Let op. Deze wet is vervallen op 24 januari 2004. U leest nu de tekst die gold op 23 januari 2004.

Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties

Uitgebreide informatie
Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties
De minister van Landbouw en Visserij,
Gelet op de artikelen 13 en 19 van de Landbouwwet;
Gehoord het Produktschap voor Zuivel en het Landbouwschap;
Besluit:
1.
In de gevallen waarin er sprake is van een bedrijfsopvolgingssituatie en de produktie in 1983 ten gevolge van persoonlijke omstandigheden die zich hebben voorgedaan in de periode 1972 tot en met 1983 lager is ten opzichte van het jaar voorafgaand aan het optreden van de persoonlijke omstandigheden, een en ander naar het oordeel van de minister, kan, onder de voorwaarden en beperkingen genoemd in deze regeling, aanspraak worden gemaakt op een bijzondere hoeveelheid die afwijkt van de hoeveelheid als bedoeld in artikel 5, eerste of tweede lid, van de Beschikking superheffing 1985.
2.
Onder persoonlijke omstandigheden, als bedoeld in het eerste lid, worden verstaan: -
langdurige gehele of nagenoeg gehele arbeidsongeschiktheid of overlijden van de ondernemer of zijn meewerkende echtgenote, danwel-
gevallen van langdurige ernstige ziekte en overlijden van gezinsleden van de ondernemer.
3.
De produktiedaling, als bedoeld in het eerste lid, dient in 1983 tenminste 10% te bedragen ten opzichte van 1982 of 1981 indien de persoonlijke omstandigheden zich hebben voorgedaan in 1982 of 1983, dan wel tenminste 7% te bedragen ten opzichte van het jaar voorafgaande aan het optreden van de persoonlijke omstandigheden indien deze persoonlijke omstandigheden zich hebben voorgedaan in de periode 1972 tot en met 1981.
4.
Een aanspraak wordt slechts erkend indien het jaar voorafgaande aan het optreden van de persoonlijke omstandigheden minimaal 15 melkkoeien op het bedrijf aanwezig waren en het bedrijf in dat jaar tenminste 60% van het totaal aantal standaardbedrijfseenheden in de melkveehouderij had volgens de gegevens van de meitelling.
Artikel 2
Van een bedrijfsopvolgingssituatie, in de zin van artikel 1, eerste lid, is sprake indien het bedrijf voor tenminste 5 jaar wordt overgenomen door een zoon, dochter, pleegkind, schoonzoon of schoondochter, kleinzoon of kleindochter, en
a. de bedrijfsopvolger tussen 1 april 1983 en 1 april 1985 het bedrijf geheel of grotendeels heeft overgenomen, of, indien de overname op een later tijdstip plaatsvindt, de opvolger in die periode op het bedrijf werkzaam is en voor zijn inkomen geheel afhankelijk is van het bedrijf dan wel
b. de bedrijfsopvolger op 1 april 1985 16 jaar of ouder is en bezig is een agrarische opleiding te volgen of een agrarische opleiding heeft voltooid.
1.
De bijzondere hoeveelheid, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, is gelijk aan de produktie van het jaar voorafgaande aan het optreden van de persoonlijke omstandigheden verminderd met het geldend kortingspercentage, met dien verstande dat de totale heffingvrije hoeveelheid op het bedrijf maximaal gelijk kan zijn aan de afgeleverde hoeveelheid kilogrammen melk in het jaar voorafgaand aan de calamiteit, verminderd met het geldende kortingspercentage.
2.
In het geval van de bedrijfsopvolgingssituatie, als bedoeld in artikel 2, onder b, wordt de bijzondere heffingvrije hoeveelheid toegekend onder de voorwaarde dat het bedrijf voor 1 april 1989 wordt overgenomen, en de aanspraak eerst erkend, nadat de bedrijfsopvolging heeft plaatsgevonden dan wel nadat de opvolger op het bedrijf werkzaam is geworden en voor zijn inkomen geheel afhankelijk is van het bedrijf.
3.
In het geval dat een bedrijfsopvolger de bedrijfsvoering binnen 5 jaar beeindigt wordt de heffingvrije hoeveelheid verminderd met de op grond van het eerste lid toegekende hoeveelheid.
4.
De minister kan het bepaalde in het derde lid buiten toepassing laten indien overdracht van het bedrijf als gevolg van overlijden of arbeidsongeschiktheid van de bedrijfsopvolger noodzakelijk is, onder door de minister te stellen voorwaarden of beperkingen.
5.
De bijzondere hoeveelheid, bedoeld in het eerste lid wordt evenredig verminderd, indien de totale oppervlakte grond, gebezigd voor de melkveehouderij, op het bedrijf is verminderd in de periode na het optreden van de persoonlijke omstandigheid, met dien verstande dat de totale heffingvrije hoeveelheid op het bedrijf minimaal gelijk is aan het aantal resterende hectares, eigendom of vaste pacht, vermenigvuldigd met een regio-gemiddelde als bedoeld in de uitvoeringsregeling gebaseerd op artikel 9 van de Beschikking superheffing 1985.
1.
Degene, die op grond van deze regeling voor een bijzondere hoeveelheid, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, een aanspraak wenst geldend te maken, dient vóór 1 mei 1986 op een daartoe voorgeschreven formulier een daartoe strekkend verzoek in bij de districtsbureauhouder van de Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen in wiens werkgebied het bedrijf van de verzoeker is gelegen, volgens de daartoe gestelde voorschriften.
2.
Een verzoek, als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed. Het bevat een, met daartoe strekkende bewijsstukken, onderbouwde verklaring, omtrent de onderscheidene gronden, welke ter staving van het verzoek worden aangevoerd. Het verzoek is niet ontvankelijk, indien de voorschriften, bedoeld in het eerste lid, of het bepaalde in dit lid niet in acht zijn genomen.
1.
De DBH legt een verzoek, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, zo nodig vergezeld van zijn advies, aan de directeur voor Landbouw en Voedselvoorziening voor. Indien het verzoek moet worden afgewezen beslist de directeur. Indien de directeur van oordeel is dat het verzoek voor toewijzing in aanmerking komt legt hij dit voor aan de minister, vergezeld van zijn advies en beslist de minister.
2.
Tegen een beslissing van de directeur, als bedoeld in het eerste lid, kan de verzoeker binnen 30 dagen, nadat deze hem schriftelijk is meegedeeld, een bezwaarschrift indienen bij de minister.
1.
Deze beschikking kan worden aangehaald als ‘Beschikking superheffing bijzondere opvolgingssituaties’.
2.
Zij wordt in de Staatscourant bekend gemaakt.
3.
Zij treedt in werking met ingang van de datum van haar bekendmaking.
's-Gravenhage, 3 juni 1985
De
minister
Landbouw en Visserij
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht