1.
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn belast:
b. de ambtenaren die een basisopleiding volgen aan een onderwijsinstelling, ressorterend onder het Landelijk selectie- en opleidingsinstituut politie, uitsluitend gedurende hun praktijkstage bij de politie; en
c. de militairen van de Koninklijke marechaussee, bedoeld in artikel 141, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.
2.
Met het toezicht op de naleving, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet zijn mede belast:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover deze ambtenaren krachtens de akte of aanwijzing, de bevoegdheid hebben tot het opsporen van alle strafbare feiten, dan wel tot het opsporen van de bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 , de Provinciewet of de Gemeentewet strafbaar gestelde feiten;
b. de buitengewoon opsporingsambtenaren, bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, voor zover die ambtenaren bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 , de Provinciewet of de Gemeentewet worden aangewezen voor de opsporing van de bij of krachtens die wetten strafbaar gestelde feiten, dan wel voor het toezicht op de naleving van de in artikel 2, eerste lid, van de wet bedoelde voorschriften.
1.
De hoofdofficier van justitie kan bepalen dat naar zijn oordeel de taakvervulling van een bevoegde ambtenaar vordert dat tot nader bericht die ambtenaar geen gebruik zal maken van de verleende bevoegdheid tot het opleggen van een administratieve sanctie.
Alvorens de beschikking, bedoeld in de eerste volzin, te geven, hoort de hoofdofficier van justitie de betrokken korpschef.
2.
De korpschef draagt zorg voor de uitvoering van de beschikking. De hoofdofficier van justitie geeft zijn nader bericht slechts na hernieuwd overleg. Het eerste lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Van de beschikking die betrekking heeft op een ambtenaar als bedoeld in artikel 2, tweede lid, wordt een afschrift gezonden aan de direct toezichthouder. Indien de hoofdofficier van justitie niet tevens de toezichthouder van de ambtenaar is, wordt tevens een afschrift gezonden aan de toezichthouder.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
- § 2. De bevoegde ambtenaren en de bevoegdheid tot het opleggen van de administratieve sanctie
+ § 3. De betaling en het Centraal Justitieel Incassobureau
+ § 4. Het toezicht
+ § 5. De verantwoording der gelden
+ § 5a. De administratiekosten en de kosten van verhaal
+ § 6. Bijstand
+ § 7. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht