Let op. Deze wet is vervallen op 31 december 2008. U leest nu de tekst die gold op 30 december 2008.

Artikel 2 Aanwijzing sociale zekerheidsfraude

Uitgebreide informatie
2. Reikwijdte en definities
Deze aanwijzing bestrijkt het opsporings- en vervolgingsbeleid met betrekking tot fraude met uitkeringen, verstrekt krachtens de sociale zekerheidswetgeving. De beleidsregels voor het requireerbeleid zijn opgenomen in de bij deze aanwijzing behorende richtlijn voor strafvordering sociale zekerheidsfraude.
Voor de toepassing van deze aanwijzing is beslissend of de zaak materieel onder de omschrijving sociale zekerheidsfraude valt en doet niet ter zake ten titel van welk(e) strafbepaling(en) wordt opgespoord en vervolgd.
Deze aanwijzing is niet van toepassing op de opsporing en vervolging van personen die zelf geen uitkeringsgerechtigde zijn en die verdacht worden van het plegen van of deelneming aan een bepaalde vorm van sociale zekerheidsfraude of van het plegen van strafbare feiten, die met sociale zekerheidsfraude samenhangen.
Wet BMTI: Wet van 25 april 1996, Staatsblad 248 ( Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid ). Deze wijzigingswet bevatte wijzigingsbepalingen voor alle sociale zekerheidswetten. In deze wijzigingsbepalingen werd de oplegging van bestuurlijke boeten en maatregelen geregeld, alsmede de terugvordering en schuldsanering. De wet zelf bestaat inmiddels niet meer, omdat de wijzigingsbepalingen in de diverse wetten zijn opgenomen.
Sociale zekerheid: uitkeringen verstrekt krachtens werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen.
Sociale zekerheidsfraude: het verstrekken van onjuiste en/of onvolledige gegevens dan wel het verzwijgen of niet (tijdig) verstrekken van voor de bepaling van het recht op uitkering en de duur en hoogte van de uitkering relevante gegevens, met als gevolg dat een uitkering geheel of ten dele ten onrechte wordt verstrekt.
Nadeel: het brutobedrag dat ten onrechte ten laste van de uitvoerende instantie(s) is gekomen. Afgedragen of af te dragen loonbelasting en eventuele premies zijn derhalve in het nadeel begrepen.
Aanzienlijk nadeel: nadeelbedrag van € 50.000,- of meer en/of andere feiten of omstandigheden, die aanleiding kunnen zijn voor een vervolging voor de meervoudige strafkamer.
Gesanctioneerde overtreding: een overtreding waarvoor een bestuurlijke maatregel of boete is opgelegd, dan wel een strafrechtelijke sanctie is gevolgd. De genomen beslissing moet blijken uit een afschrift van de bestuurlijke maatregel- of boetebeschikking of een uittreksel uit het justitieel documentatieregister.
Inhoudsopgave
Achtergrond
1. Inleiding
2. Reikwijdte en definities
Samenvatting
Pré opsporing, opsporing en vervolging:
1. Uitgangspunten
1.1. Nadeel
1.2. Het totale nadeel
1.3. Individualisering
1.4. Twee categorieën
1.5. Geen gebruik strafvorderlijke bevoegdheden en geen vervolging in categorie I-zaken
Hoofdregel voor sanctionering:
1.6. In beginsel strafrechtelijk onderzoek - inzenden proces-verbaal bij categorie II-zaken
1.7. In beginsel strafrechtelijke sanctionering bij categorie II-zaken
1.8. Toepasselijkheid aanwijzing
1.9. Non-cumulatie
2. Wet werk en bijstand
2.1. Inleiding
2.2. Opsporing en sanctionering
3. Informatieverstrekking
3.1. Kennisgeving beslissing tot niet (verdere) vervolging aan uitvoeringsorgaan
4. Internationaal opsporingsonderzoek en strafrechtelijke vervolging
5. Ontneming
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht