Let op. Deze wet is vervallen op 31 december 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 december 2010.

Aanwijzing spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring

Uitgebreide informatie
Aanwijzing spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring
Achtergrond
De wet van 21 juli 2004 (Staatsblad 382) tot wijzigingen van enige bepalingen van het Wetboek van Strafvordering (invoering van het spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden) treedt op 1 januari 2005 in werking. De wet kent aan slachtoffers van ernstige misdrijven of hun nabestaanden en van een aantal specifiek in de wet genoemde andere misdrijven het recht toe om ter terechtzitting een verklaring af te leggen over de gevolgen die het delict voor hen heeft gehad. Volgens de Memorie van Toelichting is het spreekrecht om een aantal redenen wenselijk: het afleggen van een mondelinge verklaring ter zitting moet een bijdrage leveren aan het herstel van de emotionele schade, die het delict heeft veroorzaakt. De rechter kan uit de eerste hand vernemen welke de gevolgen van het misdrijf zijn en bij zijn beslissing rekening houden met deze informatie. Het vergroten van de zichtbaarheid van het slachtoffer moet een bijdrage leveren aan het herstel van vertrouwen in de rechtstaat en samenleving naast het feit dat van het spreekrecht een preventieve werking uitgaat. Tot slot gaat van het spreekrecht een preventieve werking uit in de concrete strafzaak: de directe confrontatie met de gevolgen van het door hem gepleegde delict zou de dader kunnen afhouden van het plegen van meer delicten.
Om aan deze uitgangspunten van de wetgever te voldoen en de kans op secundaire victimisatie te minimaliseren is het van belang dat een slachtoffer deugdelijk voorbereid van zijn recht gebruik zal maken. Met secundaire victimisatie wordt bedoeld dat een slachtoffer of nabestaande de nadelen van het jegens hem gepleegde misdrijf dient te verwerken en niet beschadigd mag raken als gevolg van een als onbevredigend ervaren behandeling tijdens het strafproces, bij voorbeeld door reacties van de verdediging of door de rol van de pers rondom het strafproces. Ook gewekte verwachtingen die niet waar kunnen worden gemaakt kunnen leiden tot secundaire victimisatie. Het gebrek aan inzicht in de noden en belangen van het slachtoffer of een te koele en zakelijke benadering van het slachtoffer kan tevens een oorzaak zijn van secundaire victimisatie. Door middel van flankerend beleid zal worden getracht zo veel mogelijk secundaire victimisatie te voorkomen.
In de wet is een eigenstandige positie voor het slachtoffer neergelegd. Dat betekent dat het slachtoffer niet als getuige wordt beëdigd en uitsluitend als slachtoffer wordt gehoord over de gevolgen van het strafbaar feit. Deze verklaring kan niet als bewijsmiddel worden gebezigd, maar kan een rol spelen bij de beslissing over de strafoplegging. Wanneer het slachtoffer wel als getuige zou optreden en zou worden beëdigd, kan hij worden blootgesteld aan het ondervragingsrecht van het openbaar ministerie en de verdediging, hetgeen mogelijk nadelige consequenties voor het slachtoffer zou hebben. De officier van justitie behoedt het slachtoffer zo veel mogelijk voor (te) indringende vragen van verdachte of verdediging, naast de taak die de rechter ter zitting heeft.
Het Openbaar Ministerie zal slachtoffers en nabestaanden die in aanmerking komen om ter zitting een verklaring af te leggen, over dat recht informeren. Indien slachtoffers of nabestaanden schriftelijk verzoeken ter zitting een verklaring af te leggen, zal de officier van Justitie dat verzoek inwilligen, waarbij hij slachtoffers of nabestaanden tevens een aanbod tot een schriftelijke of een mondelinge voorbereiding zal doen. Tijdens de parlementaire behandeling is meermalen aan de orde geweest dat de uitoefening van het spreekrecht voor het slachtoffer niet extra belastend moet zijn. Daarom is van belang dat het slachtoffer zich goed voorbereidt en daarbij wordt ondersteund door Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp Nederland.
Sinds 1 mei 2004 bestaat de mogelijkheid dat het slachtoffer een schriftelijke slachtofferverklaring opstelt, die in het strafdossier wordt gevoegd. De schriftelijke slachtofferverklaring kan fungeren als volwaardig alternatief voor slachtoffers die geen gebruik wensen te maken van het spreekrecht, maar wel de officier van justitie en rechter willen informeren over de gevolgen die het misdrijf heeft gehad. De schriftelijke slachtofferverklaring kan tevens fungeren ter voorbereiding van het slachtoffer dat gebruik wenst te maken van het spreekrecht. Het Openbaar Ministerie hanteert bij het aanbieden van een schriftelijke slachtofferverklaring dezelfde criteria als die gelden voor het spreekrecht ( art 302 WSv). De schriftelijke slachtofferverklaring wordt na verwijzing door het Openbaar Ministerie opgesteld door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland, die daarvoor een speciale opleiding heeft gevolgd. Slachtofferhulp Nederland heeft een speciaal format ontwikkeld om uniformiteit in opbouw te garanderen. Daardoor komen alle voor de verklaring relevante onderdelen aan bod. De medewerker van Slachtofferhulp Nederland draagt er zorg voor dat de verklaring niet verder reikt dan de gevolgen van het delict. De schriftelijke slachtofferverklaring wordt in het strafdossier gevoegd.
Samenvatting
Deze aanwijzing bevat regels betreffende het uitoefenen van het spreekrecht door slachtoffers of nabestaanden. Deze aanwijzing bevat tevens regels over het aanbieden en van het opstellen van een schriftelijke slachtofferverklaring aan slachtoffers en nabestaanden. Een schriftelijke slachtofferverklaring kan fungeren als alternatief voor het spreekrecht of ter voorbereiding op het afleggen van een verklaring ter zitting.
1. Uitgangspunten
In de Memorie van Toelichting wordt een aantal redenen genoemd voor de wenselijkheid van een spreekrecht ter zitting. Ten eerste kan het afleggen van een mondelinge verklaring ter zitting een bijdrage leveren aan het herstel van de emotionele schade die het delict teweeg heeft gebracht. De rechter kan van het slachtoffer of de nabestaande zelf vernemen wat de gevolgen van het delict zijn geweest en deze informatie eventueel bij zijn beslissing betrekken. Ten derde wordt beoogd dat de verdachte wordt weerhouden van het plegen van verdere delicten, omdat de gevolgen voor verdachte zichtbaar worden. Tot slot kan van het spreekrecht een algemeen preventieve werking uitgaan, omdat de zichtbaarheid van slachtoffers of nabestaanden wordt vergroot.
Het Openbaar Ministerie heeft op basis van de Aanwijzing slachtofferzorg de taak om slachtoffers of nabestaanden te informeren over een aantal rechten (informatieverstrekking en schadevergoeding). Het Openbaar Ministerie acht het voorts zijn taak om het slachtoffer en nabestaande te informeren over het feit dat zij het recht hebben om ter zitting een mondelinge verklaring af te leggen. Het slachtoffer dient de officier van justitie schriftelijk te verzoeken gebruik te willen maken van het spreekrecht, indien aan de voorwaarden van art. 302 WSv is voldaan. De officier van justitie moet het verzoek inwilligen en het slachtoffer of de nabestaande oproepen voor de zitting conform de bepalingen omtrent de oproeping van getuigen ( art. 260 WSv). De feiten als vermeld op de tenlastelegging zijn leidend voor toekenning van het spreekrecht. Indien op het tenlastegelegde feit een wettelijke gevangenisstraf staat van ten minste 8 jaar of indien het tenlastegelegde feit een delict betreft dat speciaal in art. 302 WSv wordt genoemd, kan het slachtoffer gebruik maken van het spreekrecht. Het slachtoffer wiens zaak ad informandum ten laste wordt gelegd, heeft derhalve geen spreekrecht.
De schriftelijke slachtofferverklaring heeft een aantal functies. De schriftelijke slachtofferverklaring kan fungeren als volwaardig alternatief voor het spreekrecht. Niet ieder slachtoffer zal immers de behoefte hebben ter zitting een verklaring af te leggen, maar stelt er mogelijk wel prijs op dat de gevolgen van het delict kenbaar zijn voor officier van justitie, rechter en verdachte. De schriftelijke slachtofferverklaring wordt opgemaakt door beroepskrachten van Slachtofferhulp Nederland, die daartoe zelf afspraken maken met het slachtoffer. De schriftelijke slachtofferverklaring kan tevens dienen als voorbereiding op het spreekrecht. In dit geval kan het spreekrecht fungeren als een mondelinge toelichting op de schriftelijke slachtofferverklaring. Tot slot bestaat de mogelijkheid dat een medewerker van Slachtofferhulp Nederland het slachtoffer of nabestaande die ter zitting een verklaring wenst af te leggen, mondeling voorbereidt. In dat gesprek kan nadere uitleg worden gegeven over de gang van zaken ter zitting, de tijd tijd die men krijgt om te spreken en de kaders, waarbinnen men een verklaring kan afleggen.
2. Criteria voor het spreekrecht en kring van gerechtigden
Artikel 302 WSv bepaalt:
Het slachtoffer of diens nabestaande kan op de terechtzitting een verklaring afleggen omtrent de gevolgen die het tenlastegelegde feit, bedoeld in het tweede lid, bij hem teweeg heeft gebracht.
Het spreekrecht kan worden uitgeoefend indien het tenlastegelegde feit een misdrijf betreft, waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld, dan wel een van de misdrijven genoemd in de artikelen 240b, 247, 248a, 248b, 249, 250, 250a, 285, 285b, 300, tweede en derde lid, 301, tweede en derde lid, 306 tot en met 308 en 318 Wetboek van Strafrecht en artikel 6 Wegenverkeerswet 1994;
Artikel 336 WSv bepaalt:
1. Het slachtoffer of de nabestaande die op de terechtzitting een verklaring als bedoeld in artikel 302 wenst af te leggen, geeft daarvan schriftelijk kennis aan de officier van justitie.
2. Tot de nabestaanden die voor oproeping op grond van het eerste lid in aanmerking komen, behoren: de echtgenoot of geregistreerde partner of bij afwezigheid dan wel niet in staat of bereid zijn van deze: de bloedverwanten in de rechte lijn tot en met de eerste graad of bij afwezigheid dan wel niet in staat of bereid daarvan de bloedverwanten in de zijlijn tot en met de tweede graad.
3. Tot de slachtoffers die van het spreekrecht gebruik kunnen maken, behoort de minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar heeft bereikt.
Hetzelfde geldt voor de minderjarige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt, maar in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen terzake.
Bij minderjarige slachtoffers geldt bovendien dat zijn ouders of verzorgers tijdig worden geïnformeerd over het feit dat de minderjarige gebruik wenst te maken van het spreekrecht en/of een schriftelijke slachtofferverklaring wenst op te stellen. De minderjarige kan in beginsel zonder toestemming van zijn ouders of verzorgers gebruik maken van het spreekrecht en/of een schriftelijke slachtofferverklaring laten opstellen. Indien in een strafzaak meer slachtoffers behorende tot hetzelfde gezin zijn geregistreerd, kan worden volstaan met één verklaring per gezin, waarin een ieder afzonderlijk de gevolgen van het delict op zijn bestaan nader kan toelichten. Er hoeft niet voor iedere gerechtigde een aparte verklaring te worden opgesteld. Alle slachtoffers die volgens de wet daarvoor in aanmerking komen, kunnen op de terechtzitting een verklaring afleggen.
Voor uitoefening van het spreekrecht komt in ieder geval het in de tenlastegelegde feit genoemde slachtoffer zelf in aanmerking. De formulering van art 336 WSv beperkt de kring van nabestaanden in die zin dat slechts één nabestaande ter zitting een mondelinge verklaring mag afleggen.
3. Procedure spreekrecht
In de Aanwijzing slachtofferzorg wordt bepaald dat het Openbaar Ministerie het slachtoffer desgewenst tijdig dient te informeren over het verloop van de strafzaak, zoals over de zittingsdatum en het vonnis of arrest. Met de invoering van de wet spreekrecht wordt daar de verplichting aan toe gevoegd dat het Openbaar Ministerie het slachtoffer tevens informeert over het feit hij ter zitting een mondelinge verklaring kan afleggen. Daarbij wordt opgemerkt dat alleen slachtoffers van feiten die het Openbaar Ministerie aan verdachte ten laste legt, het spreekrecht kunnen uitoefenen. Voor nadere informatie en toelichting over het spreekrecht kan het slachtoffer contact opnemen met de slachtofferinformatieloketten of Slachtofferhulp Nederland.
Er worden in de praktijk twee procedures onderscheiden: de procedure waarbij verdachte preventief is gehecht en de procedure waarbij verdachte niet preventief is gehecht (b.v. in AU- en Loopzaken) of van wie de voorlopige hechtenis is geschorst.
3a. Procedure in zaken van slachtoffers van preventief gehechte verdachten
Zodra na registratie en beoordeling ten parkette vaststaat dat een feit als genoemd art 302 WSv door het Openbaar Ministerie aan verdachte ten laste wordt gelegd, informeert het Openbaar Ministerie het slachtoffer onverwijld omtrent het feit dat hij ter zitting een mondelinge verklaring kan afleggen. De officier van justitie zendt het slachtoffer of de nabestaande direct het antwoordformulier en de speciale brochure over het spreekrecht en de schriftelijke slachtofferverklaring. Het slachtoffer kan op het antwoordformulier aangeven of hij gebruik wenst te maken van het spreekrecht en/of hij een schriftelijke slachtofferverklaring wenst op te stellen en/of hij een mondelinge voorbereiding door Slachtofferhulp Nederland wenst en/of hij uitdrukkelijk toestemming verleent voor verstrekking van zijn gegevens aan Slachtofferhulp Nederland. Als het slachtoffer toestemming verleent voor gegevensverstrekking kan Slachtofferhulp Nederland zelf rechtstreeks contact opnemen met het slachtoffer of nabestaande. Het slachtoffer dient binnen zeven werkdagen schriftelijk te reageren door het antwoordformulier aan de officier van justitie te retourneren. Als het slachtoffer aangeeft dat hij gebruik wenst te maken van het spreekrecht, wordt deze reactie aangemerkt als een schriftelijk verzoek aan de officier van justitie als bedoeld in art. 336 WSv. Ter voorbereiding op een schriftelijke slachtofferverklaring of een mondelinge voorbereiding op het spreekrecht verstrekt het Openbaar Ministerie aan Slachtofferhulp Nederland een afschrift van de aangifte en de relevante passages van de tenlastelegging. Ook het slachtoffer, dat eerder kenbaar heeft gemaakt dat hij geen informatie over het verloop van de strafzaak wenst, zal door het Openbaar Ministerie worden geïnformeerd dat hij het spreekrecht kan uitoefenen, tenzij hij in een eerder stadium uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij geen gebruik zal maken van het spreekrecht.
3b. Procedure in zaken van slachtoffers van niet-preventief gehechte of geschorste verdachten
Na ontvangst van een proces-verbaal en registratie ten parkette zendt het Openbaar Ministerie het slachtoffer of de nabestaande conform de Aanwijzing slachtofferzorg een antwoordformulier, waarop het slachtoffer kan aangeven of hij informatie over het verloop van de strafzaak wenst te ontvangen en/of hij zijn schade vergoed wil hebben door zich als benadeelde partij te voegen. Een algemene brochure over de rechten van het slachtoffer wordt bijgevoegd. In deze brochure wordt ook het spreekrecht beknopt toegelicht.
Indien na beoordeling van de strafzaak duidelijk is dat verdachte een feit als genoemd in art. 302 WSv ten laste wordt gelegd, wordt het slachtoffer vervolgens door het Openbaar Ministerie geïnformeerd over het feit dat hij ter zitting een mondelinge verklaring kan afleggen. De officier van justitie zendt het slachtoffer of nabestaande direct een brief en antwoordformulier en de brochure over het spreekrecht en de schriftelijke slachtofferverklaring. Het slachtoffer kan op het antwoordformulier aangeven of hij gebruik wenst te maken van het spreekrecht en/of hij een schriftelijke slachtofferverklaring wenst op te stellen en/of hij uitdrukkelijk toestemming verleent voor verstrekking van zijn gegevens aan Slachtofferhulp Nederland. Het slachtoffer dient binnen zeven werkdagen het antwoordformulier aan de officier van justitie te retourneren. Als het slachtoffer aangeeft dat hij gebruik wenst te maken van het spreekrecht, wordt deze reactie tevens aangemerkt als een schriftelijk verzoek aan de officier van justitie als bedoeld in art. 336 WSv. Ook het slachtoffer, dat eerder kenbaar heeft gemaakt dat hij geen informatie over het verloop van de strafzaak wenst, zal door het Openbaar Ministerie worden geïnformeerd dat hij het spreekrecht kan uitoefenen, tenzij hij in een eerder stadium uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij geen gebruik zal maken van het spreekrecht.
Het Openbaar Ministerie informeert het slachtoffer tevens over de mogelijkheid dat hij ter voorbereiding op het spreekrecht een schriftelijke slachtofferverklaring kan laten opstellen door Slachtofferhulp Nederland of dat hij mondeling kan worden voorbereid door Slachtofferhulp Nederland. Het Openbaar Ministerie verstrekt Slachtofferhulp Nederland een afschrift van de aangifte en de relevante passages van de tenlastelegging.
De (griffie van) de rechtbank wordt zo spoedig mogelijk geïnformeerd dat in strafzaken slachtoffers gebruik wensen te maken van het spreekrecht, zodat de rechtbank bij appointering daarmee rekening kan houden. De officier van justitie houdt bij (zijn voorstel tot) appointering rekening met de omstandigheid dat één of meer slachtoffers ter zitting een mondelinge verklaring willen afleggen. Bij appointering wordt rekening gehouden met een spreektijd van 10 tot 15 minuten per afzonderlijk slachtoffer. Op het strafdossier wordt aangegeven dat een slachtoffer gebruik maakt van het spreekrecht. Uit het strafdossier moet duidelijk blijken dat er één of meer slachtoffers gebruik wensen te maken van het spreekrecht. Ook op de zittingslijst wordt duidelijk vermeld dat een slachtoffer of nabestaande gebruik wenst te maken van het spreekrecht.
4. Spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring
Het spreekrecht is een wettelijk recht, waarover het slachtoffer door het Openbaar Ministerie wordt geïnformeerd. Indien een slachtoffer geen gebruik wenst te maken van het spreekrecht, maar wel de officier van justitie, rechter en verdachte over de gevolgen van het delict wil informeren, kan hij een schriftelijke slachtofferverklaring laten opstellen door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland. Het opstellen van een schriftelijke slachtofferverklaring leidt in geen geval tot een plicht om de verklaring mondeling ter zitting toe te lichten.
Het Openbaar Ministerie stelt het slachtoffer tijdig en schriftelijk op de hoogte van de mogelijkheid dat hij het spreekrecht kan uitoefenen ter voorbereiding of als alternatief een schriftelijke slachtofferverklaring kan opstellen. Indien het slachtoffer van het aanbod gebruik wenst te maken, retourneert hij het antwoordformulier binnen 7 werkdagen aan het Openbaar Ministerie. Op het antwoordformulier geeft het slachtoffer aan dat hij toestemming verleent om zijn gegevens aan Slachtofferhulp Nederland te verstrekken. Slachtofferhulp Nederland zal vervolgens contact opnemen met het slachtoffer om hem te informeren en een afspraak te maken voor het opstellen van een schriftelijke slachtofferverklaring. Het Openbaar Ministerie zal Slachtofferhulp Nederland een kopie van de aangifte en het relevante deel van de dagvaarding verstrekken, indien het slachtoffer een schriftelijke slachtofferverklaring wenst op te stellen. De schriftelijke slachtofferverklaring zal na goedkeuring van het slachtoffer door Slachtofferhulp naar het Openbaar Ministerie worden verzonden. Het Openbaar Ministerie ontvangt de schriftelijke slachtofferverklaring uiterlijk twee weken voor de terechtzitting. Na ontvangst van de schriftelijke slachtofferverklaring zorgt de officier van justitie ervoor dat de verklaring tijdig bij het dossier wordt gevoegd. De schriftelijke verklaring wordt tevens verstrekt aan verdachte en/of zijn raadsman. Ter zitting kunnen zowel de officier van justitie als de rechter nadrukkelijk aandacht besteden aan de schriftelijke slachtofferverklaring.
Naast de mogelijkheden, die het slachtoffer worden geboden op grond van de Aanwijzing slachtofferzorg, zoals informatieverstrekking over het verloop van de zaak en schadevergoeding middels voeging benadeelde partij, zal er in de praktijk een aantal varianten voorkomen met betrekking tot situaties van het spreekrecht en/of de schriftelijke slachtofferverklaring:
1) Spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring;
2) Spreekrecht zonder schriftelijke slachtofferverklaring, maar met mondelinge voorbereiding;
3) Spreekrecht zonder schriftelijke slachtofferverklaring;
4) Geen spreekrecht maar wel schriftelijke slachtofferverklaring;
5) Geen spreekrecht en geen schriftelijke slachtofferverklaring.Ad 1:
Het slachtoffer heeft schriftelijk aangegeven dat hij ter zitting een mondelinge verklaring wenst af te leggen en dat hij met een schriftelijke slachtofferverklaring wil voorbereiden. In dit geval zal de schriftelijke slachtofferverklaring kunnen fungeren ter voorbereiding op het spreekrecht. Het slachtoffer kan dan eventueel ter zitting volstaan met het geven van een mondelinge toelichting op de schriftelijke slachtofferverklaring. Om secundaire victimisatie te voorkomen en een ordelijk verloop van de zitting te waarborgen, verdient het aanbeveling het slachtoffer te wijzen op deze combinatie.Ad 2:
Het slachtoffer heeft schriftelijk aangegeven dat hij ter zitting een mondelinge verklaring wenst af te leggen, maar zich niet met een schriftelijke slachtofferverklaring wil voorbereiden op het spreekrecht. Het slachtoffer geeft de voorkeur aan een kortere mondelinge voorbereiding die wordt gegeven door een medewerker van Slachtofferhulp Nederland. In dit geval zal het slachtoffer mondeling het kader worden geboden, waarbinnen zijn verklaring moet blijven. Het slachtoffer wordt tevens uitleg gegeven over de procedure tijdens de terechtzitting.Ad 3:
Het slachtoffer heeft schriftelijk verzocht dat hij ter zitting een mondelinge verklaring wenst af te leggen, maar zich niet middels een schriftelijke slachtofferverklaring of mondeling wil voorbereiden. In dit geval zal het slachtoffer worden geïnformeerd over de zittingsdatum- en plaats. Indien gewenst kan hij door een medewerker van het slachtofferinformatieloket of Slachtofferhulp Nederland worden begeleid ter zitting.Ad 4:
Het slachtoffer wil geen mondelinge verklaring ter zitting af leggen maar acht het wel van belang dat de officier van justitie, de rechter en de verdachte worden geïnformeerd over de gevolgen die het delict voor hem heeft gehad. De officier van justitie biedt het slachtoffer de gelegenheid om een schriftelijke slachtofferverklaring op te stellen. Het slachtoffer moet binnen zeven werkdagen dagen bij voorkeur schriftelijk reageren. Slachtofferhulp Nederland zal vervolgens het slachtoffer benaderen voor het opstellen van de schriftelijke slachtofferverklaring en uitleg geven over de terechtzitting.Ad 5:
In dit geval heeft het slachtoffer kenbaar gemaakt dat hij geen verklaring ter zitting wenst af te leggen, noch een schriftelijke slachtofferverklaring wenst op te stellen. Het slachtoffer kan wel een slachtoffergesprek met de officier van justitie worden aangeboden. Bovendien laat het onverlet dat hij wel informatie over het verloop van de strafzaak wenst en/of zich wenst te voegen als benadeelde partij.
Ten overvloede zij vermeld dat de omstandigheid dat het slachtoffer dat niet wenst te spreken of op een andere manier de officier van justitie, de rechter en de verdachte wenst te informeren, onverkort het recht heeft de zitting bij te wonen, voor zover de zitting niet krachtens enige wettelijke bepaling achter gesloten deuren plaats vindt.
5. Procedure spreekrecht in hoger beroep
Procedure
In hoger beroep speelt een aantal aandachtspunten en onderdelen dat in eerste aanleg van belang is, niet of in mindere mate. Voor het ressortsparket is duidelijk welke slachtoffers moeten worden geregistreerd en van welke rechten en mogelijkheden het slachtoffer in eerste aanleg gebruik heeft gemaakt. Bij het ressortsparket is ook bekend of het slachtoffer geïnformeerd wil(de) worden over het verloop van de strafzaak en het vonnis. Uit het strafdossier blijkt tevens of het slachtoffer zich als benadeelde partij heeft gevoegd, een schriftelijke slachtofferverklaring heeft laten opstellen en/of gebruik heeft gemaakt van het spreekrecht. Bij binnenkomst van de zaak op het ressortsparket kan op basis van de informatie uit het strafdossier direct een eerste selectie plaats vinden van welke slachtoffers moeten worden geregistreerd. Het ressortsparket zal vervolgens het slachtoffer informeren over zijn rechten.
Eerst bij de voorbewerking van de strafzaak zal worden geïnventariseerd wat het slachtoffer wenst en welke actie het ressortsparket daarop zelf dient te ondernemen. De juridisch medewerker zal bepaalde acties moeten initiëren. Met betrekking tot het spreekrecht zijn er zijn twee opties:
slachtoffer heeft in eerste aanleg gebruik gemaakt van het spreekrecht;
slachtoffer heeft in eerste aanleg geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.
In beide gevallen heeft het slachtoffer in hoger beroep recht om ter zitting een mondelinge verklaring af te leggen. Als een slachtoffer in eerste aanleg geen gebruik heeft gemaakt van het spreekrecht, zal hij toch door het ressortsparket moeten worden geïnformeerd dat hij in tweede aanleg ook het spreekrecht kan uitoefenen. Wanneer het slachtoffer in aanmerking komt voor het spreekrecht, zendt het ressortsparket het slachtoffer een brief met algemene informatie over het spreekrecht. Indien gewenst wordt er een nadere toelichting gegeven door de eigen medewerkers slachtofferzorg of Slachtofferhulp Nederland. De brochure over het spreekrecht wordt meegezonden. Het slachtoffer dient vervolgens de advocaat-generaal schriftelijk te verzoeken dat hij gebruik wil maken van het spreekrecht. De advocaat-generaal willigt het verzoek in en informeert het slachtoffer over de mogelijkheden zich voor te bereiden.
Indien in eerste aanleg alleen een schriftelijke slachtofferverklaring is opgesteld, wordt het slachtoffer door de advocaat-generaal uitgenodigd voor een gesprek. Het slachtoffergesprek zal in ieder geval in het teken staan van een actualisering van de eerder afgelegde slachtofferverklaring, zodat de stand van zaken door de advocaat-generaal aan het Hof en verdachte kenbaar wordt gemaakt. Indien nodig zal de advocaat-generaal een kort verslag van het gesprek maken en dit verslag in het dossier voegen. Als in een strafzaak appèl is ingesteld en het slachtoffer blijkens het strafdossier in eerste aanleg een schriftelijke slachtofferverklaring heeft laten opstellen, dan zal hij in beginsel niet nogmaals een schriftelijke slachtofferverklaring op hoeven stellen. Indien het slachtoffer in tweede aanleg (wel) gebruik wenst te maken van het spreekrecht, is het wenselijk het slachtoffer hierop voor te bereiden. Ook als het slachtoffer in eerste aanleg heeft gesproken, kan een schriftelijke of mondelinge voorbereiding nodig zijn. De procedure in hoger beroep kan in een aantal gevallen sneller verlopen dan de procedure in eerste aanleg. Het slachtoffer moet hierover worden geïnformeerd door het ressortsparket. Tevens moet men hierbij bedacht zijn op het risico van secundaire victimisatie en/of verwijzingen van het slachtoffer richting de schuldvraag. Het slachtoffer kan met vragen over het spreekrecht en voor begeleiding ter zitting terecht bij de slachtofferinformatieloketten of bij Slachtofferhulp Nederland.
6. Spreekrecht en slachtoffergesprek met officier van justitie / advocaat-generaal
De officier van justitie of de advocaat-generaal kunnen slachtoffers van ernstige misdrijven een gesprek aanbieden voorafgaand aan de terechtzitting, waarin hij het slachtoffer informeert over de gang van zaken ter zitting, de bewijspositie en zo mogelijk over de strafeis. De schriftelijke slachtofferverklaring of de mondelinge voorbereiding op het spreekrecht kunnen het slachtoffergesprek niet vervangen. Doorgaans stellen slachtoffers prijs op deze vorm van aandacht van het Openbaar Ministerie, die tevens een bijdrage kan leveren aan de verwerking van het strafbare feit.
Indien het slachtoffer gebruik maakt van het spreekrecht en door Slachtofferhulp Nederland hetzij met een schriftelijke slachtofferverklaring, hetzij mondeling wordt voorbereid, kan het slachtoffergesprek met de officier van justitie of advocaat-generaal zich beperken tot een praktische toelichting op het opsporingsonderzoek en de bewijspositie van het Openbaar Ministerie. Slachtofferhulp Nederland geeft algemene informatie over de gang van zaken ter zitting tijdens de voorbereiding op het spreekrecht.
7. Spreekrecht en snelrecht (bij veelplegers)
In een aantal arrondissementen bestaan speciale snelrecht procedures, met name in het kader van de aanpak van veelplegers, waarbij zeer korte termijnen (minder dan tien dagen) tussen de aanhouding van de verdachte en terechtzitting worden gehanteerd. De artikelen als genoemd in art. 302 WSv lenen zich in beginsel niet voor een afdoening middels een snelrechtprocedure. De termijn is te kort om het slachtoffer volgens de hierboven beschreven procedure te informeren over het spreekrecht. Indien wegens strafprocessuele overwegingen toch wordt gekozen voor een supersnelrechtprocedure, dan wordt het slachtoffer direct geïnformeerd over het feit dat hij ter zitting het spreekrecht kan uitoefenen. Het slachtoffer krijgt tevens het aanbod ter zitting te worden begeleid.
8. Overige bepalingen
Het slachtoffer kan zich blijkens de wetstekst ter zitting doen bijstaan ( art 337 WSv). Het spreekrecht is persoonlijk recht dat alleen door de gerechtigde kan worden uitgeoefend. Het slachtoffer kan zich dus niet laten vertegenwoordigen. De wet stelt geen formele eisen aan de persoon, die het slachtoffer bijstaat. Het kan zowel een advocaat als een professioneel vertrouwenspersoon zijn, maar ook familie of bevriende relaties kunnen het slachtoffer ter zitting bijstaan. Het slachtoffer komt echter niet van rechtswege in aanmerking voor toevoeging van een raadsman. Het slachtoffer zal dan zelf een aanvraag bij de Raad voor de Rechtsbijstand moeten indienen voor gesubsidieerde rechtsbijstand.
Art. 337 bepaalt in het tweede lid dat het slachtoffer een tolk mee kan brengen naar de terechtzitting, die hem aldaar kan bijstaan. Het slachtoffer draagt zelf de kosten.
Overgangsrecht
De beleidsregels in deze aanwijzing hebben gelding vanaf de datum van inwerkingtreding.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
Strafvordering
1. Uitgangspunten
2. Criteria voor het spreekrecht en kring van gerechtigden
3. Procedure spreekrecht
3a. Procedure in zaken van slachtoffers van preventief gehechte verdachten
3b. Procedure in zaken van slachtoffers van niet-preventief gehechte of geschorste verdachten
4. Spreekrecht en schriftelijke slachtofferverklaring
5. Procedure spreekrecht in hoger beroep
6. Spreekrecht en slachtoffergesprek met officier van justitie / advocaat-generaal
7. Spreekrecht en snelrecht (bij veelplegers)
8. Overige bepalingen
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht