1.
De ambtenaar heeft jaarlijks aanspraak op vakantie met behoud van zijn volle bezoldiging.
2.
De aanspraak op vakantie wordt uitgedrukt in hele uren.
3.
De omvang van de aanspraak op vakantie is afhankelijk van:
a. de leeftijd van de ambtenaar;
b. de werktijd van de ambtenaar.
4.
Voor de ambtenaar met volledige werktijd bedraagt de aanspraak op vakantie 165,6 uren per kalenderjaar. Onder volledige werktijd wordt verstaan een werktijd welke gemiddeld 36 werkuren per week omvat.
5.
De op grond van het vierde lid geldende aanspraak op vakantie wordt verhoogd volgens onderstaande tabel, afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt:
6.
De ingevolge het vierde en vijfde lid geldende aanspraak op vakantie wordt vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
7.
Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar, wordt de aanspraak op vakantie vastgesteld naar evenredigheid van de dienst, die hij in dat jaar verricht heeft of zal verrichten.
8.
Indien de werktijd van de ambtenaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over een eventueel resterend gedeelte van het desbetreffende kalenderjaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe werktijd. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de werktijd verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd gehandhaafd.
9.
Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling in het geheel geen dienst verricht, heeft hij geen aanspraak op vakantie.
Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in afwijking van de voor hem geldende werktijdregeling gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van de werktijd waarop hij volgens de werktijdregeling dienst verricht.
10.
Lid 9 is niet van toepassing, indien geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens:
a. genoten vakantie;
b. ziekte, voor zover de verhindering tot dienstverrichting korter duurt dan 26 weken, waarbij een hervatting van de dienstverrichting gedurende vier weken of minder geen nieuwe periode van 26 weken inluidt.
c. zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in artikel 62c, derde en vierde lid;
d. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen;
e. verlof verleend op basis van artikel 54, 56, 58, 60, 62aa of  62ab van dit besluit;
f. het minder uren werken op basis van de in artikel 34c van dit besluit bedoelde regels.
11.
In afwijking van het tiende lid, onder b, heeft de ambtenaar gedurende de periode dat artikel 75a, eerste lid, onderdeel i, q of r, toepassing vindt, geen aanspraak op vakantie.
12.
Met ingang van de dag dat de ambtenaar op grond van artikel 34a gedeeltelijk geen dienst verricht vervalt de in het vijfde lid bedoelde verhoging van de vakantieaanspraak.
13.
Indien het belang van de dienst zich daartegen niet verzet, kan het tot aanstelling bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar eenmaal per kalenderjaar zijn aanspraak op vakantie verlagen. Het aantal uren vakantie waarmee de aanspraak kan worden verlaagd bedraagt ten hoogste het aantal uren vakantie waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 144 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
14.
Aanvragen als bedoeld in het dertiende lid worden voor 1 november van het lopende kalenderjaar ingediend. Het bevoegd gezag geeft op of na 1 november gelijktijdig beschikkingen op de voor die datum ingediende aanvragen.
15.
De ambtenaar wordt voor elk uur vakantie waarmee zijn aanspraak op vakantie overeenkomstig het dertiende en zeventiende lid wordt verlaagd, een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat hij geniet op de door het tot aanstelling bevoegd gezag krachtens het veertiende lid vastgestelde datum.
16.
Indien de ambtenaar de vergoeding, genoemd in het vijftiende lid, volledig inzet ten behoeve van levensloopverlof, bedoeld in artikel 69a, bedraagt, in afwijking van het dertiende lid, het aantal uren waarmee de aanspraak op vakantie kan worden verlaagd ten hoogste het aantal uren waarop de ambtenaar over het desbetreffende kalenderjaar aanspraak heeft, verminderd met: 108 uur vermenigvuldigd met de voor de ambtenaar geldende arbeidsduurfactor. Zo nodig vindt afronding naar boven op hele uren plaats.
17.
Met inachtneming van de beperkingen die krachtens artikel 69a zijn gesteld aan het sparen voor levensloopverlof, verlaagt het bevoegd gezag op aanvraag van de ambtenaar het aantal vakantie-uren dat met toepassing van artikel 36, zevende en achtste lid, is overgeboekt, indien de vergoeding voor de uren waarmee de aanspraak op vakantie wordt verlaagd volledig wordt ingezet ten behoeve van levensloopverlof als bedoeld in artikel 69a. De ambtenaar doet de aanvraag gelijktijdig met de aanvraag om te sparen voor levensloopverlof.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk Ia. Elektronische berichtgeving
+ Hoofdstuk II. Aanstelling en loopbaanvorming
+ Hoofdstuk III. Bezoldiging
+ Hoofdstuk IV. Dienst- en Werktijden
- Hoofdstuk V. Vakantie en verlof
+ Hoofdstuk VI. Bedrijfsgeneeskundige begeleiding, rechten en verplichtingen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid
+ Hoofdstuk VII. Rechten en verplichtingen bij reorganisaties
+ Hoofdstuk VIIa. Overige rechten en verplichtingen van de ambtenaar
+ Hoofdstuk VIIb
+ Hoofdstuk VIII. Disciplinaire straffen
+ Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag
+ Hoofdstuk X. Het overleg met de centrales van verenigingen van ambtenaren
+ Hoofdstuk X A
+ Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken