Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2015. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2015.

Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting

Uitgebreide informatie
Beleidsregels van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 5 september 2012 september 2012, nr. 2012-0000515185 ter uitvoering van het Besluit beheer sociale-huursector inzake het gebruik van financiële derivaten door toegelaten instellingen als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet (Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting)
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 21 van het Besluit beheer sociale-huursector;
Besluit:
Artikel 1
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
a. financiële derivaten:
1°. financiële contracten waarvan de waarde is afgeleid van een onderliggende waarde of een referentieprijs, of
2°. onderdelen van financiële contracten die, op zichzelf beschouwd, vallen onder de definitie onder 1°;
b. renteswap: financieel derivaat tussen twee partijen om gedurende een in dat derivaat vastgestelde periode kasstromen in de vorm van rentebetalingen uit te wisselen;
c. payer swap: renteswap van de partij, die een vaste rente betaalt en een variabele rente ontvangt;
d. receiver swap: renteswap van de partij, die een variabele rente betaalt en een vaste rente ontvangt;
e. rentecap: financieel derivaat tussen twee partijen bij of inzake een financiering, waarbij de koper tegen betaling van een geldsom gedurende een bij dat derivaat overeengekomen periode de garantie van een maximaal te betalen rentetarief verkrijgt;
f. rentefloor: financieel derivaat tussen twee partijen bij of inzake een financiering, waarbij de koper tegen betaling van een geldsom gedurende een bij dat derivaat overeengekomen periode de garantie van een minimaal te ontvangen rentetarief verkrijgt;
g. rentecollar: financieel derivaat tussen twee partijen bij of inzake een financiering, waarin voor dezelfde periode sprake is van zowel een rentecap als een rentefloor;
h. variabele leningen: leningen waarvan de rente met een periodiciteit van 12 maanden of minder wordt herzien;
i. hedging: afdekken dan wel beperken van opwaartse renterisico’s van aangetrokken variabele leningen door het afsluiten van payer swaps;
j. liquiditeitsbuffer: som van de bij een toegelaten instelling aanwezige liquide middelen, op zeer korte termijn liquide te maken beleggingen en direct opeisbare en voor het doel van de buffer aan te wenden leningsfaciliteiten;
k. toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet;
l. fonds: Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, bedoeld in artikel 71 van de Woningwet;
m. minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
n. basisrentelening: lening met een vaste marktrente plus een periodiek te herziene opslag welke voldoet aan de eisen voor het verstrekken van borging zoals opgenomen in de standaardleningovereenkomst van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
1.
Het financiële beleid en beheer van een toegelaten instelling moet dienstbaar zijn aan het realiseren van de gewenste volkshuisvestelijke doelstellingen, en dient daartoe op transparante wijze gericht te zijn op financiële continuïteit.
2.
Het aantrekken en afstoten van financiële derivaten dient uitsluitend te zijn gericht op het beperken van risico’s van het financiële beleid en beheer.
3.
Het verkopen van financiële derivaten, anders dan het sluiten van derivaatposities, is niet toegestaan.
1.
Toegelaten instellingen die bij hun financiële beleid en beheer financiële derivaten gebruiken, dienen hun interne organisatie op adequate wijze daarop te hebben ingericht. Dit betekent dat in elk geval moet zijn geborgd dat er voldoende aandacht is voor:
a. de wijze waarop en de mate waarin het gebruik van financiële derivaten bijdraagt aan het beperken van risico’s bij het financiële beleid en beheer;
b. de interne organisatiestructuur inzake aanschaf en gebruik van financiële derivaten, waaronder in elk geval regels inzake bevoegdheden en mandatering, interne controle, interne verantwoording, rol en betrokkenheid van de externe accountant, en rol en betrokkenheid van het orgaan waaraan het toezicht op het bestuur is opgedragen;
c. waarborging van voldoende interne professionaliteit inzake financiële derivaten, ook bij het orgaan, bedoeld in onderdeel b;
d. beheersingsstructuren rond de risico’s van financiële derivaten, onder meer gericht op de marktwaarde, de omvang en de samenstelling van de derivatenportefeuille en de monitoring van de marktwaarde en de liquiditeitsbuffer in relatie tot het liquiditeitsrisico.
2.
Het fonds beoordeelt jaarlijks de opzet van de interne organisatie rond financiële derivaten in het kader van zijn financiële toezicht. Het informeert de toegelaten instelling en de minister omtrent zijn bevindingen.
1.
Het is toegelaten instellingen niet toegestaan andere financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a. onder 1°, aan te trekken dan rentecaps of payer swaps gericht op het beperken van opwaartse renterisico’s van variabele leningen.
2.
Het is toegelaten instellingen niet toegestaan andere financiële derivaten als bedoeld in artikel 1 onderdeel a. onder 2°, aan te trekken dan basisrenteleningen als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, mits deze deel uitmaken van een door het fonds goedgekeurde beleidslijn zoals bedoeld in artikel 8, tweede lid, of in geval van een door het fonds goedgekeurd plan van aanpak zoals bedoeld in artikel 10, eerste lid.
3.
Basisrenteleningen welke voldoen aan de in het tweede lid genoemde voorwaarden, worden voor de verdere werking van deze beleidsregels niet beschouwd als financiële derivaten.
4.
Financiële derivaten mogen uitsluitend worden aangetrokken in euro’s, en van financiële instellingen met minimaal een single A rating of een daarmee vergelijkbare rating, afgegeven door ten minste twee van de drie ratingbureaus Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch.
1.
Toegelaten instellingen mogen uitsluitend financiële derivaten aantrekken van een financiële instelling, als zij door die financiële instelling in het kader van de zorgplichtregels van de Wet op het financieel toezicht , in het bijzonder artikel 4:18d van die wet, als ‘niet professionele belegger’ worden aangemerkt.
2.
Een toegelaten instelling sluit, voordat zij een financieel derivaat aantrekt van een financiële instelling, een raamovereenkomst, zoals opgenomen in bijlage I bij deze beleidsregels, met die financiële instelling.
1.
Er mogen in of ten aanzien van aan te trekken financiële derivaten geen clausules worden gehanteerd die op enigerlei wijze de uitoefening van het toezicht op de toegelaten instellingen kunnen belemmeren.
2.
Financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a. onder 1°>, worden door toegelaten instellingen uitsluitend aangetrokken onder de modelovereenkomst die is opgenomen in bijlage II bij deze beleidsregels.
1.
Toegelaten instellingen mogen uitsluitend financiële derivaten als bedoeld in artikel 1 onderdeel a. onder 1°, aantrekken ter hedging van variabele leningen die voor of tegelijk met het moment van afsluiten van het derivatencontract zijn aangetrokken.
2.
Aan te trekken payer swaps mogen geen langere looptijd hebben dan het lopende jaar en de direct daarop volgende negen kalenderjaren.
1.
Toegelaten instellingen die financiële derivaten gebruiken, dienen daarvoor een liquiditeitsbuffer aan te houden die, rekening houdend met voorzienbare claims op de liquiditeitsbuffer vanwege andere bedrijfsrisico’s, ten minste groot genoeg is om de uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van een daling van de vaste rente in de markt met 2%-punt te kunnen voldoen.
2.
Indien de liquiditeitsbuffer niet voldoet aan de eis, bedoeld in het eerste lid, dient de toegelaten instelling:
a. dit terstond te melden aan het fonds;
b. in overleg met het fonds een beleidslijn op te stellen gericht op het weer kunnen voldoen aan deze eis.
3.
Indien en zolang de liquiditeitsbuffer, bedoeld in het eerste lid, te klein is om de uit de derivatenportefeuille voortvloeiende liquiditeitsverplichtingen ten gevolge van een daling van de vaste rente in de markt met 1%-punt te kunnen voldoen, mag de betreffende toegelaten instelling geen payer swaps aantrekken.
1.
Toegelaten instellingen die financiële derivaten gebruiken, dienen zich hierover in hun jaarverslag of in hun cijfermatige kerngegevens, bedoeld in artikel 26, derde lid, van het Besluit beheer sociale-huursector, op een transparante, complete en inzichtelijke wijze te verantwoorden.
2.
De verantwoording, bedoeld in het eerste lid, heeft in elk geval betrekking op:
a. de interne organisatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid;
b. de samenstelling en omvang van de derivatenportefeuille van de toegelaten instelling in relatie tot haar leningenportefeuille op een zodanige wijze dat het fonds kan beoordelen of aan de artikelen 4 tot en met 7 wordt voldaan;
c. de liquiditeitsbuffer, bedoeld in artikel 8, en
d. de wijze waarop de toegelaten instellingolkshuisvestingsverslag mee kan (moet) doen) toepassing geeft aan artikel 10, indien dat artikel op haar van toepassing is.
3.
Voor zover niet of niet anders bepaald in deze beleidsregels zijn voor de verwerking, waardering, resultaatbepaling, presentatie en toelichting van financiële derivaten in de jaarrekening titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en richtlijn 290 Financiële instrumenten’ van de Raad voor de Jaarverslaggeving van toepassing.
4.
Het fonds betrekt de solvabiliteitsrisico’s vanwege het bezit van financiële derivaten bij zijn financiële oordelen over de toegelaten instelling.
1.
Een toegelaten instelling die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregels een derivatenportefeuille heeft die financiële derivaten bevat met clausules die de uitoefening van het toezicht op de toegelaten instelling kunnen belemmeren, stelt een plan van aanpak op om de derivatenportefeuille voor wat betreft deze financiële derivaten met voornoemde clausules binnen een redelijkerwijs haalbaar te achten termijn af te bouwen.
2.
Het fonds kan nadere eisen stellen aan het plan van aanpak van en de te hanteren termijn voor de in het eerste lid bedoelde afbouw van de derivatenportefeuille.
Artikel 12
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting.
Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 5 september 2012
De
minister
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsomschrijvingen
+ § 2. Algemene uitgangspunten
+ § 3. Organisatorische eisen
+ § 4. Aan te trekken soorten financiële derivaten
+ § 5. Contractuele voorwaarden financiële derivaten en zorgplicht aanbieders
+ § 6. Volumebegrenzing financiële derivaten
+ § 7. Financiële eisen
+ § 8. Externe verantwoording en extern toezicht
+ § 9. Plan van aanpak
+ § 10. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht