Beleidsregel van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 14 december 2015, nr. 765423 houdende de wijze waarop de bevoegdheid tot het ontnemen van rechten ten aanzien van een beroepsopleiding wordt uitgeoefend indien niet of niet meer wordt voldaan aan de zorgenplichten, omschreven in artikel 6.1.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, handelend in overeenstemming met de Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gelet op artikel 6.1.4a van de Wet beroepsonderwijs en volwasseneneducatie;
Besluit:
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
a. minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, en voor wat betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel: Minister van Economische Zaken
b. wet: de Wet educatie en beroepsonderwijs ;
c. adviescommissie macrodoelmatigheid mbo: de onafhankelijke adviescommissie bedoeld in artikel 6.1.4a, tweede lid, van de wet;
d. beroepsopleiding: beroepsopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdeel b tot en met e, van de wet
e. instelling: instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de wet;
f. zorgplicht arbeidsmarktperspectief: de zorgplicht bedoeld in artikel 6.1.3, eerste lid, van de wet;
g. zorgplicht doelmatigheid: de zorgplicht bedoeld in artikel 6.1.3, derde lid, van de wet.
Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c, uitoefent.
1.
De minister kan een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht arbeidsmarktperspectief dan wel de zorgplicht doelmatigheid starten:
a. indien een of meer instellingen, het bedrijfsleven, een gemeente of andere belanghebbenden daartoe een verzoek hebben ingediend in verband met een vermoeden van niet-naleving van een dan wel beide genoemde zorgplichten.
b. op basis van inzichten verkregen uit een thematische doorlichting van het opleidingenaanbod door de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo;
c. naar aanleiding van onder meer wetenschappelijk onderzoek en andere publicaties, of
d. naar aanleiding van onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs;
2.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan bij de minister worden ingediend. Bij het verzoek moeten actuele en zo volledig mogelijke gegevens, die het vermoeden van niet-naleven onderbouwen, worden toegevoegd.
3.
Indien de gegevens, bedoeld in het tweede lid, ontbreken, kan de minister besluiten het verzoek buiten behandeling te laten.
4.
Een verzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a , kan per post worden ingediend bij:
de minister van OCW (of waar het een opleiding op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel betreft: de minister van EZ)
t.a.v. de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo
Postbus 85498
2508 CD DEN HAAG
Elektronische indiening is mogelijk via het daartoe bestemde formulier op de website:
www.cmmbo.nl
1.
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht arbeidsmarktperspectief bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. Ruim een jaar na afstuderen 30% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden, of
b. Ruim een jaar na afstuderen 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding geen baan heeft gevonden op het niveau van de opleiding.
2.
Er kan in ieder geval aanleiding zijn voor een onderzoek naar de naleving van de zorgplicht doelmatigheid bij een beroepsopleiding indien blijkt dat:
a. door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding wordt aangeboden en bij tenminste één van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers zijn ingeschreven,
b. er landelijk minder dan 50 deelnemers zijn ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en deze deelnemers verdeeld zijn over twee of meer instellingen, of
c. er binnen de regio overleg heeft plaatsgevonden tussen twee of meer instellingen over het doelmatig aanbieden van een opleiding en dit overleg niet geleid heeft tot een voor partijen aanvaardbare situatie.
3.
Indien de minister aanleiding ziet voor een onderzoek dan vraagt hij advies aan de commissie macrodoelmatigheid mbo. Daartoe stuurt hij het dossier door naar de adviescommissie.
Artikel 5. Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht arbeidsmarktperspectief
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan is aan de zorgplicht arbeidsmarktperspectief:
a. heeft 70% of meer van de gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden;
b. heeft 50% of meer van de werkende gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding ruim een jaar na afstuderen een baan gevonden op het niveau van de opleiding;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de verwachte behoefte aan gediplomeerden van de betreffende beroepsopleiding op de regionale arbeidsmarkt, hetgeen wordt ondersteund met actuele en zo volledig mogelijke data waarmee die behoefte aannemelijk wordt gemaakt;
d. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate bezien, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, wat de verwachte behoefte aan gediplomeerden op de landelijke arbeidsmarkt is, en is op basis hiervan het aanbieden van de betreffende beroepsopleiding te rechtvaardigen;
e. heeft het bevoegd gezag bij het inschrijven van deelnemers in voldoende mate met andere aanbieders van eenzelfde beroepsopleiding afstemming bereikt met het oog op het arbeidsmarktperspectief van de betreffende beroepsopleiding;
f. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de bijdrage van de betreffende beroepsopleiding aan doorstroom naar een hoger opleidingsniveau of naar het hoger beroepsonderwijs;
g. heeft het bevoegd gezag onderzocht of de benodigde beroepspraktijkvormingsplaatsen in voldoende mate beschikbaar zijn voor het aantal deelnemers van de betreffende beroepsopleiding, en
h. borgt het bevoegd gezag de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen in de arbeidsmarktregio met het verzorgen van de betreffende beroepsopleiding.
Artikel 6. Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht doelmatigheid
Aan de hand van in ieder geval de volgende criteria wordt beoordeeld of voldaan wordt aan de zorgplicht doelmatigheid:
a. wordt door twee of meer instellingen in hetzelfde verzorgingsgebied eenzelfde beroepsopleiding aangeboden en zijn bij geen van de instellingen voor de betreffende beroepsopleiding, 18 of minder deelnemers ingeschreven,
b. zijn er landelijk minder dan 50 deelnemers ingeschreven voor de betreffende beroepsopleiding en zijn deze deelnemers niet verdeeld zijn over twee of meer instellingen;
c. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van het aantal vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in hetzelfde verzorgingsgebied;
d. heeft het bevoegd gezag de afstemming met andere bevoegd gezagsorganen gezocht en afdoende aangestuurd op samenwerking opdat een doelmatig aanbod van de betreffende beroepsopleiding(en) tot stand komt;
e. heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven, indien het een beroepsopleiding betreft die mede op de landelijke arbeidsmarkt is gericht, van het aantal vergelijkbare bekostigde opleidingen op landelijk niveau;
f. heeft het bevoegd gezag aan de hand van een realistische onderbouwing de verwachte ontwikkeling van de deelnemersaantallen voor de betreffende beroepsopleiding in kaart gebracht. En heeft het bevoegd gezag zich voldoende rekenschap gegeven van de gevolgen die het opstarten van de nieuwe beroepsopleiding heeft op de deelnemersaantallen van vergelijkbare bekostigde beroepsopleidingen in dezelfde arbeidsmarktregio;
g. heeft het bevoegd gezag in voldoende mate de samenwerking gezocht met het bedrijfsleven om te komen tot een doelmatige organisatie van de betreffende beroepsopleiding en andere vergelijkbare beroepsopleidingen in de regio, en;
h. heeft het bevoegd gezag bij het starten van een nieuwe beroepsopleiding in voldoende mate rekening gehouden met de aanwezigheid van reeds bestaande (kapitaalintensieve) infrastructuren bij vergelijkbare beroepsopleidingen bij andere instellingen.
1.
Bij het nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c, van de wet dan wel bij het geven van een waarschuwing, als bedoeld in artikel 6.1.5, lid 2a, van de wet betrekt de minister in ieder geval de volgende aspecten:
a. de verwachte gevolgen van het besluit op de kwaliteit van het opleidingenaanbod in het betreffende verzorgingsgebied van de betrokken instellingen;
b. de verwachte gevolgen van het besluit voor de keuzevrijheid van deelnemers, en
c. de verwachte gevolgen van het besluit voor de toegankelijkheid van onderwijs voor kansarme groepen.
d. de verwachte gevolgen van het besluit voor de financiële stabiliteit van de instelling.
2.
De minister maakt het advies van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo openbaar:
a. tegelijk met het openbaar maken van het besluit tot het ontnemen van rechten, genoemd in artikel 1.3.1, ten aanzien van een beroepsopleiding indien niet of niet meer wordt voldaan aan een of meer zorgplichten bedoeld in artikel 6.1.3, van de wet;
b. tegelijk met het openbaar maken van de waarschuwing bedoeld in artikel 6.1.5, lid 2a, van de wet; of
c. na het nemen van de beslissing geen gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 6.1.4, eerste lid, onder c, van de wet.
Het advies wordt in bovengenoemde gevallen openbaar gemaakt door het elektronisch beschikbaar te stellen op de website van de adviescommissie macrodoelmatigheid mbo.
Artikel 8. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Artikel 9. Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel macrodoelmatigheid beroepsonderwijs.
Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1. Definities
Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel
Artikel 3. Signalen niet-naleving zorgplichten
Artikel 4. Aanleiding voor een onderzoek door de commissie
Artikel 5. Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht arbeidsmarktperspectief
Artikel 6. Criteria voor beoordeling naleving zorgplicht doelmatigheid
Artikel 7. Besluitvorming door de minister
Artikel 8. Inwerkingtreding
Artikel 9. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht