Let op. Deze wet is vervallen op 1 oktober 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 september 2010.

Aanwijzing TBS met voorwaarden

Uitgebreide informatie
Aanwijzing TBS met voorwaarden
Achtergrond
Op 2 oktober 1997 is de zogenaamde tbs met voorwaarden ingevoerd, ter vervanging van de tbs met aanwijzing. Tevens is toen de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging ingevoerd, waardoor de rechter de mogelijkheid heeft gekregen om bij een tbs met dwangverpleging de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen.
Bij een tbs met voorwaarden kunnen de voorwaarden onder meer inhouden dat de ter beschikking gestelde zich laat behandelen in een psychiatrisch ziekenhuis of zich onderwerpt aan een ambulante behandeling. Deze modaliteit geeft de rechter de mogelijkheid binnen het kader van de tbs-maatregel af te wijken van het zwaarste middel dat hij tot zijn beschikking heeft: tbs met dwangverpleging. De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging geeft de rechter de mogelijkheid geleidelijk de tbs met dwangverpleging geheel te beëindigen.
Zowel bij de tbs met voorwaarden als bij de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging speelt de reclassering bij het adviseren over en formuleren van te stellen voorwaarden een centrale rol. Wanneer er een tbs met voorwaarden wordt opgelegd of wanneer de dwangverpleging voorwaardelijk wordt beëindigd, speelt de reclassering ook een centrale rol bij de tenuitvoerlegging. De reclassering controleert of veroordeelde zich aan de voorwaarden houdt en informeert het Openbaar Ministerie over de voortgang en eventuele niet-naleving van de voorwaarden.
Samenvatting
In deze aanwijzing wordt de procedure beschreven die het Openbaar Ministerie moet hanteren wanneer het voornemens is om in een concrete zaak de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden, dus zonder bevel tot verpleging van overheidswege, te vorderen alsmede wanneer het voornemens is om een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging te vorderen. Tevens wordt in deze aanwijzing de procedure beschreven die door het OM gevolgd moet worden wanneer een veroordeelde zich niet aan de opgelegde voorwaarden houdt.
Pro justitia onderzoek
De verdachte die zich in voorlopige hechtenis bevindt ter zake een ernstig strafbaar feit waarvoor de tbs-maatregel kan worden opgelegd, kan worden onderworpen aan een pro justitia onderzoek. In de regel zal de Forensisch Psychiatrische Dienst (FPD) al in een voorlopige rapportage gericht tot de rechter-commissaris of de officier van justitie hebben aangegeven dat een onderzoek naar de geestvermogens van verdachte geïndiceerd is.
Zowel de officier van justitie ( art 151 WvSv) als de rechter-commissaris ( art 227 WvSv) kan een of meer deskundigen benoemen in het kader van een onderzoek naar de geestvermogens van de verdachte. Indien de officier van justitie of de rechter-commissaris van oordeel is dat het onderzoek niet op voldoende andere wijze kan plaatsvinden, kan de rechter-commissaris op vordering van de officier van justitie, op verzoek van de verdediging of ambtshalve bevelen dat de verdachte ter observatie zal worden overgebracht naar een daartoe bestemde observatiekliniek ( art. 196 WvSv). In de meeste gevallen vindt een dergelijk onderzoek plaats in het Pieter Baan Centrum (PBC).
De adviseringsfase
Wanneer de deskundigen in hun rapport oplegging van de maatregel tbs met voorwaarden adviseren, wordt de volgende procedure gevolgd:
a. De officier van justitie draagt in een zo vroeg mogelijk stadium de reclassering op om in een maatregelrapportage aan te geven of de reclassering begeleidingsmogelijkheden ziet in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden en zo ja, welke voorwaarden gesteld zouden moeten worden wanneer de rechter inderdaad een tbs met voorwaarden oplegt. De zaak is pas ‘zittingsrijp’ wanneer er een maatregelrapportage beschikbaar is waarin ofwel de te stellen voorwaarden worden genoemd ofwel de reclassering aangeeft geen invulling te kunnen geven aan een tbs met voorwaarden. In dat laatste geval zal de officier van justitie moeten afzien van het vorderen van tbs met voorwaarden.
b. Wanneer de officier van justitie of de rechtbank tijdens de behandeling van de zaak tot de (voorlopige) conclusie is gekomen dat een tbs met voorwaarden wel degelijk geïndiceerd is, dient de reclassering alsnog te worden opgedragen om een maatregelrapportage uit te brengen. Deze rapportage dient ofwel de te stellen voorwaarden te bevatten ofwel de conclusie dat de reclassering geen invulling kan geven aan een tbs met voorwaarden. In dat laatste geval zal de officier van justitie moeten afzien van het vorderen van tbs met voorwaarden.
De officier van justitie vordert dus geen tbs met voorwaarden indien:
er geen maatregelrapportage beschikbaar is van de reclassering, of
er wel een maatregelrapportage beschikbaar is van de reclassering, maar de reclassering aangegeven heeft geen mogelijkheden voor begeleiding te zien.
Zonder begeleiding van de reclassering is het vorderen van deze sanctie in het licht van de veiligheid van de samenleving niet verantwoord.
In hoger beroep gelden dezelfde procedures. Waar rechtbank staat, moet gerechtshof worden gelezen en waar officier van justitie staat, moet advocaat-generaal worden gelezen.
I.1. (Aansluitende) tenuitvoerlegging van de tbs met voorwaarden
De rechtbank kan tbs met voorwaarden opleggen, al dan niet gecombineerd met een gevangenisstraf van ten hoogste drie jaar ( art. 38, tweede lid, WvSr). Nadat de tbs-gestelde de eventuele gevangenisstraf heeft ondergaan, wordt de tbs met voorwaarden aansluitend ten uitvoer gelegd.
De executie-officier van justitie / tbs-officier van justitie van het executerend parket houdt toezicht op de naleving van de gestelde voorwaarden ( art. 38a, derde lid, WvSr).
De reclassering rapporteert aan de officier van justitie en aan de afdeling Individuele tbs-Zaken van DJI elke drie maanden over de naleving van de voorwaarden ( art. 69 Reglement verpleging ter beschikking gestelden).
Gedurende de tenuitvoerlegging kan op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de ter beschikking gestelde of zijn raadsman, de rechter de voorwaarden aanvullen, wijzigen of opheffen, of een andere instelling met het toezicht belasten ( art 38b WvSr). De reclassering kan het OM een voorstel doen tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden ( art. 70 Reglement verpleging ter beschikking gestelden).
I.2.1. Niet-naleving van de voorwaarden
De reclassering is belast met het verlenen van hulp en steun en het OM met het toezicht op de naleving van de voorwaarden. De reclassering heeft dus de taak om problemen bij de naleving van de voorwaarden te signaleren en hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk te berichten aan zowel de Minister van Justitie, in casu de afdeling Individuele tbs-Zaken van DJI, als aan het OM (zie ook hoofdstuk 17 Reglement verpleging ter beschikking gestelden).
Wanneer een voorwaarde niet wordt nageleefd of indien het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen dwangverpleging eist, stelt de reclassering de executie-officier van justitie en de tbs-officier van justitie van het executerende parket en de executie-officier van justitie van het parket waaronder het woon- of verblijfadres van de veroordeelde valt, hiervan onverwijld op de hoogte. De executie-officier van justitie en de tbs-officier van justitie van het executerende parket bepalen in onderling overleg welke stappen er vervolgens gezet dienen te worden.
I.2.2. Vordering
Wanneer de executie-officier /de tbs-officier naar aanleiding van het bericht van de reclassering dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden houdt, tot de conclusie komt dat hij een vordering ex artikel 38c WvSr (een vordering dat veroordeelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd) zal indienen, draagt hij de politie op veroordeelde aan te houden. De officier van justitie dient na aanhouding van de veroordeelde een vordering tot voorlopige verpleging in bij de rechter-commissaris ( art 509i WvSv). Wanneer die vordering wordt toegewezen, ziet de officier van justitie er op toe dat de vordering ex artikel 38c WvSr ten spoedigste en in ieder geval binnen een maand door de rechtbank wordt behandeld ( art. 509j lid 5 WvSv).
II. De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging
Wanneer in (één van) de adviezen als bedoeld in artikel 509o WvSv geadviseerd wordt om de dwangverpleging voorwaardelijk te beëindigen, of wanneer de rechtbank tijdens de behandeling van de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging tot de conclusie komt dat onderzocht moet worden of de dwangverpleging voorwaardelijk kan worden beëindigd, draagt de tbs-officier van justitie de reclassering op een rapport uit te brengen waarin ofwel de te stellen voorwaarden worden genoemd, ofwel geconcludeerd wordt dat de reclassering geen invulling kan geven aan een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging.
De officier van justitie heeft het toezicht op de naleving van de gestelde voorwaarden ( art. 38a, derde lid jo. art. 38g WvSr).
De reclassering rapporteert aan de officier van justitie en aan de afdeling Individuele tbs-Zaken van DJI elke drie maanden over de naleving van de voorwaarden.
Gedurende de tenuitvoerlegging kan op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de ter beschikking gestelde of zijn raadsman, de rechter de voorwaarden aanvullen, wijzigen of opheffen, of een andere instelling met het toezicht belasten ( art 38i WvSr). De reclassering kan het OM een voorstel doen tot wijziging, aanvulling of opheffing van de voorwaarden ( art. 70 Reglement verpleging ter beschikking gestelden).
II.1.1. Niet-naleving van de voorwaarden
Wanneer de rechtbank of het Gerechtshof Arnhem de dwangverpleging voorwaardelijk beëindigt, is de rol van de reclassering en het OM vervolgens identiek aan de rol bij een tbs met voorwaarden (zonder dwangverpleging) als omschreven onder I.2. Constateert de reclassering dat een van de voorwaarden niet is nageleefd of dat anderszins het belang van de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen of goederen de hervatting van de dwangverpleging vereist, dan is de procedure als omschreven onder I.2.1. van overeenkomstige toepassing.
II.1.2. Vordering
Wanneer de executie-/-tbs officier van justitie naar aanleiding van het bericht van de reclassering dat de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden houdt of dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de hervatting van de dwangverpleging eist, tot de conclusie komt dat hij een vordering ex artikel 38k WvSr (een vordering tot hervatting van de verpleging van overheidswege) zal indienen, draagt hij de politie op veroordeelde aan te houden. De officier van justitie dient na aanhouding van de veroordeelde een vordering tot hervatting van de verpleging in bij de rechter-commissaris ( art 509i WvSV). Wanneer die vordering wordt toegewezen, ziet de officier van justitie er op toe dat de vordering ex artikel 38k WvSr ten spoedigste en in ieder geval binnen een maand door de rechtbank wordt behandeld ( art. 509j lid 5 WvSv).
Overgangsrecht
Deze aanwijzing is geldig met onmiddellijke ingang van de datum van inwerkingtreding.
Inhoudsopgave
Achtergrond
Samenvatting
I. De tbs met voorwaarden
Pro justitia onderzoek
De adviseringsfase
De executie
I.1. (Aansluitende) tenuitvoerlegging van de tbs met voorwaarden
I.2. Procedure bij niet-naleving van de voorwaarden van de tbs met voorwaarden of indien het belang van de veiligheid dwangverpleging vereist
I.2.1. Niet-naleving van de voorwaarden
I.2.2. Vordering
II. De voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging
II.1. Procedure bij niet-naleving van de voorwaarden in geval van voorwaardelijke beëindiging of indien het belang van de veiligheid dwangverpleging vereist
II.1.1. Niet-naleving van de voorwaarden
II.1.2. Vordering
Overgangsrecht
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht