1.
Het inkomen wordt verminderd met een bedrag ter grootte van de neveninkomsten die de ambtenaar geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de dag waarop zijn werktijd is teruggebracht.
2.
Wanneer de ambtenaar arbeid of bedrijf ter hand heeft genomen vóór de dag waarop zijn werktijd is teruggebracht en hij met ingang van of na die dag daaruit neveninkomsten of meer neveninkomsten gaat genieten, is het eerste lid van toepassing, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat die neveninkomsten of vermeerdering van neveninkomsten geen verband houden met verhoogde werkzaamheid.
3.
Het bedrag van de in het eerste en tweede lid bedoelde neveninkomsten, die op een maand betrekking hebben of aan een maand kunnen worden toegerekend, wordt in mindering gebracht op het inkomen over die maand. De vermindering bedraagt niet meer dan het verschil tussen het inkomen en het deeltijdsalaris.
4.
Neveninkomsten uit arbeid of bedrijf waarvoor reeds in verband met verleend buitengewoon verlof een inhouding op de bezoldiging van de ambtenaar plaatsvindt of een verlaging van de bezoldiging van de ambtenaar geldt, dan wel ter zake waarvan de ambtenaar een storting in 's Rijks kas verricht, zijn geen neveninkomsten uit arbeid of bedrijf in de zin van het eerste en tweede lid tot het bedrag van die inhouding, verlaging of storting.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht