Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2010. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2010.

Artikel 4 Aanwijzing wet justitiële en strafvorderlijke gegevens 2008

Uitgebreide informatie
4. De ontvangers
Op basis van art. 39f lid 1 Wjsg kunnen voor de aldaar genoemde doelen in ieder geval aan de volgende personen en instanties strafvorderlijke gegevens worden verstrekt.
Categorieën gemarkeerd met een , zijn standaardverstrekkingen, zie hoofdstuk IV § 6.a. het voorkomen en opsporen van strafbare feiten
Ten behoeve van het voorkomen en opsporen van strafbare feiten kunnen daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I KNVB en buitenlandse voetbalorganisaties;
II Hulpverleningsinstanties op het terrein van de criminaliteitspreventie;
III Ambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 Sv;
IV Burgemeesters, Commissarissen der Koningin, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
V Overheidsinstellingen (anders dan genoemd onder IV) en de particuliere werkgever als het gaat om bepaalde ‘gevoelige’ bedrijven/ instellingen (zoals bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en transport, telecommunicatie en internet, beveiliging, financiën, onderzoek, onderwijs, kinderactiviteiten, energie, voedselvoorziening, kunst en oudheden);
VI Dienst voor het Wegverkeer;
VII (Openbaar-)vervoersbedrijven.b. het handhaven van de orde en veiligheid
Ten behoeve van het handhaven van de orde en veiligheid kunnen daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I KNVB en buitenlandse voetbalorganisaties;
II Burgemeesters, Commissarissen der Koningin, en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
III Overheidsinstellingen (anders dan genoemd onder II) en de particuliere werkgever als het gaat om bepaalde ‘gevoelige’ bedrijven/ instellingen (zoals bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en transport, telecommunicatie en internet, beveiliging, financiën, onderzoek, onderwijs, kinderactiviteiten, energie, voedselvoorziening, kunst en oudheden);
IV Ambtenaren als bedoeld in art. 3 Politiewet 1993 en ambtenaren van de Koninklijke marechaussee;
V Verhuurders van woningen;
VI Nutsbedrijven;
VII (Openbaar-)vervoersbedrijven.c. het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving
Ten behoeve van het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving kunnen de daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I Bestuursorganen (waaronder de Belastingdienst, bedrijfsverenigingen, uitkeringsinstanties, subsidieverstrekkers, inspecties, bijzondere opsporingsdiensten, De Nederlandse Bank, Stichting Autoriteit Financiële Markten, de Pensioen- en Verzekeringskamer);
II OLAF (Office Européen De Lutte Anti-Fraude / Europees Bureau voor fraudebestrijding);
III Curatoren (ten behoeve van een correcte afwikkeling van een faillissement in geval van faillissementsfraude);
IV Bewindvoerders voorzover het strafbare feiten betreft waarvan de inhoud raakt aan de wettelijke verplichtingen van de onder bewind gestelde c.q. van de bewindvoerder;
V Toezichthouders als bedoeld in artikel 5:11 Algemene wet bestuursrecht (Awb).d. het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing
Ten behoeve van het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing kunnen de daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I Alle (lokale) overheidsinstanties (voor zover geen bijzondere wettelijke bepaling van kracht is)e. het beoordelen van de noodzaak tot het treffen van een rechtspositionele of tuchtrechtelijke maatregel
Ten behoeve van de beoordeling van de vraag of een rechtspositionele dan wel tuchtrechtelijke maatregel moet worden getroffen tegen een werknemer, vrijwilliger of een lid van een beroepsgroep, die wordt verdacht van een misdrijf waarvan duidelijk is dat twijfels kunnen doen rijzen over zijn behoorlijk (beroepsmatig) functioneren, dan wel ten aanzien van wie is gebleken van handelen dat gevaarzetting voor anderen oplevert of de integriteit van de overheid aantast, kunnen over betrokkene strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan tenminste de volgende instanties:
I De (semi-)overheid als werkgever;
II Werkgevers van ambtenaren als bedoeld in artikel 142 Sv
III EU-instellingen en internationale organisaties (zoals bijvoorbeeld de NAVO);
IV De particuliere werkgever als het gaat om bepaalde ‘gevoelige’ bedrijven/ instellingen (zoals bijvoorbeeld op het gebied van vervoer en transport, telecommunicatie en internet, beveiliging, financiën, onderzoek, onderwijs, kinderactiviteiten, energie, voedselvoorziening, kunst en oudheden);
IV Instanties belast met toezicht op vrije beroepen, zoals de (plaatselijke) Deken van de Orde van Advocaten en de Inspectie voor de gezondheidszorg.f. het verlenen van hulp aan slachtoffers en anderen die bij een strafbaar feit betrokken zijn
f.1. Voorzover noodzakelijk voor het verlenen van hulp aan slachtoffers en anderen die bij een strafbaar feit betrokken zijn, kunnen daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I Slachtoffers en anderen die bij een strafbaar feit betrokken zijn;
II Bureau Slachtofferhulp;
III Ambtenaren als bedoeld in de artikelen 141 en 142 Sv;
IV Bureau maatschappelijk werk;
V Raad voor de Kinderbescherming;
VI Vertrouwensartsen;
VII Gezondheidsdiensten en – instellingen;
VIII Buro’s voor Jeugdzorg (voorheen stichting Jeugdzorg).
f.2. Ten behoeve van de vergoeding aan het slachtoffer van de schade, die is ontstaan als gevolg van een strafbaar feit, kunnen de daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan:
I Degenen die rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van een strafbaar feit, voor zover geen sprake is van een geval waarop artikel 51d Sv betrekking heeft;
II Verzekeraars van direct betrokkenen;
III Uitkeringsinstanties;
IV Stichting Processen-Verbaal, met inachtneming van de Aanwijzing Verkeersongevallen;
V Buma/Stemra in geval van overtredingen van intellectuele eigendomsrechten;
VI ARBO-Diensten;
VII Ambtenaren als bedoeld in artikel 3 van de Politiewet en ambtenaren van de Koninklijke Marechaussee.g. voorzover noodzakelijk voor de verwezelijking van de in § 4 a) – f) genoemde doeleinden kunnen daarvoor benodigde strafvorderlijke gegevens worden verstrekt aan samenwerkingsverbanden.
Zie hierover nader de bijlage bij deze aanwijzing.
Inhoudsopgave
I. Samenvatting
II. Achtergrond
Belangrijkste paragrafen
III. Bevoegdheidsverdeling
Het College van procureurs-generaal
IV. Verstrekking van informatie aan derden voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden
1. Inleiding
2. Beginselen bij informatieverstrekking
3. Beoordelingsstructuur
4. De ontvangers
5. Verstrekking aan overige ontvangers
6. Rol van de helpdesk en de privacymedewerkers bij de dienstonderdelen
Rol van de helpdesk privacy PaG
Rol van de privacymedewerkers bij de dienstonderdelen
V. Vestrekking op basis van art. 39g jo. art. 14 Wjsg (wettelijke restcategorie)
1. Inleiding
2. Voorwaarden
Toelichting
3. Procedure
4. Verantwoordelijkheden
VI. Rechten van betrokkene op inzage
VII. Rechtsbescherming
betrokkene
VIII. Wettelijke verplichting tot verstrekking van informatie
1. Inleiding
2. Beoordeling
3. Voorbeelden
IX. Bijzondere onderwerpen
1. Wetenschappelijk onderzoek
2. Verantwoordelijkheid ten aanzien van verstrekking uit politieregisters
3. Verstrekking van afschriften van strafbeschikkingen
4. Verstrekking van vonnissen
5. Uitzonderingen op beginsel ‘niet verstrekken bij sepot of vrijspraak’
6. Inzageverzoeken ten aanzien van gegevens van overledenen
7. Historische overzichten
8. Tijdelijke registers
9. Gerechtelijk vooronderzoek
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht