Let op. Deze wet is vervallen op 25 maart 2017. U leest nu de tekst die gold op 24 maart 2017.

Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS 2016

Uitgebreide informatie
Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 22 december 2015, kenmerk 899215-145266-IGZ, houdende beleidsregels inzake het opleggen van bestuurlijke boete (Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS 2016)
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 4.3.4 Wet maatschappelijke ondersteuning, artikel 9.6 van de Jeugdwet, artikel 30 Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg, artikel 9a van de Opiumwet, artikel 19a van de de Wet afbreking zwangerschap, artikel 100 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, artikel 70a van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen, artikel 19a van de Wet inzake bloedvoorziening, artikel 14 van de Wet op de medische hulpmiddelen, artikel 101 van de Geneesmiddelenwet en artikel 20a van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal;
Besluit:
Artikel 1. Reikwijdte
Deze beleidsregels zijn van toepassing, indien de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een bestuurlijk beboetbaar feit op grond van de Wet Kwaliteit, klachten en geschillen zorg , de Wet maatschappelijke ondersteuning , de Jeugdwet , de Opiumwet , de Wet afbreking zwangerschap , de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg , de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen , de Wet inzake bloedvoorziening , de Wet op de medische hulpmiddelen , de Geneesmiddelenwet of de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal constateert.
1.
Bij een eerste constatering van een overtreding van een wettelijk voorschrift die bestuurlijk beboetbaar is kan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport in plaats van het opleggen van een bestuurlijke boete een schriftelijke waarschuwing geven.
2.
Indien na eerdere schriftelijke waarschuwing een tweede overtreding van hetzelfde voorschrift wordt geconstateerd, dan zal de Minister voor de tweede overtreding een bestuurlijke boete opleggen, ongeacht of bij de tweede constatering sprake is van een voortduren van de eerder geconstateerde overtreding.
Artikel 3. Verhouding tot strafrechtelijke vervolging
Geconstateerde overtredingen worden in beginsel bestuursrechtelijk afgedaan. Indien een gedraging bestuurlijk beboetbaar is maar tevens als strafbaar feit is aangemerkt zal op basis van het samenwerkingsprotocol IGZ-OM, dan wel op grond van specifieke afspraken tussen het OM en de Inspectie Jeugdzorg, worden beoordeeld of de geconstateerde overtredingen aan het Openbaar Ministerie worden voorgelegd.
1.
Voor de vaststelling van de hoogte van de bestuurlijke boete, wordt het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd.
2.
De grootte van de juridische eenheid wordt vastgesteld aan de hand van het register van de Kamer van Koophandel of andere objectieve gegevens. Indien op deze wijze geen inzicht kan worden verkregen in het aantal werkzame personen, wordt hiervan een inschatting gemaakt. De betrokkene heeft de mogelijkheid om in de zienswijze op de voorgenomen bestuurlijke boete naar voren te brengen dat deze inschatting onjuist is. Dit moet dan onderbouwd worden met stukken. De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal deze stukken beoordelen en kan naar aanleiding daarvan het aantal corrigeren.
1.
In de wetspecifieke bijlagen zijn de beboetbare feiten opgenomen. In de bijlagen is vermeld in welke zwaartecategorie het beboetbare feit valt. Aan een beboetbare gedraging zijn één, twee of drie sterren toegekend:
* 1 ster
De gedraging heeft geen tot weinig consequenties voor de patiëntveiligheid, dan wel betreft een administratieve verplichting, dan wel betreft een gedraging met een laag productrisico, dan wel er is geen sprake van een handeling met een grote mate van invloed op patiënten, beroepsbeoefenaren of publiek.
** 2 sterren
De gedraging heeft gemiddelde consequenties voor de patiëntveiligheid, dan wel betreft een gedraging met een (gemiddeld) productrisico, dan wel er is sprake van een handeling met een gemiddelde mate van invloed op patiënten, beroepsbeoefenaren of publiek.
*** 3 sterren
De gedraging heeft grote consequenties voor de patiëntveiligheid, dan wel betreft een gedraging met een groot productrisico, dan wel er is sprake van een handeling met een grote mate van invloed op patiënten, beroepsbeoefenaren of publiek.
2.
In de bijlagen zijn in de tabel van stap 1 de normbedragen opgenomen. De normbedragen zijn in deze beleidsregel vastgesteld. Het vaststellen van de hoogte van het boetebedrag vindt plaats door het volgen van deze beleidsregels volgens het stappenplan, dat in bijlage 1 t/m 10 is opgenomen.
Artikel 6. Intrekking vorige beleidsregels
De Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS 2015 worden ingetrokken.
Artikel 7. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking één dag na publicatie in de Staatscourant.
Artikel 8. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels bestuurlijke boete Minister VWS 2016.
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1. Reikwijdte
Artikel 2. Waarschuwing of bestuurlijke boete
Artikel 3. Verhouding tot strafrechtelijke vervolging
Artikel 4. Aantal werknemers als criterium voor de hoogte van de boete
Artikel 5. Normbedragen
Artikel 6. Intrekking vorige beleidsregels
Artikel 7. Inwerkingtreding
Artikel 8. Citeertitel
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht