Benelux-Overeenkomst tot unificatie van accijnzen
(authentiek: nl)
De Regering van het Koninkrijk België,
De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 februari 1958, in het bijzonder op de artikelen 3, 11, 78 en 80 daarvan, alsmede op artikel 31 van de daarbij behorende Overgangsovereenkomst;
Overwegende dat op grond van de artikelen 11, 78 en 80 van voornoemd Verdrag de Overeenkomstsluitende Partijen gemeenschappelijke rechten vaststellen voor de accijnzen, waarbij de heffingsregelen worden gecoördineerd;
Zijn overeengekomen als volgt:
§ 1.
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde ethylalcohol en ethylalcoholhoudende produkten een accijns geheven, welke per hectoliter, voor elke graad van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, als volgt wordt vastgesteld:
a) f 15,93 of F 220 in Nederland en in België;
b) F 170 in Luxemburg.
§ 2.
Paragraaf 1 is niet van toepassing op:
a) bier;
b) gegiste dranken van druiven, krenten of rozijnen, al dan niet mousserend, welke volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van niet meer dan 22 graden;
c) gegiste dranken van andere vruchten dan druiven, krenten of rozijnen en andere krachtens artikel 7 daarmede gelijkgestelde gegiste dranken, al dan niet mousserend, welke volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van niet meer dan 15 graden.
§ 3.
De tarieven vastgesteld bij § 1, letters a) en b), zijn mede van toepassing op gegiste dranken bedoeld in § 2, letters b) en c), ongeacht de sterkte, welke geheel zijn ontzuurd of welke wegens kleurloosheid het uiterlijk aanzien hebben van overgehaalde alcohol.
§ 1.
In Luxemburg kunnen op basis van een forfaitair vastgestelde produktie worden belast:
a) de landbouwstokerijen waarvan de jaarlijkse produktie niet meer bedraagt dan 2.000 liter alcohol van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius en welke uitsluitend granen of andere meelhoudende produkten verwerken;
b) de landbouwstokerijen waarvan de jaarlijkse produktie niet meer bedraagt dan 5.000 liter alcohol van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius en welke uitsluitend in Luxemburg geoogste vruchten, bessen, wijn, most, wijnmoer of wortels verwerken.
In de forfaitaire stokerijen, welke granen of andere meelhoudende produkten verwerken, mag de werkelijke produktie de hoeveelheid alcohol welke met accijns is belast, niet met meer dan 10% overtreffen.
§ 2.
In Luxemburg wordt aan de niet-forfaitaire meelhoudende produkten verwerkende landbouwstokerijen, welke aldaar zijn gevestigd bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en welke voldoen aan de voorwaarden, neergelegd in de Belgisch-Luxemburgse Overeenkomsten van 23 mei 1935 en 12 september 1950 betreffende de op alcohol geheven accijnzen, een vermindering van accijns verleend, welke per liter alcohol van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac bij een temperatuur van 15 graden Celsius, niet meer mag bedragen dan:
a) F 5 voor het gedeelte der produktie van elke stokerij van die aard, dat jaarlijks 10.000 liter van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, niet overtreft;
b) F 3,25 voor het gedeelte der produktie van elke stokerij van die aard, dat jaarlijks 10.000 liter van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, overtreft.
§ 3.
De totale hoeveelheid alcohol, vervaardigd door de in Luxemburg gevestigde, al dan niet forfaitaire landbouwstokerijen, welke in de loop van een kalenderjaar in Nederland en in België gezamenlijk kan worden binnengebracht, mag niet groter zijn dan 1.000.000 liter van 100 graden van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius.
In dit totaal mogen de hoeveelheden alcohol, vervaardigd in stokerijen, welke in Luxemburg geoogste vruchten, bessen, wijn, most, wijnmoer of wortels verwerken, niet meer bedragen dan 300.000 liter.
Artikel 3 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De alcoholsterkte van de produkten, bedoeld in de artikelen 1 en 2, wordt uitgedrukt in graden en tienden van graden. De temperatuur wordt afgelezen in graden en halve graden. Gedeelten van een deciliter worden voor een gehele deciliter gerekend.
§ 1.
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van het aldaar vervaardigde bier een accijns geheven, welke per hectolitergraad wort, als volgt wordt vastgesteld:
§ 2.
Het aantal hectolitergraden wordt uitgedrukt in gehele getallen. Het is het produkt van de hoeveelheid wort bij een temperatuur van 17,5 graden Celsius en het verschil tussen de dichtheid van het wort bij die temperatuur en de dichtheid van zuiver water. De hoeveelheid wordt uitgedrukt in hectoliters, met verwaarlozing van gedeelten van een hectoliter; het verschil in dichtheid wordt uitgedrukt in graden en tienden van graden, met verwaarlozing van gedeelten van een tiende graad. Iedere graad vertegenwoordigt een honderdste gedeelte van de dichtheid van zuiver water.
§ 3.
Voor de toepassing van het in § 1 vermelde tarief wordt in aanmerking genomen het aantal hectolitergraden wort van de brouwsels, vervaardigd in dezelfde brouwerij, waarvoor de accijns in een kalenderjaar verschuldigd is geworden. Indien eenzelfde accijnsplichtige de brouwerij slechts gedurende een gedeelte van een kalenderjaar in werking heeft gehad, wordt het in § 1 vermelde aantal hectolitergraden voor dat jaar naar evenredigheid verminderd.
§ 1.
Bij invoer in Nederland, in België of in Luxemburg wordt van bier van alle soorten een accijns geheven welke, per hectoliter, als volgt wordt vastgesteld:
a) bier waarvan het extractgehalte minder dan 10 gewichtspercenten bedraagt: f 17,56 of F 242,60;
b) bier waarvan het extractgehalte van 10 tot minder dan 14 gewichtspercenten bedraagt: f 25,09 of F 346,50;
c) bier waarvan het extractgehalte van 14 tot minder dan 16 gewichtspercenten bedraagt: f 30,10 of F 415,80;
d) bier waarvan het extractgehalte 16 en meer bedraagt: f 34,62 of F 478,20.
§ 2.
Voor de toepassing van § 1 wordt onder extractgehalte verstaan, het gehalte aan opgeloste niet vluchtige stoffen en het alcoholgehalte, rekening houdend met de vluchtige zuren, samen herleid tot extractgehalte van de vloeistof in onvergiste staat.
§ 1.
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt, met inachtneming van artikel 80, tweede lid, van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, van de aldaar vervaardigde of ingevoerde gegiste dranken van druiven, krenten of rozijnen een accijns geheven van f 43,44 of F 600 per hectoliter.
§ 2.
Indien de in § 1 bedoelde dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van meer dan 12 graden, wordt de accijns vermeerderd met een aanvullende accijns, welke per hectoliter, voor elke 1/10 graad boven 12 graden, als volgt wordt vastgesteld:
a) f 0,78 of F 10,60, indien zij een sterkte hebben van niet meer dan 15 graden;
b) f 1,23 of F 17, indien zij een sterkte hebben van meer dan 15 graden.
§ 1.
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde gegiste dranken van andere vruchten dan druiven, krenten of rozijnen evenals van de andere aldaar vervaardigde of ingevoerde gegiste dranken die door de bevoegde Ministers, op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, daarmede zijn gelijkgesteld, een accijns geheven van f 43,44 of F 600 per hectoliter.
§ 2.
Indien de in § 1 bedoelde dranken volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van meer dan 12 graden, wordt de accijns vermeerderd met een aanvullende accijns van f 0,78 of F 10,60 per hectoliter voor elke 1/10 graad boven 12 graden.
§ 3.
De bevoegde Ministers kunnen, op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, voor de door hen aan te wijzen dranken en onder de nodige door hen te stellen voorwaarden, gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de in de §§ 1 en 2 bedoelde accijnzen verlenen.
§ 1 .
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van gegiste dranken welke aldaar mousserend worden gemaakt of vanzelf mousserend worden en van ingevoerde mousserende gegiste dranken - met uitzondering van bier en van de dranken waarop de accijns van artikel 1 van toepassing is - een accijns geheven welke, per hectoliter, als volgt wordt vastgesteld:
a) dranken, welke volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van niet meer dan 6 graden: f 10,86 of F 150;
b) dranken, welke volgens de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius, een sterkte hebben van meer dan 6 graden:
vervaardigd van druiven, krenten of rozijnen: f 108,60 of F 1.500;
andere: f 54,30 of F 750
§ 2 .
Van mousserende gegiste dranken wordt, benevens de bij § 1 bedoelde accijns, de accijns geheven bedoeld bij artikel 6 of bij artikel 7.
Artikel 9 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde alcoholvrije dranken een accijns geheven welke, per liter als volgt wordt vastgesteld:
a) limonade ............................................ f 0,14 of F 2;
b) andere alcoholvrije dranken ...................... f 0,07 of F 1.
Artikel 10 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar van beetwortels of van suikerriet vervaardigde suiker een accijns geheven welke, per 100 kilogram nettogewicht, als volgt wordt vastgesteld:
a) suiker in vaste vorm .......................... f 4,34 of F 60 ;
b) andere suiker per gehalte percent suiker ................................. f 0,043 of F 0,60
Artikel 11 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Bij invoer in Nederland, in België of in Luxemburg wordt van suiker en van produkten waarbij suiker is aangewend of waaraan suiker is toegevoegd een accijns geheven welke, per 100 kilogram nettogewicht, als volgt wordt vastgesteld:
a) saccharosesuiker in vaste vorm f 4,34 of F 60;
b) andere saccharosesuiker en invertsuiker f 0,043 of F 0,60 per gehalte percent suiker;
c) produkten waarbij saccharosesuiker of invertsuiker is aangewend of produkten waaraan saccharosesuiker of invertsuiker is toegevoegd, in de verhouding van:
5 en niet meer dan 15% ........... f 0,43 of F 6
meer dan 15 en niet meer dan 25% f 0,87 of F 12
meer dan 25 en niet meer dan 40% f 1,40 of F 19,50
meer dan 40 en niet meer dan 60% f 2,17 of F 30
meer dan 60 en niet meer dan 75% f 2,93 of F 40,50
meer dan 75 en niet meer dan 90% f 3,58 of F 49,50
meer dan 90% ........... f 4,12 of F 57
§ 1.
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde hierna vermelde tabaksfabrikaten een accijns geheven naar de volgende percentages van de kleinhandelsprijs:
§ 2.
In Nederland, in België en in Luxemburg worden met betrekking tot de aldaar vervaardigde of ingevoerde sigaretten zodanige maatregelen op het gebied van de accijnzen en de omzetbelasting genomen, dat de op 9 juni 1971 in die landen geldende kleinhandelsprijs voor sigaretten van onderscheidenlijk f 60, F 720 en F 680 per 1000 stuks uiterlijk 1 januari 1973 tenminste zal bedragen onderscheidenlijk f 60, F 760 en F 720 per 1000 stuks en uiterlijk 1 januari 1974 tenminste onderscheidenlijk f 60, F 800 en F 760 per 1000 stuks. Voor de sigaretten met een lagere kleinhandelsprijs zal die prijs in dezelfde mate worden aangepast.
§ 3.
De bepalingen van deze Overeenkomst zijn van toepassing op sigaretten.
Artikel 13 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde minerale oliën een accijns geheven naar de volgende bedragen en maatstaven:
a) lichte olie ............................................... f 38,73 of F 535
    per hectoliter bij een temperatuur van 15 graden Celsius
b) zware olie voor motoraandrijving op de openbare weg ..................................... f 15,57 of F 215
    per hectoliter bij een temperatuur van 15 graden Celsius
c) halfzware olie, gasolie, alsmede stookolie, andere dan zware, voor ander gebruik als onder letter b) ......... f 3,26 of F 45
    per hectoliter bij een temperatuur van 15 graden Celsius
d) zware stookolie en andere oliën, niet bedoeld onder de letters a), b) en c), wanneer deze oliën bestemd zijn om als brandstof te worden gebruikt ........... f 0,72 of F 10
    per 100 kilogram.
§ 1.
Bij invoer in Nederland, in België of in Luxemburg wordt van produkten, welke minerale oliën bevatten, een accijns geheven naar de volgende bedragen en maatstaven:
a) produkten die meer dan 5 volumepercenten lichte olie bevatten: per hectoliter en per percent f 0,39 of F 5,35;
b) produkten die meer dan 5 volumepercenten halfzware olie, gasolie of stookolie, andere dan zware, bevatten: per hectoliter en per percent f 0,03 of F 0,45;
c) produkten die meer dan 5 gewichtspercenten zware stookolie bevatten: per 100 kilogram en per percent f 0,007 of F 0,10.
§ 2.
Het bepaalde in § 1 is niet van toepassing ten aanzien van:
a) lichte olie aanwezig in een bij § 1, letter a), bedoeld produkt mits deze olie ongeschikt is voor het aandrijven van motoren;
b) half zware olie aanwezig in een bij § 1, letter b), bedoeld produkt mits deze olie ongeschikt is voor het aandrijven van motoren of voor verwarming en verlichting.
Artikel 15 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In Nederland, in België en in Luxemburg wordt van de aldaar vervaardigde of ingevoerde benzol en andere aromatische lichte koolwaterstof oliën een accijns geheven van f 38,73 of F 535 per hectoliter bij een temperatuur van 15 graden Celsius.
Artikel 16 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De bevoegde Ministers kunnen, op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, een nadere omschrijving geven van de goederen waarvan een gemeenschappelijke accijns wordt geheven, dat wil zeggen een accijns welke gemeenschappelijk door de Overeenkomstsluitende Partijen is vastgesteld.
Artikel 17 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De Overeenkomstsluitende Partij die bepalingen wenst vast te stellen op grond waarvan voor een bijzondere bestemming gehele of gedeeltelijke vrijstelling wordt verleend van een gemeenschappelijke accijns, moet door tussenkomst van de Commissie voor douane en belastingen toestemming vragen aan het Comité van Ministers. De toestemming moet in ieder geval worden geweigerd indien de vrijstelling een ongelijke economische werking zal veroorzaken of aanleiding zal geven tot het instellen of het handhaven van controles of formaliteiten aan de binnengrenzen.
Artikel 18 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De Overeenkomstsluitende Partijen verbinden zich elke vijf jaar na het tijdstip van in werking treden van deze Overeenkomst of eerder op verzoek van een der Partijen na te gaan of er aanleiding bestaat het specifieke tarief, hetwelk voor een gemeenschappelijke accijns is vastgesteld, bij te stellen in verband met mogelijke wijzigingen in de koopkracht van de of een der munteenheden of in de grondstoffenprijzen op de wereldmarkt.
§ 1.
Op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, kan het Comité van Ministers overeenkomstig artikel 19 b) van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, overeenkomsten opstellen tot vaststelling van gemeenschappelijke accijnzen op andere dan de in Hoofdstuk I van deze Overeenkomst bedoelde goederen en tot verhoging, verlaging of afschaffing van de gemeenschappelijke accijnzen.
§ 2.
In geval van dringende noodzakelijkheid, kunnen maatregelen tot verhoging of verlaging met een maximum van een derde van gemeenschappelijke accijnzen worden genomen bij beschikking van het Comité van Ministers overeenkomstig artikel 19 a) van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie.
§ 3.
In geval een van deze beschikkingen die in het gebied van de Overeenkomstsluitende Partijen in werking is getreden en uitgevoerd wordt, in het gebied van een der Partijen de aldaar eventueel vereiste grondwettelijke goedkeuring niet verkrijgt, wordt zij zo spoedig mogelijk op een door het Comité van Ministers vast te stellen datum buiten werking gesteld.
§ 1.
Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan, met inachtneming van de in § 2 vermelde beperking, autonoom afwijken van de tarieven van de gemeenschappelijke accijnzen, mits deze afwijkingen geen aanleiding geven tot het instellen of het handhaven van controles of formaliteiten aan de binnengrenzen.
§ 2.
Een afwijking die bestaat in het toepassen van een accijnstarief dat lager is dan het gemeenschappelijke accijnstarief, treedt pas in werking nadat het Comité van Ministers op advies van de Commissie voor douane en belastingen heeft bepaald dat die afwijking geen ongelijke economische werking zal veroorzaken.
§ 1.
Op voorstel van de Commissie voor douane en belastingen, kunnen de Overeenkomstsluitende Partijen maatregelen treffen ter verzekering van zodanige gelijkheid in de wettelijke en uitvoerende bepalingen betreffende de heffing van de gemeenschappelijke accijnzen, dat die accijnzen in de drie gebieden een gelijke economische werking hebben.
§ 2.
Een gelijke economische werking van die accijnzen wordt geacht aanwezig te zijn, indien de verschillen in de in § 1 bedoelde bepalingen naar de mening van de Commissie voor douane en belastingen aanvaardbaar zijn.
§ 1.
De goederen waarvan een gemeenschappelijke accijns is geheven, kunnen van het gebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar dat van een andere Partij worden verzonden zonder heffing, terugbetaling of ontheffing van die accijns.
§ 2.
In afwijking van § 1 wordt voor ethylalcohol en ethylalcoholhoudende produkten:
a) waarop in Luxemburg de accijns is geheven die is vastgesteld bij artikel 1, § 1, letter b), en welke naar België of naar Nederland worden verzonden, bij het binnenkomen in België of, indien de verzending niet over België geschiedt, bij het binnenkomen in Nederland een aanvullende accijns geheven van F 50 of f 3,62 per hectoliter, voor elke graad van de alcoholmeter van Gay-Lassac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius;
b) waarop in Nederland de accijns is geheven die is vastgesteld bij artikel 1, § 1, letter a), en welke naar Luxemburg worden verzonden, in Nederland een teruggaaf van accijns verleend van f 3,62 per hectoliter, voor elke graad van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius;
c) waarop in België, ingevolge verzending naar Luxemburg, de accijns is geheven die is vastgesteld bij artikel 1, § 1, letter b), bij die verzending ontheffing van accijns verleend tot een bedrag van F 50 per hectoliter, voor elke graad van de alcoholmeter van Gay-Lussac, bij een temperatuur van 15 graden Celsius.
§ 3.
De toewijzing aan Nederland of aan de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, van de gemeenschappelijke accijnzen die door Nederland, door België en door Luxemburg zijn geheven, geschiedt overeenkomstig de bepalingen, welke door het Comité van Ministers op advies van de Commissie voor douane en belastingen zijn vastgesteld.
§ 4.
De toewijzing van de gemeenschappelijke accijnzen waarvan bij toepassing van artikel 20 autonoom wordt afgeweken, geschiedt:
a) naar de werkelijke accijnstarieven van het land van verzending indien de verzending van de aan die gemeenschappelijke accijnzen onderworpen goederen van het gebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar dat van een andere Partij geen anleiding geeft tot heffing, terugbetaling of ontheffing van het verschil tussen de werkelijke accijnstarieven en de tarieven van de gemeenschappelijke accijnzen;
b) naar de tarieven van de gemeenschappelijke accijnzen indien de verzending van de aan die accijnzen onderworpen goederen van het gebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij naar dat van een andere Partij aanleiding geeft tot heffing, terugbetaling of ontheffing van het verschil tussen de werkelijke accijnstarieven en de tarieven van de gemeenschappelijke accijnzen.
§ 5.
De bij § 3 bedoelde bepalingen kunnen inzonderheid de verplichting behelzen tot het inreiken van een speciale aangifte door de verzender en door de ontbieder van de goederen.
Artikel 23 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Elk van de Overeenkomstsluitende Partijen kan autonoom accijns heffen van goederen waarvan geen gemeenschappelijke accijns wordt geheven, mits die autonome heffing geen aanleiding geeft tot het instellen of het handhaven van controles of formaliteiten aan de binnengrenzen.
§ 1.
In België en in Luxemburg vervallen de accijnzen op koffie en op margarine en andere bereide vetten alsmede de verbruikstaks op alcohol, gedistilleerde dranken, likeuren en ethylalcoholhoudende – al dan niet vloeibare – produkten.
§ 2.
In België vervalt de vermindering van accijns welke aan landbouwstokers wordt verleend.
Artikel 25 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
In Nederland vervalt de accijns op stoffen houdende andere alcoholen dan ethylalcohol.
Artikel 26 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Ter uitvoering van artikel 1, lid 2, van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof worden de bepalingen van deze Overeenkomst aangewezen als gemeenschappelijke rechtsregels voor de toepassing van de hoofdstukken III en IV van dat Verdrag.
Artikel 27 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
De hoofdstukken I, II en III van het Verdrag tot unificatie van accijnzen en van het waarborgrecht, ondertekend te 's-Gravenhage op 18 februari 1950, de bepalingen opgenomen in de tweede zin van artikel 22 van dat Verdrag, alsmede de Protocollen van 18 februari 1950, 27 mei 1952, 11 december 1958, 29 maart 1962 en 29 april 1968 bij genoemd Verdrag, zijn vervallen.
Artikel 28 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen worden neergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Benelux Economische Unie, die de Overeenkomstsluitende Partijen kennis geeft van de neerlegging van die akten.
§ 1.
Deze Overeenkomst treedt in werking op 1 januari 1973.
§ 2.
In België kan, in afwijking van § 1, de toepassing van de tarieven vastgesteld bij de artikelen 4 en 5 worden uitgesteld uiterlijk tot 1 januari 1974.
§ 3.
Eveneens in België kan, in afwijking van § 1, de toepassing van het tarief vastgesteld bij artikel 13, letter b), worden uitgesteld uiterlijk tot 1 januari 1974 voor gasolie geleverd om te worden gebruikt als motorbrandstof voor de autobussen van sommige maatschappijen voor intercommunaal vervoer.
§ 4.
In Luxemburg kan, in afwijking van § 1, de toepassing van de tarieven vastgesteld bij de artikelen 4, 5 en 9 worden uitgesteld uiterlijk tot 1 januari 1976, met dien verstande dat de voor bier toegepaste tarieven uiterlijk 1 januari 1974 met een percentage van tenminste 50 moeten zijn toegenaderd tot de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde tarieven.
§ 5.
Eveneens in Luxemburg kan, in afwijking van § 1, de toepassing van de tarieven vastgesteld bij de artikelen 13 en 14 worden uitgesteld uiterlijk tot 1 januari 1975 voor:
a) zware olie voor motoraandrijving op de openbare weg;
b) gasolie alsmede stookolie, andere dan zware, gebruikt voor verwarming.
§ 6.
In Nederland kan, in afwijking van § 1, de toepassing van de tarieven vastgesteld bij de artikelen 13 en 14 worden uitgesteld uiterlijk tot 1 januari 1974, voor:
a) minerale oliën welke bij de voortbrenging van uitgevoerde goederen in belangrijke mate voor verwarming ter bevordering n het groeiproces van die goederen zijn gebruikt;
b) petroleum, gasolie en andere minerale oliën, welke voor verwarmings- of verlichtingsdoeleinden worden gebruikt door particulieren of in bejaardentehuizen.
§ 7.
Gedurende de overgangstijd bedoeld in de §§ 2, 4 en 5 kunnen aan de Belgisch-Luxemburgse grens controles of formaliteiten worden ingesteld of gehandhaafd met het oog op de heffing, terugbetaling of ontheffing van de verschillen tussen de accijnstarieven.
Artikel 30 [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Deze Overeenkomst blijft voor eenzelfde tijd van kracht als het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie.
TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.
GEDAAN te Luxemburg, op 29 mei 1972, in drie exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.
Inhoudsopgave
Benelux-Overeenkomst tot unificatie van accijnzen
+ HOOFDSTUK I. GEMEENSCHAPPELIJKE ACCIJNZEN
+ HOOFDSTUK II. ALGEMENE BEPALINGEN INZAKE GEMEENSCHAPPELIJKE ACCIJNZEN
+ HOOFDSTUK III. AUTONOME ACCIJNZEN
+ HOOFDSTUK IV. VERVALLEN ACCIJNZEN
+ HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht