Beperking operaties met niet-geluidgecertificeerde straalvliegtuigen
De Minister van Verkeer en Waterstaat.
Gelet op artikel 4 van het Besluit van 21 mei 1981, houdende vaststelling van regels ter beperking van geluidhinder door luchtvaartuigen (Stb. 1981, 343),
Gelet op de Richtlijn van 21 april 1983, 83/206/EG, van de Raad van Europese Gemeenschappen (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 1983, nr. L 117/15), tot wijziging van de Richtlijn van de Raad van 20 december 1979, 80/51/EG, inzake de beperking van geluidhinder door subsonische luchtvaartuigen (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen van 24 januari 1980, nr. L 18–26);
Handelende in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.
Besluit:
Artikel 1
Met ingang van 1 januari 1988 is het opstijgen van of landen op de krachtens de Luchtvaartwet aangewezen luchtvaartterreinen verboden voor civiele vleugelvliegtuigen met straalturbineaandrijving, waarvoor de maximaal toegelaten snelheid kleiner is dan die van het geluid voor zover deze niet voldoen aan de bepalingen en voorschriften, welke ten minste gelijk zijn aan de minimum maatstaven, die zijn vastgesteld op grond van Bijlage 16, le editie 1981, Titel I, Deel II, Hoofdstuk 2, van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. H 165).
Artikel 2
De Minister van Verkeer en Waterstaat kan tot uiterlijk 1 januari 1990 ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 1 indien naar zijn genoegen wordt aangetoond dat het voor de aanvrager vooralsnog onmogelijk is vluchten uit te voeren met vliegtuigen, welke aan de in artikel 1 bedoelde bepalingen en voorschriften voldoen.
, 25 april 1984
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht