Circulaire van 8 april 1992
De evaluatie van de Wet openbaarheid van bestuur ( Stb. 1978, 581) heeft geleid tot een heroriëntatie op het samenstel van regelingen inzake de openbaarheid van bestuur. Gekozen is voor het zoveel mogelijk ineenschuiven van de wet, het Besluit openbaarheid van bestuur ( Stb. 1979, 590), de Aanwijzingen inzake Openbaarheid van bestuur, vastgesteld bij besluit van de Minister-President van 21 december 1979, nr. 292146, Staatscourant 1980, nr. 6 gerectificeerd bij Stcrt. 1980, nr. 11, en de uitvoeringsregelingen bij de ministeries. De openbaarheid van bestuur is thans materieel zoveel mogelijk geregeld in een vernieuwde Wet openbaarheid van bestuur ( Stb. 1991, 703), hierna te noemen de WOB. De WOB voorziet in artikel 14, onder a, in de mogelijkheid dat voor de centrale overheid bij Algemene Aanwijzingen voor de Rijksdienst nadere regels worden gesteld met betrekking tot de uitvoering en de toepassing van de wet.
De WOB maakt aanwijzingen van een beperktere strekking mogelijk dan de aanwijzingen ter uitvoering van de vervallen wet. In tegenstelling tot die laatste aanwijzingen bevatten de nieuwe aanwijzingen geen herhaling van wat al in de WOB is geregeld.
De aanwijzingen hebben betrekking op de toepassing van de WOB door de ministers en de onder hun verantwoordelijkheid werkzame instelling, diensten en bedrijven. Zij bevatten slechts procedurele voorschriften met betrekking tot het tot stand brengen van ministeriële uitvoeringsregelingen waarin de voorschriften betreffende de toepassing van de wet zijn neergelegd. De aanwijzingen beogen de totstandkoming van geharmoniseerde uitvoeringsregelingen bij de ministeries te bevorderen. Zij verplichten de ministers tot het vaststellen van een regeling aan de hand van een bij de aanwijzingen behorende modelregeling. De regelingen dienen in ieder geval de in het model opgenomen onderwerpen te regelen. Met de modelregeling wordt bereikt dat in tegenstelling tot de huidige situatie alle uitvoeringsregelingen eenzelfde formele grondslag krijgen.
1
De ministers stellen ieder voor het onder hun verantwoordelijkheid vallende ministerie een regeling ter uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur ( Stb. 1991, 703) vast, hierna te noemen: de regeling.
2
De regeling dient in ieder geval de elementen te bevatten die zijn opgenomen in de bij deze aanwijzingen behorende modelregeling.
3
Zoveel als mogelijk dient de regeling de tekst van het model te volgen.
4
De ministers kunnen ter zake van de uitvoering van de Wet openbaarheid van bestuur in de regeling onderwerpen gedetailleerder regelen danwel andere onderwerpen in de regeling opnemen.
5
Over inhoudelijke afwijkingen van het model dient vooraf te worden overlegd met de minister-president, Minister van Algemene Zaken.
Inhoudsopgave
1
2
3
4
5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht