Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 9 februari 2009, nr. DGM/K&L2009006710, houdende regels inzake aanwijzing van investeringen die in het belang zijn van het Nederlandse milieu (Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen)
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën en na overleg met de Ministers van Economische Zaken en, voor zover het betreft artikel 2, van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
Gelet op de artikelen 3.31, tweede lid, en 3.42a, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001;
Besluit:
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
Algemene Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187);
generiek bedrijfsmiddel: bedrijfsmiddel waarbij alleen een bepaalde milieuprestatie wordt vereist en het middel niet specifiek wordt omschreven;
kmo: kleine of middelgrote onderneming in de zin van bijlage I van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening en Visserij Groepsvrijstellingsverordening;
Landbouw Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 193);
staatssteun: staatssteun, als bedoeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
Visserij Groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 396);
verordening (EU) nr. 508/2014: Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 2328/2003, (EG) nr. 861/2006, (EG) nr. 1198/2006 en (EG) nr. 791/2007 van de Raad en Verordening (EU) nr. 1255/2011 van het Europees Parlement en de Raad (Pb EU 2014, L 149).
Artikel 1a. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen
Als milieubedrijfsmiddelen als bedoeld in artikel 3.31, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, indien:
a. zij in overeenstemming zijn met de bestemming die voor die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan is aangegeven in de bijlage bij deze regeling;
b. zij niet eerder zijn gebruikt;
c. zij bestaan uit de in de bijlage bij deze regeling met betrekking tot die bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan genoemde bestanddelen;
d. zij gericht zijn op de verbetering van het natuurlijke milieu of het dierenwelzijn, en
e. zij, indien het bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan in landbouwbedrijven betreft, niet gericht zijn op een productieverhoging waarvoor op de markt geen normale afzetmogelijkheden kunnen worden gevonden.
Artikel 2. Milieu-investeringsaftrek
Als investeringen, behorend tot categorie I, II respectievelijk III, in het belang van de bescherming van het Nederlandse milieu als bedoeld in artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 worden aangewezen de investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, die zijn opgenomen in de bijlage bij deze regeling en die voldoen aan de in artikel 1a, onderdelen a tot en met e, genoemde voorwaarden.
Artikel 2a. Afwijkingsgronden
In afwijking van de artikelen 1a en 2 worden bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, dan wel investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan niet aangewezen indien:
a. daardoor vanwege toekenning van staatssteun door de overheid of de Europese Commissie op grond van deze regeling en uit andere hoofde, een zodanig voordeel zou worden verstrekt, dat het totale toegestane voordeel dat op grond van regelgeving van de Europese Unie mag worden verstrekt, wordt overschreden;
b. de investering wordt gedaan door een onderneming ten aanzien waarvan een bevel tot terugvordering uitstaat, overeenkomstig artikel 1 vierde lid, onderdelen a en b, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, vijfde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, derde lid, onderdeel e van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, of
c. de investering wordt gedaan door een onderneming in moeilijkheden, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, onderdeel c, van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, artikel 1, zesde lid, van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening of artikel 1, derde lid, onderdeel d van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening.
Artikel 3. Uitzondering
Investeringen in bedrijfsmiddelen of onderdelen daarvan, opgenomen in de bijlage bij deze regeling, komen voor niet meer dan € 25 miljoen in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek en willekeurige afschrijving.
1.
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de primaire landbouwproductie, meer bedraagt dan € 60.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Milieu de gegevens, genoemd in bijlage III van de Landbouw Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
2.
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die actief is in de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 30.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Milieu de gegevens, genoemd in bijlage III van de Visserij Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
3.
Ingeval de staatssteun, die op grond van deze regeling wordt verkregen voor een investering in een aangewezen bedrijfsmiddel door een begunstigde die niet actief is in de primaire landbouwproductie of de productie, verwerking en afzet van visserij- en aquacultuurproducten, meer bedraagt dan € 500.000, maakt de Minister van Infrastructuur en Milieu de gegevens, genoemd in bijlage III van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, bekend.
Artikel 4. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2009.
Artikel 5. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Aanwijzingsregeling willekeurige afschrijving en investeringsaftrek milieu-investeringen 2009.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 9 februari 2009
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1. Begripsbepalingen
Artikel 1a. Willekeurige afschrijving milieu-investeringen
Artikel 2. Milieu-investeringsaftrek
Artikel 2a. Afwijkingsgronden
Artikel 3. Uitzondering
Artikel 3a. Transparantie
Artikel 4. Inwerkingtreding
Artikel 5. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht