Let op. Deze wet is vervallen op 1 november 2011. U leest nu de tekst die gold op 31 oktober 2011.

Aanwijzing paspoortsignalering

Uitgebreide informatie
Aanwijzing paspoortsignalering
Achtergrond
De regels betreffende de verstrekking van reisdocumenten zijn te vinden in:
de Paspoortwet (Stb. 1991, 498); laatstelijk gewijzigd bij Rijkswet van 6 november 1997 (Stb. 511);
de Paspoortuitvoeringsregelingen (m.n. van belang is de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 1995, opnieuw vastgesteld bij Besluit van 8 december 1997 (Stcrt. 1998, 14).
Deze aanwijzing geeft een procedure met betrekking tot verzoeken om signalering van personen ten aanzien van wie het OM van mening is dat weigering van een nieuw dan wel vervallenverklaring van het in het bezit van de houder zijnde reisdocument dient plaats te vinden (de zgn. paspoortsignalering). Weigering of vervallenverklaring van een Europese identiteitskaart (geldig als reisdocument binnen Europa) is overigens niet mogelijk. De paspoortsignalering zal derhalve vooral effect sorteren ten aanzien van personen die buiten Europa (willen gaan) verblijven.
Samenvatting
Deze aanwijzing regelt:
1. de procedure rond een verzoek om paspoortsignalering: gronden voor het verzoek, wijze van indiening van het verzoek, inhoud ervan en vervallen van de signalering en opneming in het opsporingsregister;
2. de mogelijkheid van feitelijke inhouding van reisdocumenten ingevolge de Paspoortwet tegelijk met het doen van een signaleringsverzoek, en de wijze van handelen met strafrechtelijk inbeslaggenomen reisdocumenten;
3. de bestuurlijke afhandeling van paspoortsignaleringen (d.w.z. uiteindelijke beslissingen door de tot weigering van een nieuw reisdocument of vervallenverklaring van een reeds bestaand reisdocument bevoegde autoriteit) en de rol die het OM daarbij heeft.
1.1. Wettelijke basis voor het verzoek (‘weigeringsgronden’)
Het OM kan met het oog op een gewenste weigering of vervallenverklaring van een reisdocument een verzoek doen tot opneming van de personalia van de betrokken persoon in het Register Paspoortsignaleringen ( art. 25 Paspoortwet). De gronden waarop een verzoek van de zijde van het OM kan worden gebaseerd zijn limitatief opgesomd in art. 18 van de Paspoortwet.
De tot weigering en vervallenverklaring bevoegde autoriteit kan slechts tot weigering c.q. vervallenverklaring van een reisdocument op deze gronden overgaan, indien een verzoek tot signalering in het Register Paspoortsignaleringen is opgenomen.
1.2. Indiening van het verzoek om paspoortsignalering
Het verzoek dient te worden ingediend bij het agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK), waar het Register Paspoortsignaleringen is ondergebracht. Het verzoek tot paspoortsignalering wordt ingediend met gebruikmaking van een modelbrief gericht aan de basisadministratie persoonsgegevens en reisdocumenten ( bijlage 1 ).
Indien het verzoek tot signalering wordt gehonoreerd stelt het Ministerie van BZK de tot weigering/vervallenverklaring bevoegde autoriteiten op de hoogte van de opneming van de betrokken persoon in het Register Paspoortsignaleringen.
1.3. Inhoud van het verzoek om paspoortsignalering
De gegevens die in het verzoek dienen te worden vermeld, en de eventueel mee te zenden bijlagen zijn aangegeven in de reeds genoemde modelbrief ( bijlage 1 ). Indien een verzoek wordt geweigerd, stelt het Ministerie van BZK de verzoekende autoriteit daarvan op de hoogte.
1.4. Vervallen van de paspoortsignalering
Wanneer de gronden van het signaleringsverzoek zijn vervallen, dient het OM hiervan onverwijld melding te doen aan het Ministerie van BZK ( art. 25, tweede lid, Paspoortwet) met gebruikmaking van een modelbrief ( bijlage 2 ). Aldaar worden vervolgens de personalia van betrokkene onverwijld uit het register verwijderd.
Bovendien wordt de signalering na twee jaren automatisch uit het register verwijderd indien niet uitdrukkelijk om handhaving daarvan is verzocht ( art 25, vijfde lid, Paspoortwet). Een verzoek om handhaving van de signalering kan met de modelbrief ( bijlage 1 ) worden gedaan.
De hoofden van de parketten worden bijtijds maandelijks op de hoogte gesteld, indien signaleringen door het tijdsverloop van twee jaren op het punt staan te worden verwijderd.
1.5. Verzoek om gelijktijdige vermelding in het Opsporingsregister
Het OM kan indien feitelijke inhouding van het in bezit van betrokkene zijnde reisdocument moet plaatsvinden, gelijktijdig met het verzoek tot signalering om plaatsing van de personalia van betrokkene in het Opsporingsregister verzoeken.
Paspoortwet van Aanwijzing paspoortsignalering">
2.1. Feitelijke inhouding van reisdocumenten ingevolge de Paspoortwet
Het OM kan op het moment dat het verzoek om paspoortsignalering wordt gedaan tevens het reisdocument feitelijk inhouden ( art. 52 Paspoortwet). Het op grond van de Paspoortwet ingehouden reisdocument dient binnen 14 dagen aan de tot weigering of vervallenverklaring bevoegde autoriteit te worden gezonden dan wel aan betrokkene te worden teruggegeven, indien de reden tot inhouding en vervallenverklaring inmiddels is verdwenen. De bevoegde autoriteit is in het algemeen de burgemeester in wiens gemeente betrokkene in de GBA is opgenomen. Indien betrokkene in Nederland verblijft, maar niet (meer) als ingezetene in de GBA is ingeschreven, is de burgemeester van Den Haag bevoegd. Woont of verblijft betrokkene in het buitenland, dan is de Minister van Buitenlandse Zaken bevoegd. Indien betrokkene op de Nederlandse Antillen dan wel Aruba woont of verblijft, zijn de Gouverneur dan wel de gezaghebbers van de eilandgebieden bevoegd, waarbij de Minister van BZK een ondersteunende rol kan spelen. Van de doorzending dient de houder direct in kennis te worden gesteld. Indien inhouding heeft plaatsgevonden, wordt dit voorts vermeld in het signaleringsverzoek.
2.2. Inbeslaggenomen Nederlandse reisdocumenten
Naast de hierboven genoemde mogelijkheid van inhouding ingevolge de Paspoortwet kunnen reisdocumenten op een andere titel zijn/worden ingenomen; in het bijzonder valt daarbij te denken aan de inbeslagneming van reisdocumenten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek (zie: de handleiding inbeslagneming ( art. 94 WvSv) d.d. 07-11-2000). Indien het belang van het onderzoek zich in deze gevallen niet meer daartegen verzet, dient een aldus ingenomen reisdocument, tenzij het reisdocument is vervalst, (gedeeltelijk) vals is, op valse gronden is verstrekt of frauduleus door de houder of een derde is gebruikt (bijv. document is origineel, doch gebruiker toont geen gelijkenis met de pasfoto in het document), per aangetekende post en met gebruikmaking van een standaardformulier (zie bijlage 3 ) te worden gezonden aan:
a) de burgemeester van de gemeente waar de houder in de GBA is opgenomen;
b) de burgemeester van Den Haag, indien betrokkene in Nederland verblijft maar niet (meer) in de GBA als ingezetene is ingeschreven;
c) in alle andere gevallen, de Minister van BZK.
Door deze instanties zal nagegaan worden of aan betrokkene inmiddels een nieuw reisdocument is verstrekt. De bedoelde instanties kunnen daarna beoordelen of het reisdocument aan betrokkene kan worden teruggegeven dan wel definitief onttrokken moet worden aan het verkeer. Een vervalst, een (gedeeltelijk) vals, op valse gronden verstrekt of frauduleus gebruikt reisdocument wordt gezonden aan de directie Recherche, KLPD (zie bijlage 3 ).
In beslag genomen reisdocumenten, die eigendom zijn van de Staat der Nederlanden, worden derhalve nimmer rechtstreeks aan de houder teruggegeven. De houder wordt in kennis gesteld van de doorzending van diens reisdocument aan de bovengenoemde toepasselijke instantie.
3. Bestuurlijke afhandeling van paspoortsignaleringen
De bevoegde autoriteit zal, wanneer zij een ingevolge de Paspoortwet ingehouden reisdocument krijgt toegezonden dan wel wanneer een gesignaleerde persoon een nieuw reisdocument aanvraagt, oordelen omtrent vervallenverklaring resp. weigering.
De bevoegde autoriteit overtuigt zich ervan of de gronden tot weigering of vervallenverklaring ten aanzien van betrokkene nog bestaan alvorens over te gaan tot weigering of vervallenverklaring.
In dat verband kan in twee gevallen contact met het OM worden opgenomen:
1. Door de gesignaleerde persoon zelf, indien hij de bevoegde autoriteit verzoekt de beslissing inzake weigering of vervallenverklaring gedurende twee maanden aan te houden teneinde met het OM overeenstemming te bereiken over de verstrekking van een (beperkt) geldig reisdocument ( art. 44, vierde lid, Paspoortwet). Indien tussen het OM en betrokkene binnen deze periode overeenstemming over verstrekking van een (beperkt geldig) reisdocument wordt bereikt, dient zulks onverwijld aan de bevoegde autoriteit te worden gemeld, zodat deze conform de bereikte overeenstemming het reisdocument kan verstrekken ( art. 45, eerste lid, Paspoortwet).
2. Door de bevoegde autoriteit, indien deze van mening is dat de gesignaleerde persoon onevenredig zou worden benadeeld door een beslissing tot weigering of vervallenverklaring van het reisdocument ( art. 45, tweede lid, Paspoortwet).
In beide gevallen geldt, dat het OM uitsluitend een (zwaarwegend) advies kan geven over de verstrekking van een (beperkt geldig) reisdocument. De bevoegde autoriteit beslist, gehoord de betrokken persoon, uiteindelijk over de verstrekking of vervallenverklaring.
Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met het Ministerie van BZK:
– agentschap Basisadministratie Persoonsgegevens en Reisdocumenten, tel.: 070-361 3100 (algemeen), of 070 3613 121/145 (medewerker paspoortsignaleringen).
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Opsporing
1. Procedure inzake verzoeken om paspoortsignalering
1.1. Wettelijke basis voor het verzoek (‘weigeringsgronden’)
1.2. Indiening van het verzoek om paspoortsignalering
1.3. Inhoud van het verzoek om paspoortsignalering
1.4. Vervallen van de paspoortsignalering
1.5. Verzoek om gelijktijdige vermelding in het Opsporingsregister
2. Feitelijke inhouding van Nederlandse reisdocumenten ingevolge de Paspoortwet en inbeslagneming (anderszins)
2.1. Feitelijke inhouding van reisdocumenten ingevolge de Paspoortwet
2.2. Inbeslaggenomen Nederlandse reisdocumenten
3. Bestuurlijke afhandeling van paspoortsignaleringen
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht