Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2011. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2011.

Beleidsregel kwalificatiedossiers

Uitgebreide informatie
Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 16 december 2008, nr. BVE/2008/80904, houdende beleidsregels inzake de totstandkoming en toetsing van kwalificatiedossiers in het beroepsonderwijs (Beleidsregel kwalificatiedossiers)
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Gelet op artikel 7.2.4, eerste en vierde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
Besluit:
1. Inleiding & achtergrond
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop voorstellen voor kwalificatiedossiers worden beoordeeld met het oog op de totstandkoming van de landelijke kwalificatiestructuur. De beleidsregel bevat het Format en het Toetsingskader voor de kwalificatiedossiers en beschrijft de wijze waarop de kwalificatiedossiers worden getoetst en vastgesteld. Toetsing van kwalificatiedossiers geschiedt door het Coördinatiepunt dat door de kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven is ingericht.
Kwalificatiedossiers zullen alleen worden vastgesteld indien het Coördinatiepunt daartoe een positief advies heeft gegeven.
Achtergrond:
Gedurende de experimenteerperiode tot 1 augustus 2010 worden jaarlijks kwalificatiedossiers vastgesteld ten behoeve van de experimenten met competentiegericht onderwijs in het daaropvolgende schooljaar. Deze jaarlijkse cyclus biedt de mogelijkheid om de kwalificatiedossiers geleidelijk aan te scherpen op basis van ervaringen in de uitvoering.
De kenniscentra hebben op eigen initiatief een Coördinatiepunt ingericht dat tot 2008 meerdere rollen vervulde: beleidsontwikkeling, toetsing, informatieverschaffing, begeleiding, etc. In eerste instantie werd het advies van het Coördinatiepunt over vast te stellen kwalificatiedocumenten gelegd naast het advies van het Adviescommissie onderwijs-arbeidsmarkt. Deze laatste werd benoemd in de WEB, Artikel 6.1.2. Deze Adviescommissie is bij de invoering van de wet DAL uit de WEB gehaald.
Structurele regeling:
Deze beleidsregel is van kracht gedurende de experimenteerperiode. In het kader van het wetgevingstraject met betrekking tot de kwalificatiestructuur zullen ook voorstellen worden gedaan voor verankering in de wet van de kwaliteitsborging van de kwalificatiestructuur. In 2009 wordt daarover een besluit genomen. Positie en rol van een coördinatiepunt zijn daarbij ook aan de orde. Gedurende de experimenteerperiode voert het Coördinatiepunt zijn taak uit op basis van deze beleidsregel.
2. De inrichting van kwalificatiedossiers
Een kwalificatiedossier is een verzameling van één of meer kwalificaties. Het kwalificatiedossier bevat meer kwalificaties wanneer deze zodanig verwant zijn dat ze deels gemeenschappelijk beschreven kunnen worden. Een kwalificatie is het geheel van beroepseisen waaraan iemand voldoet, die met een diploma voor het eerst aan het werk gaat, de competenties die hij of zij daarbij gebruikt en het gedrag dat hij of zij daarbij laat zien. Het kwalificatiedossier bestaat uit vier delen. De delen hangen met elkaar samen, maar hebben elk een verschillende functie.
In deel A staat de informatie over het beroep/cluster van beroepen voor een algemeen geïnteresseerd publiek.
Deel B beschrijft de relevante en herkenbare aspecten van de beroepsuitoefening in de vorm van kerntaken en werkprocessen voor alle kwalificaties van het dossier gezamenlijk. De competenties die nodig zijn om de werkprocessen succesvol te kunnen uitvoeren zijn benoemd waarmee het beeld van de gevraagde vakbekwaamheid van de beginnende beroepsbeoefenaar is gecompleteerd. Deel B bevat ook de algemene en specifieke informatie die wettelijk vereist is (o.a. niveau, typering, wettelijke beroepsvereisten) voor elke kwalificatie van het betreffende dossier afzonderlijk. Tevens is ook de beschrijving van trends en innovatie in de beroepsuitoefening in deel B opgenomen.
Deel C is de inhoudelijke en methodologische uitwerking van deel B voor elke kwalificatie van het dossier afzonderlijk. Deel C bevat onder andere de kennis- en vaardigheidselementen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in deel B genoemde kerntaken gespecificeerd naar elke kwalificatie.
Deel D bevat de verantwoording van de gemaakte keuzes bij de ontwikkeling van het dossier en de agenda voor het onderhoud en innovatie van het dossier.
Onlosmakelijk met het kwalificatiedossier verbonden is het Brondocument Leren, Loopbaan en Burgerschap. De kwalificatie-eisen die in dit brondocument worden beschreven vormen samen met de diplomavereisten in dit kwalificatiedossier de wettelijke basis voor het onderwijs.
De kwalificatiedossiers moeten worden ingericht volgens het format dat als bijlage 1 bij deze beleidsregel is gevoegd. De kenniscentra hebben de primaire verantwoordelijkheid om gezamenlijk het bedrijfstakoverstijgend beleid inzake de ontwikkeling en het onderhoud van kwalificatiedossiers te organiseren. Waar de ervaringen aanleiding geven tot aanpassing van het format kunnen Colo, MBO Raad (inclusief AOC Raad) en PAEPON hiertoe gezamenlijk een voorstel doen, vergezeld van een advies van het Coördinatiepunt. Zonodig zal dan deze beleidsregel worden aangepast. Bij de ontwikkeling van de kwalificatiedossiers worden de (digitale) formulieren gebruikt en de documenten overgelegd die in bijlage 1 en 2 worden genoemd.
3. Vaststelling kwalificatiedossiers en geldigheidsduur
Uitontwikkelde kwalificatiedossiers, die het ontwikkeltraject en de toetsprocedure hebben doorlopen (zie ook paragraaf 6) worden door het kenniscentrum of – in het geval van gezamenlijke kwalificatiedossiers – de betrokken kenniscentra ingediend bij de staatssecretaris van OCW of de minister van LNV ter vaststelling. Het kwalificatiedossier moet zijn vergezeld van een advies van het Coördinatiepunt dat daarmee een oordeel geeft over al het al dan niet voldoen van het kwalificatiedossier aan het Format kwalificaties MBO (zie bijlage 1 ) en de criteria uit het Toetsingskader kwalificaties MBO (zie bijlage 2 ). Deze indiening vindt plaats uiterlijk 1 februari van een kalenderjaar. Een kwalificatiedossier moet in principe voorzien zijn van een positief advies van het Coördinatiepunt om te kunnen worden vastgesteld. Een kwalificatiedossier heeft een maximale geldigheidsduur van 6 jaar. Met de vaststelling van het kwalificatiedossier wordt ook de maximale geldigheidsduur vastgelegd. Deze eindigt altijd op 1 augustus van het kalenderjaar 6 jaar na de vaststellingsdatum.
4. Toetsingskader
De kwalificatiestructuur is – meebewegend met de arbeidsmarkt – voortdurend in ontwikkeling. Een kwalificatiedossier heeft daarom een geldigheidsduur van maximaal 6 jaar. Het actueel houden van de kwalificatiestructuur kent twee fasen:
1. De eerste fase, waarin het voornemen om nieuwe of herziene (delen van) kwalificatie(s) op te nemen in de kwalificatiestructuur wordt getoetst (ingangstoets). Aan de hand van de volgende punten wordt getoetst of de voorgenomen kwalificatie past in de landelijke kwalificatiestructuur:
Is er behoefte aan deze kwalificatie (inclusief mogelijke Certificeerbare Eenheden)? Is er kwalitatieve informatie beschikbaar waaruit arbeidsmarktrelevantie blijkt, zo mogelijk aangevuld met kwantitatieve informatie? Is de kwalificatie voor één bedrijf of voor een scala aan bedrijven? Is/zijn er één of meerdere door sociale partners gelegitimeerde beroepscompetentieprofielen?
Levert deze kwalificatie (inclusief mogelijke Certificeerbare Eenheden) meerwaarde op ten opzichte van in de kwalificatiestructuur al aanwezige (delen van) kwalificaties? Met andere woorden, is er geen sprake van ondoelmatige overlap? Past de kwalificatie in een bestaand kwalificatiedossier of is de verwantschap met reeds bestaande kwalificaties zo gering dat een nieuw kwalificatiedossier aan de kwalificatiestructuur moet worden toegevoegd? Is er sprake van afstemming met en instemming van andere kenniscentra wanneer sprake is van in elkaar overlopende werkgebieden voor de beoogde kwalificatie.
Zijn onderwijs en bedrijfsleven bereid om op te leiden voor de betreffende kwalificatie?
Op welk niveau wordt de kwalificatie ingevoegd in de beroepskolom?
Voldoet de voorgenomen kwalificatie aan bovenstaande punten dan kan verdere ontwikkeling plaatsvinden.
2. In de tweede fase toetst het Coördinatiepunt of de inhoud van het ontwikkelde kwalificatiedossier voldoet aan de volgende punten:
Is het kwalificatiedossier ingericht volgens het format?
Draagt het kwalificatiedossier bij aan de samenhang in de kwalificatiestructuur door eenduidige vormgeving, door het voorkómen van herhalingen in beschrijvingen, door gelijk te beschrijven wat gelijk is en vergelijkbaar wat vergelijkbaar is, door een transparante en passende omschrijving van het kwalificatieniveau en door het hanteren van overige afspraken over vormgeving en beschrijving gericht op samenhang en transparantie?
Is het kwalificatiedossier met de kwalificaties herkenbaar voor sociale partners en gebaseerd op door hen gelegitimeerde beroepscompetentieprofiel(en)?
Zijn de kwalificaties in het kwalificatiedossier 3-voudig kwalificerend; dat wil zeggen: bevat het kwalificatiedossier eisen voor het beroep, de loopbaan- c.q. doorstroomeisen waaronder Nederlands en de eisen op het gebied van burgerschap?
Biedt het kwalificatiedossier informatie over (internationale) ontwikkelingen op de arbeidsmarkt ten behoeve van het actueel houden van de opleidingen?
Is bij de ontwikkeling van het kwalificatiedossier rekening gehouden met informatie over herkenbaarheid bij het bedrijfsleven en ervaringen met uitvoerbaarheid door scholen en leerbedrijven naar aanleiding van eerdere versies?
Zijn voor de kwalificaties relevante wettelijke beroepsvereisten in het kwalificatiedossier vermeld?
Bevat het kwalificatiedossier een onderhoudsagenda met aandachtspunten voor de toekomst, waaronder evaluatie door gebruikers en een maximale geldigheidsduur van 6 jaar?
Is inzichtelijk wie bij de ontwikkeling van het kwalificatiedossier betrokken zijn geweest, welke discussiepunten van belang waren en welke keuzen gemaakt zijn? Zijn er afspraken tussen kenniscentra gemaakt indien er sprake is van gezamenlijk ontwikkelde dossiers?
Uitwerking van deze punten in toetscriteria is opgenomen in bijlage 2 .
5. Coördinatiepunt
Het Coördinatiepunt zoals dat door de kenniscentra is ingericht heeft als missie te waken en adviseren over de kwaliteit van de kwalificatiestructuur, werkt transparant en kritisch en is onpartijdig en toegankelijk voor belanghebbenden. Hieronder wordt beschreven welke de taken zijn van het Coördinatiepunt, welke bevoegdheden het heeft en hoe de onafhankelijkheid van het Coördinatiepunt is gewaarborgd. Het Colo ontvangt subsidie ten behoeve van het Coördinatiepunt.
Taken Coördinatiepunt
toetsen van de kwalificatiedossiers aan de hand van het toetsingskader;
uitvoeren van de ingangstoets van voorstellen voor nieuwe of vernieuwde c.q. herziene (delen van) kwalificaties of kwalificatiedossiers, onder andere naar aanleiding van actualisering van beroepscompetentieprofielen en/of het toevoegen van nieuwe beroepscompetentieprofielen aan bestaande kwalificaties en/of invoegen van certificeerbare eenheden;
informatie verschaffen over de resultaten van toetsing welke ten dienste kan staan van de beleidsontwikkeling met betrekking tot de kwalificatiestructuur;
het Toetsingskader opstellen en onderhouden in afstemming met Colo, MBO Raad (inclusief AOC Raad) en PAEPON;
adviseren over (beleids)voorstellen ten aanzien van de kwalificatiestructuur;
(laten) uitvoeren van onderzoek ten behoeve van kwaliteitsverbetering van de kwalificatiestructuur.
Reikwijdte bevoegdheden Coördinatiepunt en waarborgen voor onafhankelijkheid
Het Coördinatiepunt maakt deel uit van Colo maar neemt besluiten onafhankelijk van bestuur of directie van Colo. Inhoudelijke onafhankelijkheid van het Coördinatiepunt binnen Colo wordt gewaarborgd door het Coördinatiepunt te positioneren als organisatorisch eenheid in de Vereniging Colo. De bevoegdheden van de manager van het Coördinatiepunt zijn schriftelijk vastgelegd. Ook is uitgewerkt en schriftelijk vastgelegd hoe de professionele onafhankelijkheid en de wisselwerking met de belanghebbenden (kenniscentra, ministerie, onderwijsinstellingen) worden georganiseerd.
Toetsing door het Coördinatiepunt geschiedt aan de hand van het Toetsingskader, dat is afgestemd met veldpartijen en dat onderdeel uitmaakt van deze beleidsregel. Het Coördinatiepunt geeft binnen de kaders van deze beleidsregel onafhankelijk van Colo oordelen over kwalificatiedossiers.
Het Coördinatiepunt is bevoegd voorstellen van kenniscentra voor kwalificatiedossiers te toetsen aan vormcriteria, inhoudelijke criteria en procescriteria. Het Coördinatiepunt kan besluiten tot terugsturen of afwijzen van (voorgenomen) kwalificatiedossiers.
Bij verschil van mening kan een kenniscentrum dat zich geschaad voelt door een besluit van het Coördinatiepunt een bindend advies vragen aan de Commissie van Beroep ingesteld door het bestuur van Colo. Procedure en werkwijze zijn vastgelegd in het Reglement Commissie van Beroep Coördinatiepunt Kwalificatiestructuur, vastgesteld door het bestuur van Colo.
In situaties die de grenzen van de beleidsregel raken of overschrijden, overlegt het Coördinatiepunt met het ministerie van OCW over de mogelijke afwegingen en te nemen besluiten.
Het Coördinatiepunt is gehouden zich te allen tijde voor de gemaakte afwegingen te kunnen verantwoorden.
6. Toetsproces
Het Coördinatiepunt hanteert een gefaseerd toetsproces:
Ingangstoets, voorafgaand aan de ontwikkeling van nieuwe of herziene kwalificaties. In deze fase is vooral de vraag aan orde of de kwalificatie past binnen de kwalificatiestructuur.
Toetsing van de uitgewerkte kwalificaties in kwalificatiedossiers; in deze fase worden alle aspecten van kwaliteit getoetst: vorm, inhoud van het kwalificatiedossier en het proces tijdens de ontwikkeling ervan. Deze fase wordt afgesloten met de eindtoets.
Werkwijze coördinatiepunt
Een kwalificatiedossier kan alleen voor toetsing worden aangeboden, wanneer de kwalificatie(s) in het dossier akkoord zijn bevonden na het uitvoeren van de ingangstoets.
Het Coördinatiepunt monitort de ontwikkeling van een kwalificatiedossier via tussentoetsen.
In de eindtoets bepaalt het Coördinatiepunt of het kwalificatiedossier al dan niet een positief advies krijgt ten behoeve van indiening bij de staatssecretaris van OCW en de minister van LNV ter vaststelling en opname in de kwalificatiestructuur.
Elke toets wordt uitgevoerd door twee onafhankelijke toetsers, die – al dan niet na inschakeling van een derde – tot een eindoordeel komen.
Kenniscentra worden door het Coördinatiepunt over de resultaten van elke toetsing altijd digitaal geïnformeerd.
Oordeel coördinatiepunt
Per toetscriterium bepaalt het Coördinatiepunt of het kwalificatiedossier op dit punt in orde wordt bevonden of niet.
Bij de ingangstoets geeft het Coördinatiepunt een akkoord voor verdere ontwikkeling indien het voorstel op alle criteria in orde is bevonden.
Bij de eindtoets geeft het Coördinatiepunt een positief advies voor indiening bij OCW/LNV indien het kwalificatiedossier op alle criteria in orde is bevonden.
Deze beleidsregel kan worden aangehaald als ‘Beleidsregel kwalificatiedossiers’. Zij geldt vanaf de tweede dag na publicatie in de Staatscourant, werkt terug tot en met 1 januari 2009 en geldt tot 1 augustus 2011.
De
Staatssecretaris
Inhoudsopgave
1. Inleiding & achtergrond
2. De inrichting van kwalificatiedossiers
3. Vaststelling kwalificatiedossiers en geldigheidsduur
4. Toetsingskader
5. Coördinatiepunt
6. Toetsproces
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht