Let op. Deze wet is vervallen op 29 december 2007. U leest nu de tekst die gold op 28 december 2007.

Besluit administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen

Uitgebreide informatie
Besluit van 4 december 1995, houdende regels inzake de verstrekking van administratieve gegevens ten behoeve van de heffing en de invordering van waterschapsbelastingen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 8 maart 1995, nr. RH 193138, directoraat-generaal van de Rijkswaterstaat, hoofdafdeling bestuurlijke en juridische zaken, gedaan mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op artikel 126 a van de Waterschapswet;
De Raad van State gehoord (advies van 24 juli 1995, nr. W09.95.0117);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 27 november 1995, nr. RH 208368, uitgebracht mede namens de Staatssecretaris van Financiën;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de inspecteur: de in artikel 123, derde lid, onderdeel b, van de Waterschapswet, bedoelde ambtenaar van het waterschap.
b. administratieplichtig: gehouden om op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat de, voor de heffing van de waterschapsbelastingen ten aanzien van de belastingplichtige, van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken;
c. informatieplichtig: gehouden om de gegevens en inlichtingen aan de inspecteur te verstrekken welke voor de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden van belang kunnen zijn en gehouden de boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de inspecteur - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de feiten welke invloed kunnen uitoefenen op de heffing van waterschapsbelastingen ten aanzien van derden, voor dit doel beschikbaar te stellen.
1.
Administratieplichtig is:
a. voor zover dit voor de heffing van de waterschapsbelasting ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, met betrekking tot het zuurstofverbruik van de afgevoerde stoffen van belang kan zijn, voor de gegevens met betrekking tot de hoeveelheid ingenomen water, de belastingplichtige ten aanzien van wie het aantal vervuilingseenheden met betrekking tot het zuurstofverbruik wordt vastgesteld op basis van artikel 22 van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren.
b. voor zover dit voor de heffing van de waterschapsbelasting ingevolge artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren van belang kan zijn, de belastingplichtige ten aanzien van wie, op basis van een door de inspecteur genomen besluit, de maatstaf voor deze belasting wordt bepaald aan de hand van gegevens die met behulp van meting en bemonstering in een beperkt aantal etmalen zijn verkregen.
2.
De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige is verplicht de gegevensdragers, die op basis van het eerste lid tot zijn administratie dienen te behoren, gedurende zeven jaren te bewaren.
3.
De in het tweede lid bedoelde gegevensdragers dienen zodanig bewaard te worden dat controle daarvan door de inspecteur binnen redelijke termijn mogelijk is. De in het eerste lid bedoelde administratieplichtige verleent daartoe zijn medewerking.
Artikel 3
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde administratieplichtige die niet of niet volledig voldoet aan de vordering van de inspecteur om de in artikel 2 bedoelde gegevensdragers of de inhoud daarvan voor raadpleging beschikbaar te stellen, wordt voor de toepassing van artikel 25, zesde lid, en artikel 29, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen geacht niet volledig te hebben voldaan aan de verplichting ingevolge artikel 52 van die wet, tenzij aannemelijk is dat het niet, dan wel niet volledig voldoen aan de vordering van de inspecteur het gevolg is van overmacht.
1.
Informatieplichtig is:
a. de eigenaar, de bezitter en de beperkt gerechtigde van een woonruimte of een bedrijfsruimte, voor zover dat voor de heffing van de waterschapbelasting, bedoeld in artikel 116, aanhef en onderdelen d en e , van de Waterschapswet of in artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, van belang kan zijn, terzake van de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degene die het gebruik heeft van de woonruimte of bedrijfsruimte;
b. de eigenaar of beheerder van een energiebedrijf en het administratiekantoor dat voor die persoon werkzaam is voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in artikel 116, aanhef en onderdelen d en e , van de Waterschapswet of in artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, van belang kan zijn, terzake van de naam-, adres- en woonplaatsgegevens van degene die het gebruik heeft van een woonruimte of een bedrijfsruimte, die is aangesloten op voorzieningen van het energiebedrijf;
c. de eigenaar of beheerder van een waterleidingbedrijf en het administratiekantoor dat voor die persoon werkzaam is voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in artikel 116, aanhef en onderdelen d en e , van de Waterschapswet of in artikel 18, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, van belang kan zijn, terzake van naam-, adres- en woonplaatsgegevens en van de gegevens met betrekking tot de omvang van de geleverde hoeveelheid water, van degene die het gebruik heeft van een woonruimte of een bedrijfsruimte, die is aangesloten op voorzieningen van het waterleidingbedrijf;
d. de aannemer, bedoeld in artikel 1637 b van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek, die een onroerende zaak tot stand heeft gebracht en heeft opgeleverd, voor zover dat voor de heffing van de waterschapsbelasting, bedoeld in artikel 115, eerste lid, onderdeel c , van de Waterschapswet , van belang kan zijn, terzake van de vervaardigingskosten van de tot stand gebrachte onroerende zaak.
2.
Voor zover dit redelijkerwijs van belang kan worden geacht voor de uitvoering van dit besluit, gelden de in het eerste lid bedoelde verplichtingen ook buiten het gebied van het waterschap.
3.
Informatieplichtig zijn slechts degenen die voor de heffing van rijksbelastingen administratieplichtig zijn.
Artikel 5
Indien een belastingschuldige een aanvraag heeft ingediend tot het verlenen van kwijtschelding van belasting op de voet van artikel 26 van de Invorderingswet 1990, zijn de gemeenten en de rijksbelastingdienst gehouden desgevraagd gegevens en inlichtingen te verstrekken aan de in artikel 123, derde lid, onderdeel c, van de Waterschapswet, bedoelde ambtenaar van het waterschap over de inkomens- en vermogenspositie van de belastingschuldige, ten behoeve van de beoordeling van deze aanvraag.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit administratieve verplichtingen waterschapsbelastingen.
Lasten en bevelen dat dit besluit en de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 4 december 1995
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
De Staatssecretaris van Financiën,
Uitgegeven de negende januari 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht