Let op. Deze wet is vervallen op 19 juni 2012. U leest nu de tekst die gold op 18 juni 2012.

Archiefbeheersregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2009

Uitgebreide informatie
Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 26 mei 2009, nr. DDI/BO/09/161, tot vaststelling van regels voor het beheer van archiefbescheiden van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Archiefbeheersregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2009)
De Minister van Buitenlandse Zaken,
Gelet op artikel 14 van het Archiefbesluit 1995;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling en de daarop gebaseerde procedures en voorschriften wordt verstaan onder:
a. archief: het geheel van archiefbescheiden, ontvangen of opgemaakt door het ministerie,
b. archiefbescheiden:
bescheiden, ongeacht hun vorm, door het ministerie ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten;
bescheiden, ongeacht hun vorm, met overeenkomstige bestemming, ontvangen of opgemaakt door instellingen of personen, wier rechten of functies op het ministerie zijn overgegaan;
bescheiden, ongeacht hun vorm, welke als gevolg van overeenkomsten met of beschikkingen van het ministerie in een archiefbewaarplaats zijn opgenomen om daar te berusten; en
reproducties, ongeacht vorm, welke bij of krachtens de wet in de plaats zijn gesteld van de onder het eerste, tweede of derde lid bedoelde archiefbescheiden of welke op grond van artikel 7 van de wet zijn vervaardigd.
c. archiefbeheer: het geheel van werkzaamheden om archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen, te bewaren en beschikbaar te stellen,
d. archiefbeheerssysteem: het geheel van mensen, methoden, procedures, gegevensverzamelingen, programmatuur, apparatuur, voorzieningen en andere middelen, bestemd tot het beheer van archiefbescheiden,
e. archiefmedewerker: medewerker die is belast met archiefbeheer,
f. besluit: het Archiefbesluit 1995 ,
g. CBI: Centrum tot Bevordering van de Import uit ontwikkelingslanden, agentschap van het ministerie, gevestigd te Rotterdam,
h. chef de Poste: hoofd van een vertegenwoordiging van het Koninkrijk in het buitenland als bedoeld in artikel 7 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken,
i. DDI: Directie Documentaire Informatievoorziening,
j. departement: de verzameling organisatieonderdelen die als geheel het ministerie vormen, met uitzondering van de Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland,
k. deelarchief: het geheel van archiefbescheiden van een organisatieonderdeel,
m. document: geheel van samenhangende gegevens, vastgelegd op één of meer gegevensdragers,
n. dossiermap: een analoge of digitale houder om archiefbescheiden in hun onderlinge samenhang bijeen te houden,
o. gegeven: weergave van een feit, begrip of aanwijzing, geschikt voor overdracht, interpretatie of verwerking door een persoon of apparaat,
p. gegevensdrager: medium waarmee informatie kan worden overgebracht en opgeslagen, bv. papier, celluloid, elektromagnetische en optische media,
q. geordende staat: rangschikking van archiefbescheiden zoals beschreven op grond van procedures en voorschriften,
r. goede staat: zodanige staat van de gegevensdrager en de daarop vastgelegde informatie, alsmede een zodanig beheer dat raadpleging nu en in de toekomst mogelijk blijft,
s. informatie: gegevens verzamelt en uitgewerkt om te dienen als communicatie tussen personen,
t. medewerker: persoon bedoeld in artikel 8 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken, niet zijnde een archiefmedewerker,
u. metadata: gegevens die de context, inhoud, structuur en gedrag van archiefbescheiden en hun beheer door de tijd heen beschrijven,
v. minister: de Minister van Buitenlandse Zaken,
w. ministerie: het Ministerie van Buitenlandse Zaken,
x. ontsluiting: het in toegankelijke staat brengen van archiefbescheiden door het vervaardigen van toegangen en andere hulpmiddelen,
y. opheffing: organisatiewijziging waarbij taken van een organisatieonderdeel worden beëindigd of overgedragen aan een ander overheidsorgaan of rechtspersoon,
z. organisatieonderdeel: een onderdeel van het ministerie dat met toegewezen bevoegdheden en middelen één of meerdere taken uitvoert onder ministeriële verantwoordelijkheid en waarvoor een eigen deelarchief wordt gevormd,
aa. overdragen: het verplaatsen van het archiefbeheer naar een ander organisatieonderdeel van het ministerie,
bb. post: Nederlandse vertegenwoordiging in het buitenland als organisatieonderdeel van het ministerie,
cc. privatisering: situatie waarbij taken van een organisatieonderdeel worden overgedragen aan een persoon of organisatie die geen publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft,
dd. reorganisatie: organisatiewijziging waarbij taken van een organisatieonderdeel worden overgedragen aan een ander organisatieonderdeel, dan wel naar een persoon of organisatie buiten het ministerie die publiekrechtelijke rechtspersoonlijkheid heeft,
ee. taak: een opdracht, gebaseerd op algemene bestuursopdrachten, wet- en regelgeving, die gericht is op het realiseren van een doel voor het oplossen of verkleinen van een probleem van de omgeving (primaire taak) of op het mogelijk maken van het verrichten van deze eerstgenoemde taak (secundaire taak),
ff. toegankelijke staat: toestand waarbij archiefbescheiden zodanig zijn geordend en van ingangen zijn voorzien dat zij kunnen worden geraadpleegd,
gg. vernietigingstermijn: termijn gedurende welke archiefbescheiden op basis van een geldende selectielijst in goede, geordende en toegankelijke staat moeten worden gehouden alvorens te worden vernietigd of overgebracht,
hh. vervanging: reproductie van archiefbescheiden met als doel tot vernietiging van de oorspronkelijke archiefbescheiden over te kunnen gaan.
ii. wet: de Archiefwet 1995 , en
jj. zaak: eindigend complex van handelingen betreffende een bepaald geval of gebeurtenis.
1.
De minister is zorgdrager in de zin van artikel 1, onderdeel d, van de wet voor de archiefbescheiden van het ministerie en het CBI.
2.
Deze regeling is van toepassing op alle organisatieonderdelen van het ministerie.
3.
Indien een andere rechtspersoon namens de minister optreedt, berust de zorg voor de archiefbescheiden die in dat kader worden gevormd bij de minister.
4.
De zorg van de minister eindigt door overbrenging, vervreemding of vernietiging van de archiefbescheiden.
1.
De Secretaris-Generaal is verantwoordelijk voor het archiefbeheer van het ministerie.
2.
De Secretaris-Generaal, dan wel de plaatsvervangend Secretaris-Generaal:
a. Stelt (strategische) beleidskaders vast ten aanzien voor het archiefbeheer;
b. Stelt nadere regelgeving vast ten aanzien van het archiefbeheer;
c. Stelt voldoende en deskundige archiefmedewerkers aan;
d. Voorziet in voldoende en geschikte archiefruimtes;
e. Voorziet in voldoende financiële middelen voor archiefbeheer; en
f. Verstrekt op aanvraag van de Erfgoedinspectie gegevens met betrekking tot de staat van archiefbescheiden en de wijze waarop de zorg en het beheer vorm wordt gegeven door het ministerie.
1.
Directeuren en Chefs de Poste:
a. Zijn verantwoordelijk voor het archiefbeheer van het organisatieonderdeel overeenkomstig deze regeling en de daarop gebaseerde procedures en voorschriften;
b. Zien toe op de naleving van het gestelde in artikel 6;
c. Verstrekken juiste en volledige gegevens over het archiefbeheer aan de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, Directeur DDI en de Erfgoedinspectie; en
d. Verlenen medewerking aan onderzoek naar het archiefbeheer, ingesteld vanwege de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal, Directeur DDI en de Erfgoedinspectie.
2.
Directeuren sluiten een dienstverleningsovereenkomst met directeur DDI voor uitvoering van het archiefbeheer.
Artikel 5. Directeur DDI
Directeur DDI is verantwoordelijk voor:
a. Het voorbereiden en opstellen van (strategische) beleids-, kwaliteits- en toetsingskaders op het gebied van archiefbeheer en het bijdragen aan kennismanagement;
b. Het onderhouden van contacten, voeren van overleg en het vertegenwoordigen van het ministerie in departementale, interdepartementale en internationale gremia op het gebied van archiefbeheer;
c. Het formuleren van technische en functionele eisen die betrekking hebben op archiefbescheiden, het beheer van deze archiefbescheiden en de hulpmiddelen die hierbij gebruikt worden;
d. Het opstellen van de beheersregeling documentaire informatievoorziening, alsmede het opstellen, onderhouden en vaststellen van procedures en voorschriften ter nadere uitwerking van deze regeling;
e. Het houden van toezicht op de staat van archiefbescheiden van het ministerie en de wijze en kwaliteit van het archiefbeheer, opdat wordt voldaan aan wet- en regelgeving waaronder deze regeling en de daarop gebaseerde procedures en voorschriften en het hierover rapporteren aan de Secretaris-Generaal;
f. Het ondersteunen en adviseren van Chefs de Poste bij de inrichting en uitvoering van het archiefbeheer;
g. Uitvoering van het archiefbeheer op het departement overeenkomstig daartoe afgesloten dienstverleningsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, tweede lid;
h. Het beheren van de (centrale) archiefruimten van het departement;
i. Het opstellen, onderhouden en doen vaststellen van selectielijsten voor het ministerie; en
j. Het verzorgen van opleidingen voor medewerkers met taken op het gebied van archiefbeheer.
Artikel 6. Medewerkers
Medewerkers zijn verantwoordelijk voor het zo spoedig mogelijk na behandeling aanbieden aan het archief van inkomende documenten en kopieën van uitgaande documenten die zij gebruiken bij de uitvoering van hun werkzaamheden.
Artikel 7. Archiefmedewerkers
Archiefmedewerkers zijn verantwoordelijk voor het verrichten of laten verrichten van archiefbeheer.
1.
Registratie van bij het ministerie ingekomen respectievelijk uitgaande documenten vindt plaats door het desbetreffende organisatieonderdeel.
2.
Per organisatieonderdeel worden afspraken gemaakt over welke categorieën documenten worden geregistreerd en de gegevens die daarbij worden vastgelegd.
Artikel 9. Afdoening
De directeuren en Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor de afdoening van documenten binnen de gestelde termijn, dan wel binnen een redelijke termijn, een en ander met in achtneming van hetgeen gesteld in wet- en regelgeving.
1.
Dossiervorming vindt zaaksgewijs plaats. Alle archiefbescheiden die op één zaak betrekking hebben, worden samengevoegd in één dossiermap, tenzij dit niet doelmatig is.
2.
Dossiervorming geschiedt zodanig dat selectie voor bewaren of vernietigen kan plaatsvinden in overeenstemming met de in vastgestelde selectielijsten vermelde selectiecriteria.
3.
Dossierordening en -ontsluiting geschiedt op basis van vastgestelde procedures en voorschriften.
1.
Het archiefbeheerssysteem waarborgt de duurzaam toegankelijke staat van archiefbescheiden zodanig dat:
a. Elk archiefbescheid binnen een redelijke termijn kan worden teruggevonden; en
b. Elk archiefbescheid binnen een redelijke termijn leesbaar of waarneembaar te maken is.
2.
Dossiermappen worden geregistreerd met daarvoor door directeur DDI aangewezen hulpmiddelen.
3.
Van dossiermappen worden tenminste de volgende gegevens geregistreerd:
a. uniek identificatienummer;
b. organisatieonderdeel;
c. logische ordening;
d. dossieromschrijving;
e. looptijd; en
f. verblijfplaats.
1.
Directeuren en Chefs de Poste stellen op basis van geldende wet- en regelgeving procedures en voorschriften vast met betrekking tot het beschikbaar stellen van archiefbescheiden van hun organisatieonderdeel aan medewerkers van het ministerie.
2.
Archiefmedewerkers stellen, met inachtneming van de procedures en voorschriften genoemd in het eerste lid, archiefbescheiden beschikbaar aan geautoriseerde medewerkers van het ministerie.
3.
Van de beschikbaarstelling als bedoeld in het tweede lid wordt een administratie bijgehouden.
4.
Verwijdering van archiefbescheiden uit dossiermappen is uitsluitend toegestaan op basis van vastgestelde selectielijsten, door of namens de archiefmedewerkers.
1.
Archiefbescheiden worden door de directeur of Chef de Poste op verzoek aan derden ter beschikking gesteld, met in achtneming van toepasselijke wet- en regelgeving, in het bijzonder de Wet openbaarheid van bestuur .
2.
De behandeling van verzoeken tot beschikbaarstelling die betrekking hebben op politiek of anderszins gevoelige informatie wordt afgestemd met het desbetreffende organisatieonderdeel, de afdeling Bestuursrecht van de Directie Juridische Zaken en vervolgens aan de desbetreffende directeur of Chef de Poste voorgelegd.
3.
Indien het verzoek tot beschikbaarstelling wordt ingewilligd, kan de aanvrager de desbetreffende archiefbescheiden gedurende een periode van maximaal twee maanden tijdens kantooruren komen inzien.
4.
Indien de aard of mate van beschikbaarstelling of gebruik van de opgevraagde archiefbescheiden een ernstige bedreiging vormt voor hun toestand, is het mogelijk dat in plaats van de originele archiefbescheiden reproducties ter beschikking worden gesteld.
5.
Van de beschikbaarstelling als bedoeld in het eerste lid wordt een administratie bijgehouden.
1.
Afgesloten dossiers worden voorzien van een vernietigingstermijn op basis van vastgestelde selectielijsten.
2.
De bewaring of vernietiging van semi-statische archiefbescheiden waarin persoonsgegevens zijn opgenomen is gebaseerd op de voor de dossiers van toepassing zijnde selectielijsten.
1.
Directeur DDI is belast met het archiefbeheer van semi-statische archiefbescheiden die voor overbrenging naar het Nationaal Archief in aanmerking komen.
2.
De in het eerste lid genoemde semi-statische archiefbescheiden worden daartoe overgedragen aan Directeur DDI en ondergebracht in de centrale archiefruimte van het departement of andere door directeur DDI aangewezen archiefruimten.
3.
Overdracht van semi-statische archiefbescheiden geschiedt op basis van door directeur DDI vastgestelde procedures en voorschriften.
4.
Van de overdracht wordt een verklaring opgemaakt die een specificatie bevat van de overgedragen semi-statische archiefbescheiden.
1.
Archiefbescheiden worden uitsluitend vernietigd indien:
a. Dit gebeurt overeenkomstig een geldende selectielijst;
b. Er spraken is van noodvernietiging als bedoeld in artikel 20;
c. Archiefbescheiden ingevolge artikel 25 vervangen zijn.
2.
Directeur DDI en de Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor het vernietigen van archiefbescheiden waarvan de vernietigingstermijn, zoals vermeld in de van toepassing zijnde selectielijst, is verstreken.
3.
Voordat vernietiging plaats kan vinden, dienen directeur DDI en de desbetreffende directeur of Chef de Poste hiervoor schriftelijke toestemming te hebben verleend.
4.
Vernietiging geschiedt zodanig dat het niet mogelijk is op enige wijze nog enige informatie uit de resten te herleiden.
5.
Van de vernietiging wordt een verklaring opgemaakt die een specificatie bevat van de vernietigde archiefbescheiden.
1.
De semi-statische archiefbescheiden bedoeld in artikel 15 worden indien zij de leeftijd van 20 jaar hebben bereikt binnen een periode van 10 jaar, door directeur DDI in goede, geordende en toegankelijke staat overgebracht naar het Nationaal Archief.
2.
De over te brengen semi-statische archiefbescheiden zijn voorzien van een document waarin is vermeld op welke wijze de duurzaamheid, ordening en toegankelijkheid van deze archiefbescheiden zijn geregeld.
3.
Met de over te brengen semi-statische archiefbescheiden, wordt voor zover onmisbaar voor raadpleging, ook de toepassingsprogrammatuur en bijbehorende documentatie om de programmatuur te beheren overgedragen.
4.
Van de overbrenging wordt een verklaring opgemaakt die een specificatie bevat van de overgebrachte semi-statische archiefbescheiden.
5.
In de verklaring kunnen beperkingen aan de openbaarheid van de over te brengen semi-statische archiefbescheiden worden gesteld.
Artikel 18. Toepassing
De bepalingen in deze regeling zijn van toepassing op alle archiefbescheiden van het ministerie, tenzij voor archiefbescheiden, waaronder bijzondere archiefbescheiden, op grond van wet- en regelgeving afwijkende bepalingen gelden.
1.
Selectielijsten worden opgesteld overeenkomstig artikel 2 tot en met 5 van het Besluit en worden zowel op regelmatige basis, als naar aanleiding van organisatieveranderingen geactualiseerd.
2.
Selectielijsten bevatten een vermelding van de periode waarop zij betrekking hebben, alsmede een overzicht van de eenduidige selectiecriteria die worden gehanteerd.
3.
Op verzoek van directeur DDI verlenen directeuren, Chefs de Poste, medewerkers en archiefmedewerkers, deskundig met betrekking tot de taken, handelingen en werkprocessen van het organisatieonderdeel, medewerking aan activiteiten genoemd in het eerste lid.
1.
Organisatieonderdelen beschikken over een noodvernietigingsplan, waarin de noodvernietiging of overbrenging van archiefbescheiden is geregeld.
2.
Een noodvernietiging of overbrenging wordt uitgevoerd in overleg met of in ieder geval na kennisgeving aan de minister.
3.
Directeur DDI stelt de Erfgoedinspectie van een noodvernietiging op de hoogte.
1.
Bij een organisatiewijziging, zoals reorganisatie, opheffing of privatisering, waarbij overheidsorganen worden samengevoegd, gesplitst, ingesteld of opgeheven, dan wel waarbij een of meerdere taken worden overgedragen aan een ander overheidsorgaan, wordt door de desbetreffende directeur of Chef de Poste, in overleg met directeur DDI, een voorziening getroffen voor de desbetreffende archiefbescheiden.
2.
Bij een organisatiewijziging wordt het deelarchief van het desbetreffende organisatieonderdeel afgesloten. Het nieuwe organisatieonderdeel of de geprivatiseerde organisatie begint een nieuw (deel)archief.
3.
Bij de totstandkoming van de voorziening, bedoeld in het eerste lid, houdt de directeur of Chef de Poste rekening met het gestelde in de artikelen 2, 3 en 4 van het Besluit archiefoverdrachten rijksadministratie.
4.
Bij de instelling van tijdelijke organisatieonderdelen wordt, in overleg met directeur DDI, een voorziening getroffen voor het archiefbeheer van de archiefbescheiden na opheffing van het organisatieonderdeel.
Artikel 22. Uitbesteding
Een regeling waarbij taken en bevoegdheden namens de minister worden uitgevoerd door een andere rechtspersoon bevatten een voorziening omtrent het archiefbeheer, overeenkomstig het gestelde in deze regeling.
1.
Directeuren en Chefs de Poste kunnen archiefbescheiden die niet naar het Nationaal Archief zijn overgebracht in overleg met directeur DDI vervreemden.
2.
Voor vervreemding is een machtiging vereist van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, tenzij dit geschiedt ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.
3.
Bij vervreemding als bedoeld in het eerste lid wordt rekening gehouden met de belangen genoemd in artikel 2, eerste lid van het Besluit.
4.
Van de vervreemding wordt een verklaring opgemaakt die een specificatie bevat van de vervreemde archiefbescheiden.
1.
Directeuren en de Chefs de Poste beheren archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen zodanig dat bij het raadplegen van deze archiefbescheiden na tenminste honderd jaar geen noemenswaardige achteruitgang is te constateren.
2.
Directeuren en Chefs de Poste dragen zorg voor een goede staat van archiefbescheiden gedurende hun vernietigingstermijn.
3.
De materialen die het ministerie gebruikt bij het opmaken van archiefbescheiden voldoen aan de eisen gesteld in de Regeling duurzaamheid archiefbescheiden .
4.
Indien door de aard van de oorspronkelijk gebruikte materialen of programmatuur of enige andere oorzaak niet langer kan worden voldaan aan hetgeen bepaald in het eerste lid of tweede lid, wordt overgegaan tot vervanging als bedoeld in artikel 25.
1.
Directeuren en Chefs de Poste besluiten in overleg met of op voorstel van directeur DDI tot vervanging.
2.
Vervanging van archiefbescheiden die op termijn voor vernietiging in aanmerking komen, geschiedt met juiste en volledige weergave van de in de te vervangen archiefbescheiden voorkomende gegevens.
3.
Voor vervanging van archiefbescheiden die voor blijvende bewaring in aanmerking komen is een machtiging van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap vereist.
4.
Van de vervanging wordt een verklaring opgemaakt die een specificatie bevat van de vervangen archiefbescheiden.
1.
Semi-statische archiefbescheiden worden opgeslagen in speciaal daarvoor bestemde archiefruimten.
2.
Directeur DDI en Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor het aanwijzen, inrichten, onderhouden en beveiligen van één of meerdere archiefruimten voor de opslag van dynamische en semi-statische archiefbescheiden.
3.
Directeur DDI is verantwoordelijk voor het inrichten, onderhouden en beveiligen van de centrale archiefruimte van het ministerie of andere daartoe aangewezen ruimten, overeenkomstig de Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen .
4.
Directeur DDI en Chefs de Poste dragen zorg voor het zodanig situeren en inrichten van archiefruimten dat de zich daarin bevindende archiefbescheiden in geval van calamiteiten zo min mogelijk gevaar lopen.
5.
Directeur DDI en Chefs de Poste dragen zorg voor een zodanige klimaatbeheersing en luchtzuivering in archiefruimten dat het natuurlijk verval en de aantasting door milieu-invloeden van archiefbescheiden tot een minimum wordt beperkt.
Artikel 27. Verhuizing
Bij verhuizing van het organisatieonderdeel is directeur DDI of de desbetreffende Chef de Poste verantwoordelijk voor:
a. De meeverhuizing van het deelarchief van het organisatieonderdeel; en
b. Het aanpassen of realiseren van voorzieningen die het mogelijk maken het archiefbeheer van het deelarchief na de verhuizing onverminderd voort te zetten.
Artikel 28. Digitale archiefbescheiden
De ordening en toegankelijkheid van digitale archiefbescheiden, zoals gerealiseerd door middel van de toepassingsprogrammatuur, maakt onverbrekelijk deel uit van de archiefbescheiden waarop ze betrekking hebben.
Artikel 29
Directeuren en Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor het doen vastleggen van tenminste de volgende gegevens:
a. De benaming van toepassingsprogrammatuur waarmee digitale archiefbescheiden worden ontvangen en opgemaakt, inclusief versienummer; en
b. De beschrijving van het platform, met naam en versie van de besturingsprogrammatuur en met naam en type van de apparatuur.
Artikel 30
Directeuren en Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor het doen inrichten, onderhouden en bewaren van toepassingsprogrammatuur, besturingsprogrammatuur en apparatuur, met inbegrip van nieuwere versies, zodanig dat de authenticiteit, leesbaarheid, betrouwbaarheid en beveiliging van de daarin opgeslagen archiefbescheiden wordt gewaarborgd gedurende hun vernietigingstermijn.
1.
Indien kans bestaat dat, als gevolg van wijzigingen in de besturingsprogrammatuur, toepassingsprogrammatuur of apparatuur, de authenticiteit en de geordende en toegankelijke staat van digitale archiefbescheiden wordt aangetast, gaat de directeur of Chef de Poste, na overleg met of op voorstel van directeur DDI, over tot conversie of migratie.
2.
Van de conversie of migratie wordt een verklaring opgemaakt, die een specificatie bevat van de geconverteerde of gemigreerde archiefbescheiden en waarin tevens is aangegeven op welke wijze en met welk resultaat is getoetst of na de conversie of migratie de authenticiteit en de geordende en toegankelijke staat is behouden.
3.
Indien de conversie of migratie van blijvend te bewaren digitale archiefbescheiden niet geschiedt met het behoud van hetgeen gesteld in het vorige lid, is er sprake van vervanging als bedoeld in artikel 25.
Artikel 32
Directeuren en Chefs de Poste zijn verantwoordelijk voor het doen vastleggen van eisen ten aanzien van:
a. De inhoud, vorm, structuur en het gedrag van digitale archiefbescheiden, voor zover deze kenbaar moeten zijn voor de uitvoering van het betreffende werkproces;
b. Op welk tijdstip en uit hoofde van welke taak of handeling de archiefbescheiden werden ontvangen of opgemaakt; en
c. De samenhang met andere door het ministerie ontvangen of opgemaakte archiefbescheiden.
Artikel 33. Intrekking
De Beheersregels documentaire informatievoorziening BZ 2005 worden ingetrokken.
Artikel 34. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Artikel 35. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Archiefbeheersregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2009.
Deze regeling zal met de toelichting worden geplaatst in de Staatscourant.
De
Minister
Secretaris-Generaal
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
+ Hoofdstuk 3. Beheer van archiefbescheiden
+ Hoofdstuk 4. Bijzondere aspecten inzake het beheer van archiefbescheiden
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht