Besluit van de Minister van Justitie van 16 december 2003, kenmerk 5260247/DBZ/03, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de dienst Stadstoezicht van de gemeente Rotterdam
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van de algemeen directeur van de dienst Stadstoezicht van de gemeente Rotterdam;
Gelet op:
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;
– artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
– artikel 142, eerste lid, onder b en c, en het derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
– het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
[Wijzigt het besluit buitengewoon opsporingsambtenaar dienst Stadstoezicht Rotterdam 2003]
Artikel 2
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst van de dienst Stadstoezicht Rotterdam de functie van reinigingsagent vervullen, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van onderhavige besluit.
Dit besluit treed in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag, 16 december 2003
De van Justitie
Minister
namens deze:
de
coördinator Buitengewoon opsporingsambtenaar
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht