Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2006. U leest nu de tekst die gold op -.

Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht en Invorderingswet 1990 Bureau Heffingen

Uitgebreide informatie
Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht Bureau Heffingen 2003
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Besluit:
Artikel 1
Het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 en de Leidraad Invordering 1990 zijn van overeenkomstige toepassing op de heffing en invordering van de heffingen van Hoofdstuk IV van de Meststoffenwet waarvan de heffing en invordering aan het Bureau Heffingen zijn opgedragen.
Artikel 2
Voor de toepassing van dit besluit wordt in het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 en de Leidraad Invordering 1990 verstaan onder:
a. minister: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
b. staatssecretaris: de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
c. Belastingdienst: Bureau Heffingen;
d. fiscus: Bureau Heffingen;
e. regeling: Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet ;
f. directeur: de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bedoeld in artikel 3 van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake van de bevoegdheid van de directeur mandaat is verleend door die directeur, en voor de toepassing van artikel 26 Invorderingswet 1990 de directeur Financieel-Economische Zaken van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, bedoeld in artikel 28, tweede lid, onderdeel f, van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990;
g. het Infobulletin van de FIOD: de Staatscourant;
h. FIOD: AID;
i. aanslagbiljet: naheffingsaanslag, tenzij uit de context anders blijkt;
k. belastingaanslag: naheffingsaanslag, tenzij uit de context anders blijkt;
l. belastingschuldige: degene op wiens naam het aanslagbiljet (mede) is gesteld;
m. heffingen: de heffingen, bedoeld in hoofdstuk IV van de Meststoffenwet, die van rijkswege door de minister worden geheven op grond van artikel 41, eerste lid, van de Meststoffenwet;
n. inspecteur: de inspecteur van het Bureau Heffingen, bedoeld in artikel 42 van de Meststoffenwet en artikel 3 van de regeling, met inbegrip van de ambtenaren aan wie ter zake van de bevoegdheden van de inspecteur mandaat is verleend door de minister of door de inspecteur;
o. ontvanger: de ontvanger van het Bureau Heffingen, bedoeld in artikel 42 van de Meststoffenwet en artikel 3 van de regeling;
p. ministerie, directoraat-generaal Belastingdienst, team Juridische Zaken: directeur;
q. Voorschrift Awb 1997: de beleidsregels, bedoeld in paragraaf 2, van dit besluit, tenzij uit de context anders blijkt.
Artikel 3
Voor de toepassing van dit besluit wordt, in afwijking van paragraaf 1.7, onderdeel 2, van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997, de aangifte voorzover deze als een verzoek om verrekening als bedoeld in artikel 43, vijfde lid, van de Meststoffenwet, wordt aangemerkt, beschouwd als een aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 4
Voor de toepassing van dit besluit wordt paragraaf 2.1 van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 als volgt gelezen:
De Awb is van toepassing op besluiten van bestuursorganen. De inspecteur, de ontvanger, de directeur Financieel-economische Zaken van het Ministerie van LNV en de Minister van LNV zijn bestuursorgaan in de zin van de Awb . Organen van de rechterlijke macht en de wetgevende macht zijn geen bestuursorgaan.
In artikel 3, derde lid, van de Regeling uitvoering heffingen en verrekening Meststoffenwet (Regeling van 19 december 1997, Stcrt. 247) is de directeur van het Bureau Heffingen aangewezen als inspecteur en ontvanger van het bureau. Omdat de bevoegdheidsuitoefening binnen het Bureau Heffingen veelal plaatsvindt in mandaat, wijst de directeur ambtenaren van het Bureau Heffingen aan die namens hem de bevoegdheid van inspecteur onderscheidenlijk ontvanger uitoefenen. Dit is vastgelegd in mandaatbesluiten. Deze vermelden de ambtenaren die bevoegd zijn namens de inspecteur besluiten te nemen en die bevoegd zijn namens de ontvanger besluiten te nemen. Aan dezelfde ambtenaar wordt geen algemeen mandaat verleend voor de bevoegdheden van zowel de inspecteur als de ontvanger. Wel is het mogelijk dat voor een bepaald geval hierop een uitzondering wordt gemaakt door middel van het verlenen van een bijzonder mandaat.
Artikel 5
Bij de toepassing van dit besluit blijft de laatste volzin van paragraaf 5.5.5 van het Voorschrift Algemene wet bestuursrecht 1997 buiten toepassing.
Artikel 5a
De ontvanger is te allen tijde belast met de leiding van de invordering waarover paragraaf 1, achtste lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, ook in de fase van de dwanginvordering.
Artikel 5b
Het conservatoir beslag en de versnelde invordering waarover hoofdstuk I, artikel 3, paragraaf 2, eerste lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, worden uitgevoerd door de Belastingdienst vanaf het moment van terhandstelling van het dwangbevel door de ontvanger aan de ontvanger van de Belastingdienst. Voorafgaand aan de dwanginvorderingsfase kunnen handelingen ten behoeve van conservatoir beslag en versnelde invordering plaatsvinden.
Artikel 5c
Met betrekking tot de relatieve competentie waarover hoofdstuk I, artikel 5, paragraaf 1, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, zijn voor de toepassing van de Invorderingswet in het kader van de heffingen, nadere regels gesteld in de regeling.
Artikel 5d
Verrekening van verschuldigde bedragen waarover hoofdstuk IV, artikel 24, paragraaf 1, vierde lid, van de Leidraad Invordering 1990 handelt, vindt niet plaats tussen verschuldigde bedragen aan heffingen en door de inspecteur van het Bureau Heffingen opgelegde bestuurlijke boeten met belastingschulden uit hoofde van de rijksbelastingen.
1.
Naast de in hoofdstuk IV, artikel 25, paragraaf 1, tweede lid, van de Leidraad Invordering 1990 genoemde redenen om een verzoek tot uitstel van betaling in te dienen, kunnen ook bezwaren tegen een op grond van de Meststoffenwet door de inspecteur of ontvanger genomen beschikking leiden tot een verzoek tot uitstel van betaling. Het beleid is daarop zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.
Uitstel van betaling vindt uitsluitend plaats voor het bedrag van een aan de belastingschuldige opgelegde belastingaanslag, of een gedeelte daarvan. In de uitvoering van de heffingen, geregeld in hoofdstuk IV van de Meststoffenwet kan dit alleen een naheffingsaanslag zijn. Geen uitstel wordt verleend voor verschuldigde heffing die op aangifte moet worden voldaan. Wanneer de belastingschuldige zijn verzoek om uitstel van betaling bij de ontvanger indient binnen veertien dagen na dagtekening van de naheffingsaanslag en het verzoek door de ontvanger wordt gehonoreerd, kan de inspecteur de bij de naheffingsaanslag opgelegde bestuurlijke boete ingeval van verzachtende omstandigheden matigen op grond van artikel 29 Beleidsregels bestuurlijke boeten Bureau Heffingen 1999.
2.
Een verzoek om uitstel van betaling wordt afgewezen op grond van de in hoofdstuk IV, artikel 25, paragraaf 1, zesde lid, van de Leidraad Invordering 1990 genoemde gronden of ingeval niet tijdig aangifte is gedaan.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 7
Dit besluit kan worden aangehaald als: Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht en Invorderingswet 1990 Bureau Heffingen.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 1 december 2003
De van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Minister
overeenkomstig het door de minister genomen besluit,
de
Directeur-Generaal
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemeen
+ § 2. Beleidsregels Algemene wet bestuursrecht
+ § 3. Beleidsregels Invorderingswet 1990
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht