Let op. Deze wet is vervallen op 24 januari 2004. U leest nu de tekst die gold op 23 januari 2004.

Beschikking steunverlening kleine graanproducenten

Uitgebreide informatie
Beschikking steunverlening kleine graanproducenten
De minister van Landbouw en Visserij,
Overwegende dat ter uitvoering van artikel 4 bis van Verordening (EEG) no. 2727/75 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (PbEG no. L 281), Verordening (EEG) nr. 1983/86 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juni 1986 houdende algemene bepalingen van de regeling inzake rechtstreekse steun aan kleine producenten in de sector granen (PbEG no. L 171) en Verordening (EEG) nr. 2096/86 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 3 juli 1987 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de rechtstreekse steun aan de kleine producenten in de graansector (PbEG no. L 180) regelen dienen te worden vastgesteld;
Gelet op de artikelen 15 en 19 van de Landbouwwet (Stb. 1957, 432);
Gehoord het Landbouwschap en het Hoofdproduktschap voor Akkerbouwprodukten;
Besluit:
Artikel 1
Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder:minister:
minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;basisverordening:
Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (PbEG nr. L 281);uitvoeringsverordeningen:
de door de Raad of de Commissie van de Europese Gemeenschappen ter uitvoering van de basisverordening vastgestelde verordeningen;granen:
granen, als bedoeld in artikel 1, onderdeel a en b, van de basisverordening;verkoopseizoen:
de periode, als bedoeld in artikel 2 van de basisverordening;standaardbedrijfseenheden:
door het Landbouw Economisch Instituut berekende verhoudingsgetallen die een beoordeling mogelijk maken van de produktie-omvang van het gehele landbouwbedrijf en van de afzonderlijke takken;directeur:
Directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;landbouwbedrijf:
een onderneming waar bedrijfsmatig de landbouw wordt uitgeoefend;DHB:
districtsbureauhouder van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in wiens werkgebied het landbouwbedrijf van de kleine graanproducent is gelegen.
1.
Overeenkomstig de bepalingen van de basisverordening en de uitvoeringsverordeningen wordt met ingang van het verkoopseizoen 1986/1987 jaarlijks steun verleend aan kleine graanproducenten.
2.
De steun komt ten laste van het Landbouw-Egalisatie-Fonds, afdeling B.
Artikel 3
Als kleine graanproducent wordt aangemerkt een natuurlijke persoon of rechtspersoon danwel een samenwerkingsverband daarvan, die onderscheidenlijk dat, ten genoegen van de directeur aantoont, dat in het verkoopseizoen waarop de aanvraag als bedoeld in artikel 4 betrekking heeft:
a. voor zijn eigen rekening een landbouwbedrijf werd geëxploiteerd waarvan een oppervlakte van ten minste 4 hectare met granen is bebouwd en dat ten hoogste een omvang had van 300 standaardbedrijfseenheden;
b. op hem een heffing alsmede een extra heffing als bedoeld in artikel 2 van de Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988 (Stcrt. 1988, 124) is verhaald ter hoogte van ten minste een bedrag van € 22,69.
1.
Om in aanmerking te komen voor de steun dient de kleine graanproducent een daartoe strekkende aanvraag in te dienen bij de DBH op een door de directeur vastgesteld formulier.
2.
De aanvraag, als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend in het tijdvak van 1 juli tot en met 31 augustus, volgend op het einde van het verkoopseizoen waarop de aanvraag betrekking heeft.
3.
Bij de aanvraag dient de kleine graanproducent daartoe strekkende bewijsstukken te voegen, met dien verstande dat hij in elk geval de facturen moet overleggen waaruit blijkt dat hij de heffing alsmede de extra heffing als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, heeft betaald dan wel dat deze heffingen op hem zijn verhaald.
Artikel 5
De steun is gelijk aan het bedrag van de heffing alsmede de extra heffing als bedoeld in artikel 3, onderdeel b, dat de kleine graanproducent in het verkoopseizoen waarop de aanvraag betrekking heeft betaald heeft, verminderd met het op grond van artikel 8, eerste lid, van de Beschikking medeverantwoordelijkheidsheffing granen 1988 aan de producent terugbetaalde bedrag, met dien verstande dat de steun voor het verkoopseizoen 1991/1992 ten hoogste f 559,03 bedraagt en dat indien het totaal van de steun het voor Nederland ingevolge Verordening (EEG) No. 743/89 van de Commissie van 21 maart 1989 (PbEG L 80) vastgestelde totale bedrag te boven gaat de steun evenredig wordt verlaagd.
1.
De DBH legt een aanvraag als bedoeld in artikel 4, zo nodig vergezeld van zijn advies, voor aan de directeur.
2.
De directeur beslist op de aanvraag.
Artikel 7
Aan een kleine graanproducent kan in een verkoopseizoen slechts éénmaal steun op grond van deze beschikking worden verleend.
Artikel 8
De steun wordt uiterlijk op 31 december direct volgende op het einde van het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt verleend, aan de kleine graanproducent betaald.
1.
De aanvraag is niet-ontvankelijk indien het bepaalde in artikel 4, tweede lid, niet in acht is genomen.
2.
De aanvraag wordt niet in behandeling genomen indien de in artikel 4, derde lid, genoemde gegevens en bescheiden niet zijn verstrekt.
1.
Indien door of namens de aanvrager bij de steunaanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt, vervalt het recht op steun.
2.
In het in het eerste lid bedoelde geval is de aanvrager verplicht op eerste vordering van de directeur zonder dat ingebrekestelling of rechterlijke tussenkomst is vereist, het reeds uitgekeerde bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over de periode vanaf de uitbetaling van de steun voor het desbetreffende verkoopseizoen tot aan het tijdstip van de terugbetaling van de steun, terug te betalen.
1.
Tegen de beschikking van de directeur genomen op grond van artikel 6 kan de natuurlijke of rechtspersoon, die door die beslissing rechtstreeks in zijn belang is getroffen een bezwaarschrift indienen bij de minister.
2.
De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt 30 dagen.
3.
De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de beschikking van de directeur is verzonden of uitgereikt.
4.
Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift blijft niet-ontvankelijk verklaring op die grond achterwege indien de betrokkene aantoont dat hij het geschrift heeft ingediend zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
5.
Het bezwaar schorst niet de werking van de beschikking van de directeur waartegen het gericht is.
6.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:
a. naam en adres van de indiener;
b. dagtekening van het bezwaarschrift;
c. een omschrijving, met vermelding van kenmerk en datum, van de beschikking waartegen het bezwaar zich richt, zo mogelijk door medezending van een kopie van de beschikking;
d. de gronden voor het bezwaar.
7.
Indien niet is voldaan aan het bepaalde in het zesde lid kan het bezwaarschrift niet-ontvankelijk worden verklaard mits de indiener de gelegenheid heeft gehad binnen een door of vanwege de minister gestelde termijn het verzuim te herstellen.
1.
Deze beschikking kan worden aangehaald als ‘Beschikking steunverlening kleine graanproducenten’.
2.
Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar bekendmaking in de Nederlandse Staatscourant.
's-Gravenhage, 1 juni 1987
De van Landbouw en Visserij ,
minister
Voor deze,
De
secretaris-generaal
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 10A
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht