Additioneel Protocol bij het Internationale Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart "EUROCONTROL"
(authentiek: nl)
De Staten welke partij zijn bij het op 13 december 1960 te Brussel ondertekende Internationale Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL”, hierna genoemd „het Verdrag”, waarbij de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart „EUROCONTROL”, hierna genoemd „de Organisatie” is opgericht,
Zijn overeengekomen als volgt:
1.
Onverminderd de in de artikelen 19 en 20 van het Verdrag voorziene vrijstellingen treffen de Regeringen van de Lid-Staten, wanneer de Organisatie in het kader van haar officiële werkzaamheden belangrijke zaken verwerft of gebruik maakt van diensten van belangrijke waarde, terzake waarvan indirecte rechten of belastingen met inbegrip van zodanige bij invoer geheven rechten en belastingen, voor zover zij niet onder art. 20, lid 1, van het Verdrag vallen, geheven zijn of kunnen worden, zo mogelijk, passende maatregelen om de gevolgen van bedoelde rechten en belastingen voor de Organisatie weg te nemen door een aanpassing van de financiële bijdragen welke aan de Organisatie worden verstrekt dan wel door vrijstelling of teruggave aan de Organisatie van het bedrag van de indirecte rechten en belastingen.
2.
Met betrekking tot betalingen van de Organisatie aan Lid-Staten wegens investeringen door die Staten verricht, dragen, voor zover de kosten daarvan door de Organisatie moeten worden vergoed, deze Staten zorg dat in hun opgave van de desbetreffende bedragen aan de Organisatie geen rechten of belastingen zijn begrepen waarvan de Organisatie zou zijn vrijgesteld of die zij zou terugontvangen dan wel welke aanleiding tot een aanpassing van de financiële bijdragen aan de Organisatie zouden geven, indien de Organisatie zelf deze investeringen zou hebben gedaan.
3.
Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor rechten of belastingen die niet anders zijn dan vergoedingen wegens algemene door de overheid verrichte diensten.
Artikel 2
De door de Organisatie verworven zaken waarop artikel 1, eerste lid, van toepassing is, kunnen slechts worden verkocht of afgestaan op de voorwaarden, gesteld door de Regeringen van de betrokken Staten.
1.
De Directeur-generaal van het Agentschap, de personeelsleden van de Organisatie, alsmede de Permanent gedelegeerde worden binnen een termijn van een jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze bepaling overeenkomstig de door de Permanente Commissie gestelde regels en voorwaarden onderworpen aan een belasting ten bate van de Organisatie op de hen door deze Organisatie betaalde salarissen en lonen. Vanaf de datum van toepassing van deze belasting worden de salarissen en lonen vrijgesteld van nationale inkomstenbelasting. De Verdragsluitende Staten kunnen de aldus vrijgestelde salarissen en lonen echter in aanmerking nemen bij de vaststelling van de voor de overige inkomsten geldende belasting.
2.
Lid 1 is niet van toepassing op de door de Organisatie betaalde pensioenen en soortgelijke uitkeringen.
3.
Naam, hoedanigheid en adres, evenals de bezoldiging en, in voorkomend geval, het pensioen van de werknemers en voormalige werknemers op wie de leden 1 en 2 van dit artikel van toepassing zijn, worden op gezette tijden aan de verdragsluitende Staten medegedeeld.
Artikel 4
Voor de toepassing van dit Protocol handelt de Organisatie in overeenstemming met de verantwoordelijke autoriteiten van de betrokken Lid-Staten.
Artikel 5
Ieder geschil dat tussen de Verdragsluitende Partijen of tussen de Verdragsluitende Partijen en de Organisatie, vertegenwoordigd door de Commissie, mocht ontstaan ten aanzien van de uitlegging of toepassing van dit Protocol zal overeenkomstig de in artikel 31 van het Verdrag bedoelde procedure worden opgelost.
Artikel 6
Dit Protocol blijft van kracht zolang het Verdrag van kracht blijft.
1.
Dit Protocol dient te worden bekrachtigd.
2.
De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België.
3.
Het Protocol treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging van de ondertekenende Staat, Partij zijnde bij het Verdrag, die het laatst hiertoe is overgegaan.
4.
De Regering van het Koninkrijk België zal de Regeringen van de andere ondertekenende Staten die Partij zijn bij het Verdrag in kennis stellen van elke nederlegging van een akte van bekrachtiging en van de datum van inwerkingtreding.
1.
Tot dit Protocol kan worden toegetreden door elke nietondertekenende Staat die overeenkomstig artikel 41 van het Verdrag om toetreding tot het Verdrag verzoekt.
2.
De in genoemd artikel 41 bedoelde goedkeuring van de Commissie is afhankelijk van de toetreding van de betrokken Staat tot dit Protocol.
3.
De akte van toetreding tot dit Protocol wordt tegelijk met de akte van toetreding tot het Verdrag nedergelegd bij de Regering van het Koninkrijk België, die de Regeringen van de andere ondertekenende en toetredende Staten hiervan in kennis zal stellen.
4.
De toetreding tot dit Protocol wordt van kracht op dezelfde datum als de toetreding tot het Verdrag.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende Gevolmachtigden, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, dit Protocol hebben ondertekend en van hun zegel hebben voorzien.
GEDAAN te Brussel op 6 juli 1970, in de Nederlandse, Duitse, Engelse en Franse taal, in een enkel exemplaar dat blijft berusten in het archief van de Regering van het Koninkrijk België, die een gewaarmerkt afschrift hiervan zal doen toekomen aan alle ondertekenende Staten. In geval van afwijking tussen de teksten is de Franse tekst doorslaggevend.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht