Beleidsregel 'Ontheffingsbeleid m.b.t. een bestaand zeegaand schip in gebruik voor bedrijfsmatige recreatie t.b.v. de sportvisserij'
Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie,
Gelet op:
• artikel 5, tweede lid, van de Schepenwet;
• en artikel 7,derde lid, van de Richtlijn 98/18/EG van de Raad inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen
Besluit:
1.
Om een bestaand schip waarvan de lengte tussen de loodlijnen ingevolge artikel 2, eerste lid, van Bijlage I, van het Schepenbesluit, 24 meter of meer bedraagt, en welke uitsluitend bestemd wordt voor gebruik als bedrijfsmatig zeegaand recreatie vaartuig ten behoeve van de sportvisserij en welk schip op de dag van de inwerkingtreding van de ' Regeling zeegaande passagiersschepen in nationale vaart ' (zijnde op17 augustus 2000) beschikte over een geldig Certificaat van Deugdelijkheid dan wel waarvoor op of voor deze datum aantoonbaar een aanvraag was ingediend teneinde het schip als zodanig te certificeren, ontheffing te verlenen van:
het gestelde ten aanzien van de lekstabiliteit in Hoofdstuk II-2, Deel B, van de Bijlage bij de Richtlijn 2002/25, onder voorwaarde dat voldaan wordt aan de eisen voor de intacte stabiliteit als bedoeld in artikel 39 van het Schepenbesluit 1965;
het gestelde ten aanzien van de constructieve brandbescherming in Hoofdstuk II-2 van de Bijlage bij de Richtlijn 2002/25 onder voorwaarde dat, tenminste voor het accommodatie gedeelte van de passagiers, voldaan wordt aan de eisen ten aanzien van de constructieve brandbescherming voor vrachtschepen als bedoeld in artikel 52 van het Schepenbesluit 1965 dan wel dat de vluchtwegen vanuit deze ruimten naar het open dek voldoende breed zijn en korter zijn dan 5 meter;
met dien verstande dat het schip alleen buitengaats mag varen:
1. bij een windkracht van 6Bf of minder;.
2. bij een significante golfhoogte van 2 meter of minder;
3. binnen een vaargebied behorende bij Klasse B van de Richtlijn zijnde 20 mijl uit de Nederlandse kust;
4. bij daglicht;
5. indien het schip van voldoende middelen is voorzien om een goede uitkijk te kunnen waarborgen;
6. binnen een vaargebied waarin op korte termijn kan worden beschikt over SAR faciliteiten en:
7. als het is uitgerust voor het GMDSS zeegebied A1.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op een schip dat beschikt over nachtaccommodatie voor passagiers.
Rotterdam, 31 maart 2004.
Het
Hoofd van de Scheepvaartinspectie
Inhoudsopgave
Artikel 1
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht