, schriftelijk in kennis gesteld.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing en vervolging
1. Vordering krachtens artikel 164 WVW 1994
2. Gevallen waarbij de overgifte van het rijbewijs moeten worden gevorderd
2.1. Rijden onder invloed ( artikel 164 lid 2 WVW 1994)
2.1.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.1.2. Ontbreken van een resultaat van ademanalyse
2.1.3. Bloed- c.q. urineproef
2.1.4. Beslissing tot inhouding van het rijbewijs
2.2. Excessieve snelheidsovertredingen ( art. 164, lid 2, onder d en e, WVW 1994)
2.2.1. Criteria aangaande de vordering tot overgifte
2.2.2. De beslissing tot inhouding van het rijbewijs
3. Gevallen waarin de overgifte van het rijbewijs kan worden gevorderd
3.1. In gevaar brengen van de veiligheid op de weg. ( art. 164, lid 3 WVW 1994)
4. Te volgen procedure met betrekking tot de invordering
4.1. Teruggave van het rijbewijs door de officier van justitie
4.2. Inhouding rijbewijs door de officier van justitie
4.3. Vermiste en gestolen rijbewijzen
4.4. Afstemming tussen het ressortsparket en het arrondissementsparket
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht