Let op. Deze wet is vervallen op 23 mei 2007. U leest nu de tekst die gold op 22 mei 2007.

Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer)

Uitgebreide informatie
Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer)
Met inwerkingtreding van onderhavige Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) vervallen de Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) van 19 mei 2005 (Stcrt. 100), laatstelijk gewijzigd bij besluit van 5 juli 2005 (Stcrt. 131).

Verschillen tussen beleidsregel van 11 juli 2005 en onderhavige beleidsregel zijn de volgende:
Om een eensluidende terminologie als in het Handhavingsbeleid Arbeidsinspectie en Inspectie Verkeer en Waterstaat te krijgen, wordt niet meer gesproken over weg- en bedrijfscontrole, maar van transport- en bedrijfsinspectie.

Artikel 2:
Gelet op ervaring opgedaan na de vorige beleidswijziging, is er voor gekozen duidelijk aan te geven in artikel 2 (beleidsregel 2 oud), dat per normadressaat in plaats van ter zake van iedere bestuurder een boeterapport op te maken.

Artikel 3:
Omdat de huidige wijze van uitvoering van de bedrijfsinspecties te veel capaciteit en tijd kostte, maar ook tot zeer hoge boetes zou leiden, is er voor een andere, minder belastende aanpak gekozen.

Artikel 4, lid 2:
Gelet op de wijziging van de boetebedragen is ook de minimale boete verhoogt van € 22,– naar € 100,–.Boetecatalogus
In verband met aansluiting van de (bestuurlijke) boetebedragen boete met de richtlijn Strafvordering van het OM en de harmonisatie van de boetebedragen voor ‘vergelijkbare’ overtredingen tussen personen- en goederenvervoer, zijn bij een aantal overtredingen de hoogten van de boetes aangepast (zie voor de bedragen bijlage 1 bij deze beleidsregel).
Gekozen is voor verhoging van de boetes van overtredingen waarbij de controle wordt gefrustreerd tot boven het boeteniveau van de lichtste overtreding teneinde calculerende fraude te voorkomen.
1. Bij de berekening van een boete als bedoeld in artikel 10:5 van de Arbeidstijdenwet worden voor alle beboetbare feiten als uitgangspunt gehanteerd de normbedragen die gelden voor de onderscheiden onderwerpen in de ‘Tarieflijst boetenormbedragen bestuurlijke boete wegvervoer’ die als bijlage 1 bij deze beleidsregels is gevoegd.
2. Bij de toepassing hiervan wordt onderscheid gemaakt tussen:
a. Feiten waarvoor tijdens een bedrijfsinspectie eerst een waarschuwing wordt gegeven, een preventief handhavingstraject wordt ingezet of een eis tot naleving wordt gesteld en pas in tweede instantie, nadat nogmaals is geconstateerd dat het betreffende wettelijke voorschrift niet is nageleefd of de betreffende tekortkoming niet is opgeheven, wordt overgegaan tot boeteoplegging;
b. Direct beboetbare feiten die worden genoemd in de lijst die is opgenomen als bijlage 2 bij deze beleidsregel.
3. Bij de toepassing van bijlage 2 wordt een onderscheid gemaakt tussen:
a. Feiten welke tijdens een transportinspectie worden geconstateerd;
b. Feiten welke tijdens een bedrijfsinspectie worden geconstateerd.
4. In bijlage 2 wordt bij bedrijfsinspectie aangegeven dat er bij rij- en rusttijden sprake is van een dubbele normovertreding, waarmee wordt bedoeld
minder dan een halvering van de wettelijke rusttijd;
meer dan een verdubbeling van de wettelijke ononderbroken rijtijd;
meer dan een verdubbeling van de dagelijkse rijtijd die een gevolg is van minder dan een halvering van de wettelijke rusttijd.
5. Deze beleidsregel is van toepassing op alle beboetbare feiten die als zodanig in de Arbeidstijdenwet zijn aangemerkt en die betrekking hebben op arbeid verricht door personen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid , en arbeid in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking heeft op arbeid verricht in of op motorrijtuigen als bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, van de Arbeidstijdenwet .
Artikel 2
Bij een transportinspectie wordt bij vaststelling van een of meer beboetbare feiten ter zake van iedere persoon als bedoeld in artikel 10:3 lid 2 sub e ATW één boeterapport opgemaakt.
Artikel 3
Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer beboetbare feiten is vastgesteld over een periode van 4 weken, 13 weken onderscheidenlijk 52 weken:
a. Voor de werkgever die minder dan 25 werknemers in dienst heeft: 3,
b. Voor de werkgever die 25 of meer, maar minder dan 50 werknemers in dienst heeft: 6,
c. Voor de werkgever die 50 of meer, maar minder dan 100 werknemers in dienst heeft: 9,
d. Voor de werkgever die 100 of meer werknemers in dienst heeft: 12.
1. De totale bij een boetebeschikking op te leggen boete bestaat, in geval er sprake is van meerdere beboetbare feiten, uit de som van de per beboetbaar feit berekende boetebedragen.
2. De boete die per boetebeschikking aan een werkgever, een persoon die, zonder werkgever of werknemer te zijn, een persoon die een ander onder zijn gezag arbeid doet verrichten of een werknemer kan worden opgelegd, bedraagt minimaal € 100,–.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht