1.
Degene die weet of had kunnen weten dat hij een asbestbevattende weg voorhanden heeft, meldt dit terstond aan Onze Minister, die de gemelde gegevens registreert ten behoeve van toekomstige werkzaamheden aan die weg.
2.
Bij de melding worden ten minste de volgende gegevens overgelegd:
a. naam, adres en telefoonnummer van de eigenaar van de weg;
b. de kadastrale gegevens van de weg;
c. de plaats of plaatsen op de weg, waar het asbest zich bevindt, en
d. de maatregelen, bedoeld in artikel 2, derde lid, die aan de weg zijn of worden genomen.
3.
Op verzoek van Onze Minister legt de eigenaar van de weg binnen de door Onze Minister te bepalen termijn nadere gegevens over.
4.
Het eerste lid is niet van toepassing op een weg als bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, eerste lid, onderdeel b. Het eerste lid is voorts niet van toepassing op een weg waarvoor binnen de in de Saneringsregeling overige asbestwegen gestelde termijn overeenkomstig die regeling een aanvraag voor een saneringsmaatregel is ingediend.
Inhoudsopgave
+ § 1. Begripsbepalingen
- § 2. Voorhanden hebben van een asbestbevattende weg
+ § 3. Overgangs- en slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken