Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Beleidsregels cumulatietoets exploitatiesteun duurzame energie-installaties

Uitgebreide informatie
Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken betreffende het uitvoeren van een cumulatietoets voor duurzame energie-installaties die in aanmerking komen voor meerdere subsidies en andere steunmaatregelen (Beleidsregels cumulatietoets exploitatiesteun duurzame energie-installaties)
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 72 van de Elektriciteitswet 1998;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. milieusteunkader : de Communautaire kaderregeling inzake staatssteun ten behoeve van het milieu (PbEG 2001 C 37);
b. steunmaatregel : een maatregel op grond waarvan aan een producent steun wordt verleend in de vorm van subsidie, fiscale voordelen of andere voordelen;
c. overcompensatie : cumulatie van steun die uitstijgt boven het toegestane steunplafond van het milieusteunkader;
d. MEP-subsidie : de subsidie ten behoeve van de productie van duurzame elektriciteit, bedoeld in artikel 72m van de Elektriciteitswet 1998;
e. cumulatietoets : de toets waarmee wordt vastgesteld of en in welke mate door de cumulatie van steun overcompensatie optreedt;
f. exploitatiekosten :
de kosten die gemaakt worden bij de exploitatie van een productie-installatie voor duurzame energie;
g. exploitatiesteun : subsidies, fiscale voordelen en andere voordelen die dienen om de exploitatiekosten van een productie-installatie geheel of gedeeltelijk te compenseren;
h. investeringskosten : de kosten die nodig zijn voor de realisatie van een productie-installatie voor duurzame energie;
i. investeringssteun : subsidies, fiscale voordelen en andere voordelen die dienen om de investeringskosten van een productie-installatie geheel of gedeeltelijk te compenseren;
j. producent : producent die een productie-installatie voor duurzame elektriciteit opricht, in stand houdt en exploiteert en aan wie MEP-subsidie is verleend of die een aanvraag voor MEP-subsidie heeft ingediend.
1.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet draagt zorg voor de uitvoering van de cumulatietoets.
2.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet zendt een producent die een aanvraag voor MEP-subsidie indient zo spoedig mogelijk na ontvangst van deze aanvraag een opgaveformulier.
3.
Een model van het opgaveformulier is opgenomen in de bij deze beleidsregels behorende bijlage.
4.
SenterNovem voert de werkzaamheden uit die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de cumulatietoets.
5.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt de benodigde gegevens van de producenten aan wie een opgaveformulier is gestuurd, ter beschikking aan SenterNovem.
1.
De producent zendt het ingevulde opgaveformulier binnen acht weken naar SenterNovem. SenterNovem kan deze termijn op verzoek van de producent eenmalig verlengen met een door haar te bepalen redelijke termijn.
2.
Indien het opgaveformulier onvolledig of onjuist is ingevuld, kan SenterNovem de producent twee maal in de gelegenheid stellen er zorg voor te dragen dat dit formulier volledig of juist is ingevuld. Daarbij stelt SenterNovem een door haar te bepalen redelijke termijn.
3.
Indien het opgaveformulier onjuist, onvolledig of niet tijdig is ingevuld, stelt SenterNovem de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet hiervan in kennis. In dit geval kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet besluiten tot:
a. het stopzetten van het uitbetalen van de voorschotten;
b. het intrekken van de MEP-subsidie; of
c. het afwijzen van de aanvraag voor de MEP-subsidie.
1.
Indien uit het opgaveformulier van de producent blijkt dat hij naast MEP-subsidie steun op grond van andere steunmaatregelen geniet, heeft genoten of zal genieten wordt een cumulatietoets uitgevoerd.
2.
In afwijking van het eerste lid wordt de cumulatietoets niet uitgevoerd indien uit het opgaveformulier van de producent blijkt dat hij naast MEP-subsidie uitsluitend steun op grond van een of meerdere van de volgende steunmaatregelen geniet:
a. hoofdstuk VA van de Wet belastingen op milieugrondslag ;
b. de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 ;
c. de Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren , of
d. de Regeling groenprojecten 2002 .
1.
SenterNovem voert de cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening uit volgens de in paragraaf 5 opgenomen rekenregels.
2.
SenterNovem stelt een deskundigenrapport op waarin het resultaat van de cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening en de wijze waarop dit resultaat tot stand is gekomen zijn opgenomen.
3.
SenterNovem stuurt het deskundigenrapport en alle documenten die verband houden met het uitvoeren van de cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
4.
De cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening wordt voorafgaand aan het besluit tot verlening van de MEP-subsidie uitgevoerd.
1.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verwerkt het deskundigenrapport van SenterNovem in haar besluit tot verlening van de MEP-subsidie.
2.
Indien uit het deskundigenrapport van SenterNovem blijkt dat er sprake is van overcompensatie, verleent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de MEP-subsidie voor een kortere termijn dan de termijn bedoeld in artikel 72n, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, met dien verstande dat bij een bedrag aan overcompensatie van ten hoogste € 10.000,-, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de termijn waarvoor de MEP-subsidie wordt verleend niet wijzigt.
3.
De korting op de termijn bedoeld in artikel 72n, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, wordt berekend door de toekomstige waarde van de berekende overcompensatie te delen door het product van het geldende MEP-tarief en de geraamde elektriciteitsproductie per maand.
4.
De maximale korting op de termijn wordt bepaald door het totaal aan teveel ontvangen steun uit alle andere subsidies en belastingvoordelen dan de MEP en de in artikel 4 lid 2 genoemde.
1.
De producent meldt iedere wijziging van de investerings- en exploitatiesteun die hij ontvangt, met uitzondering van de MEP-subsidie, aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet. De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet stelt deze gegevens ter beschikking aan SenterNovem.
2.
SenterNovem voert opnieuw een cumulatietoets uit op grond van de gewijzigde gegevens legt de resultaten en de wijze waarop dit resultaat tot stand is gekomen vast in een gewijzigd deskundigenrapport.
3.
SenterNovem stuurt dit deskundigenrapport en alle documenten die verband houden met het uitvoeren van de nieuwe cumulatietoets aan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
4.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijzigt op grond van artikel 72q van de Elektriciteitswet 1998 het besluit tot verlening van de MEP-subsidie indien uit het deskundigenrapport van SenterNovem blijkt dat er sprake is van gewijzigde overcompensatie.
5.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wijzigt het besluit tot verlening van de MEP-subsidie op de wijze als genoemd in artikel 6.
1.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gaat bij het nemen van een besluit tot vaststelling van de MEP-subsidie na, of na het besluit tot verlening van de MEP-subsidie wijzigingen als bedoeld in artikel 7 hebben plaatsgevonden die de producent niet heeft gemeld.
2.
Indien er geen ongemelde wijzigingen hebben plaatsgevonden stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de MEP-subsidie overeenkomstig het laatst genomen besluit tot verlening van de MEP-subsidie vast.
3.
Indien er ongemelde wijzigingen hebben plaatsgevonden, stelt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende gegevens ter beschikking aan SenterNovem en vervolgens voert SenterNovem een cumulatietoets in het kader van de MEP-vaststelling uit. http://wetten.overheid.nl/BWBR0017628/volledig/geldigheidsdatum_31-12-2008#3_Artikel5 is van overeenkomstige toepassing op de cumulatietoets in het kader van de vaststelling.
4.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verrekent het bedrag aan overcompensatie uit het deskundigenrapport van SenterNovem met de nog te betalen voorschotten aan de producent of vordert dit bedrag terug van de producent.
Artikel 9
Bij de cumulatietoets worden de volgende berekeningen uitgevoerd en uitgangspunten gehanteerd:
a. de investeringskosten worden van een accountantsverklaring voorzien;
b. de investeringssteun bestaat uit alle mogelijke subsidies en belastingvoordelen, waaronder in elk geval worden verstaan:
1°. de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 ;
2°. de Subsidieregeling energievoorzieningen in de non-profit en bijzondere sectoren ;
3°. de Regeling groenprojecten;
4°. het Besluit subsidies CO 2 -reductieplan ;
5°. de milieu-investeringsaftrek op grond van artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001;
6°. de willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001;
7°. regionale of Europese subsidies en andere steunmaatregelen.
1.
In het kader van investeringssteun gelden de navolgende rekenregels:
a. de netto contante waarde van het genoten of nog te genieten voordeel van de willekeurige afschrijving milieubedrijfsmiddelen op grond van artikel 3.31 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedraagt NCW Y,1 (0,9*Z*X) - ?NCW Y,2 tm 10 (0,1*Z*X), waarbij:
NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij disconteringspercentage Y in jaar 1;
NCW Y,2 tm 10 = de som van de disconteringsfactoren bij disconteringspercentage Y in de jaren 2 tot en met 10;
Z = het meldingsbedrag VAMIL dat in aanmerking komt voor aftrek;
Y = het disconteringspercentage bedoeld in het zevende lid;
X = het maximale belastingpercentage Inkomstenbelasting of Vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productieinstallatie- waarbij tot en met 2004 voor de Inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 52% en voor de vennootschapsbelasting van 34,5%;
b. de netto contante waarde van het genoten of nog te genieten voordeel krachtens de Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 bedraagt NCW Y,1 (X*W*V), waarbij:
NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij disconteringspercentage Y in jaar 1;
Y = het disconteringspercentage bedoeld in het zevende lid;
X = het maximale belastingpercentage Inkomstenbelasting of Vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productieinstallatie, waarbij tot en met 2004 voor de Inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 52% en voor de vennootschapsbelasting van 34,5%;
W = het meldingsbedrag EIA dat in aanmerking komt voor aftrek;
V = het EIA aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de investering in het kader van de EIA.
c. de netto contante waarde van het genoten of nog te genieten voordeel van de milieu-investeringsaftrek op grond van artikel 3.42a van de Wet inkomstenbelasting 2001 bedraagt NCW Y,1 (X*U*T), waarbij:
NCW Y,1 = de disconteringsfactor bij disconteringspercentage Y in jaar 1;
Y = het disconteringspercentage bedoeld in het zevende lid;
X = het maximale belastingpercentage Inkomstenbelasting of Vennootschapsbelasting dat van toepassing is in het jaar na het jaar van ingebruikname van de productieinstallatie, waarbij tot en met 2004 voor de Inkomstenbelasting wordt uitgegaan van 52% en voor de vennootschapsbelasting van 34,5%;
U = het meldingsbedrag MIA dat in aanmerking komt voor aftrek;
T = het MIA aftrekpercentage dat van toepassing is op het moment van melding van de investering in het kader van de MIA.
d. De netto contante waarde van het genoten of nog te genieten voordeel uit een financiering op grond van de Regeling groenprojecten wordt forfaitair vastgesteld op 1% van het jaarlijkse leningsbedrag waarbij wordt uitgegaan van een over een periode van 10 jaar lineair aflopend leningsbedrag.
2.
SenterNovem kan bij de berekening van de cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidievaststelling afwijkende waarden hanteren, indien:
a. de subsidieaanvrager deze waarden kan aantonen door middel van een accountantsverklaring of
b. er sprake is van een aantoonbare langere bouwtijd dan 1 jaar. In dat geval kunnen de uitkomsten van de rekenregels van het eerste lid vermenigvuldigd worden met de factor 1 / (1 + Y) (S – 12)/24 , waarbij:
Y = het disconteringspercentage bedoeld in het zevende lid gedeeld door 100;
S = de bouwtijd in maanden.
Hieronder wordt verstaan de tijd tussen de eerste betaling en de laatste betaling van die kosten die betrekking hebben op de fysieke bouw van de installatie.
de afwijking leidt tot een andere uitkomst dan de cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening die meer bedraagt dan € 10.000;
3.
De netto investeringskosten bestaan uit de investeringskosten verminderd met investeringssteun.
4.
De netto contante waarde van de billijke kapitaalvergoeding wordt berekend bij een gemiddeld rendement van het geïnvesteerde vermogen van 8% uitgaande van een geïnvesteerd vermogen in de installatie dat lineair afloopt over een afschrijvingstermijn van 10 jaar.
5.
SenterNovem kan een afwijkende waarde voor het gemiddeld rendement van het geïnvesteerd vermogen hanteren indien de producent schriftelijk aantoont dat bij de start van de financiering voor hem een andere verhouding tussen vreemd vermogen en eigen vermogen van toepassing is, waarbij als grenswaarden gelden 15% voor inbreng van eigen vermogen en 6% voor inbreng van het vreemd vermogen.
6.
SenterNovem kan een afwijkende waarde hanteren voor een voordeel genoten op grond van hoofdstuk VA van de Wet belastingen op milieugrondslag indien de producent aantoont dat hij:
a. geen onderdeel uitmaakt van een energiebedrijf dat met de uitvoering van de regulerende energiebelasting was belast, en
b. b. niet het volledige voordeel op grond hoofdstuk VA van de Wet belastingen op milieugrondslag heeft ontvangen. Hij toont dit aan door middel van kopieën van energieleveringscontracten en energienota’s. Indien de energieleveringscontracten of de energienota’s de genoten belastingvoordelen onvoldoende aantonen, bedragen de voordelen de contractueel afgesproken en betaalde vergoeding per MWh verminderd met
€ 21,- per MWh indien met de productie-installatie elektriciteit uit wind of zon wordt opgewekt, of
€ 27,- per MWh indien het een andere productie-installatie betreft.
De voordelen zullen nooit hoger zijn dan de maximale voordelen die op grond van hoofdstuk VA van de Wet belastingen op Milieugrondslag genoten kunnen worden.
7.
SenterNovem gebruikt voor de berekening van de netto contante waarde van de MEP-subsidie en overige exploitatiesteun het discontopercentage dat tijdens de periode van de MEP-subsidieaanvraag geldt en dat door de Europese Commissie wordt gepubliceerd op de website van de Europese Commissie. Voor de productie-installaties die voor 1 juli 2003 in bedrijf zijn genomen geldt het discontopercentage ten tijde van de inbedrijfname.
Artikel 11
De overcompensatie wordt bepaald door de rekenformule G = E - F, waarbij:
E. de netto investering vermeerderd met de netto contante waarde van de billijke kapitaalvergoeding is, en
F. de netto contante waarde van de exploitatiesteun is.
1.
Indien de uitkomst van de formule G = E - F, bedoeld in artikel 11, eerste lid, kleiner is dan € 0,-, is de overcompensatie gelijk aan het bedrag van de overschrijding.
2.
Indien voor een productie-installatie waar biomassa wordt omgezet in elektriciteit de uitkomst van de formule G = E - F, bedoeld in artikel 11, eerste lid, kleiner is dan € 0,-, wordt een aanvullende cumulatietoets uitgevoerd die bestaat uit de rekenregel K = H - J, waarbij
H. de netto contante waarde van tien jaar elektriciteitsproductie op basis van de marktprijs van energie ten tijde van de subsidieaanvraag zoals berekend door het Energieonderzoek Centrum Nederland ten behoeve van de bepaling van de MEP-tarieven 6[1] , bedraagt, en
J. de netto contante waarde van de exploitatiekosten exclusief rente en afschrijving gedurende tien jaar na afschrijving bedraagt.
3.
Indien het saldo K kleiner is dan € 0,00, wordt dit bedrag gecorrigeerd op het saldo G en is de overcompensatie gelijk aan de uitkomst van deze berekening.
1.
In de gevallen waarin de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het besluit tot verlening van de MEP-subsidie vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels heeft genomen, zendt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de desbetreffende producenten binnen acht weken na de inwerkingtreding van deze beleidsregels een opgaveformulier.
2.
In de gevallen waarin producenten vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregels een aanvraag voor MEP-subsidie hebben ingediend bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, maar deze nog geen besluit tot verlening van de MEP-subsidie heeft genomen, is het eerste lid van toepassing.
3.
In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, voert SenterNovem de cumulatietoets ten behoeve van de MEP-subsidieverlening binnen twaalf maanden na de inwerkingtreding van deze beleidsregels uit. Deze beleidsregels zijn daarbij van toepassing.
Artikel 14
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.
Artikel 15
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels cumulatietoets exploitatiesteun duurzame energie-installaties.
Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst, met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd bij de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, Utrechtseweg 310, Arnhem.
's-Gravenhage, 4 december 2004.
De
Minister
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
+ § 2. Opgaveformulier
+ § 3. Cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidieverlening
+ § 4. Cumulatietoets in het kader van de MEP-subsidievaststelling
+ § 5. Rekenregels cumulatietoets
+ § 6. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht