Let op. Deze wet is vervallen op 4 november 2011. U leest nu de tekst die gold op 3 november 2011.

Besluit beleidsinformatie jeugdzorg

Uitgebreide informatie
Besluit van 2 mei 2005, houdende regeling van de verwerking van gegevens voor een samenhangend jeugdzorgbeleid op grond van de Wet op de jeugdzorg (Besluit beleidsinformatie jeugdzorg)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mede namens Onze Minister van Justitie van 29 oktober 2004, kenmerk DJB/JZ-2523725;
Gelet op artikel 43 en 44, tweede en zesde lid, van de Wet op de jeugdzorg;
De Raad van State gehoord (advies van 16 december 2004, nr. W13.04.0524/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 25 april 2005, kenmerk DJB/JZ-2573474, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. de wet: de Wet op de jeugdzorg ;
b. indicatiebesluit: een besluit waarbij wordt vastgesteld of een cliënt is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
c. advies- en meldpunt kindermishandeling: een advies- en meldpunt kindermishandeling als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet;
d. jeugdreclassering: de stichting bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet;
e. persoonsgegeven: persoonsgegeven zoals bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens;
f. rechtspersoon: de rechtspersoon die is aanvaard door Onze Minister van Justitie ten behoeve van de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 254, tweede lid, of artikel 302, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
1.
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting bij de aanvang van de eerste van een van de taken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of artikel 10, eerste lid, onder e tot en met j, of derde lid, onder b, van de wet de volgende gegevens:
a. de datum van aanmelding van de cliënt;
b. het vervolg dat de stichting geeft aan de aanmelding;
c. in voorkomende gevallen het beroep van de beroepsmatig met de cliënt werkzame persoon of de instantie die de cliënt heeft aangemeld of de cliënt ertoe heeft bewogen zich aan te melden.
2.
Onverminderd het eerste lid registreert de stichting per jeugdige bij de aanvang van de eerste van een van de taken, bedoeld in artikel 5, eerste lid, of artikel 10, eerste lid of derde lid, onder b, van de wet de volgende gegevens:
a. de geboortedatum;
b. het geslacht;
c. het geboorteland of de geboortestreek, alsmede het geboorteland of de geboortestreek van zijn ouders;
d. de dagbesteding;
e. de leefsituatie;
f. de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
g. het adres in de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
h. de verblijfplaats indien deze afwijkt van het adres, bedoeld onder f;
i. de al dan niet rechtmatigheid van het verblijf in Nederland, indien de jeugdige een vreemdeling als bedoeld in de Vreemdelingenwet 2000 is.
3.
Voor zover taken bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a tot en met d, van de wet pas aanvangen nadat voor een cliënt toepassing is gegeven aan het eerste of het tweede lid voor een van de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e tot en met j, of het derde lid, onder b, van de wet, registreert de stichting voorts op het moment dat die taken aanvangen over de jeugdige:
a. de dagbesteding;
b. de leefsituatie;
c. de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
d. het adres in de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
e. de verblijfplaats indien deze afwijkt van het adres, bedoeld onder d.
1.
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting de volgende gegevens per cliënt over de taak, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet:
a. de datum van de aanvraag voor een indicatiebesluit;
b. de datum van het indicatiebesluit;
c. of de cliënt volgens een indicatiebesluit is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet;
d. of het indicatiebesluit is genomen in verband met het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, van de wet;
e. of het indicatiebesluit is genomen in verband met het verstrijken van de termijn, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder d, van de wet met een aanduiding van de reden waarom de cliënt niet binnen de gestelde termijn de aanspraak tot gelding heeft gebracht;
f. of het indicatiebesluit is genomen op grond van artikel 6, vierde lid, van de wet met een aanduiding van de reden;
g. de datum van de beslissing, bedoeld in artikel 3, derde lid, tweede volzin, van de wet met een aanduiding van degene die de beslissing neemt;
h. de datum dat de huisarts of de behandelaar toepassing geeft aan artikel 5 van het Besluit verwijzing jeugd-ggz met een aanduiding van de hoedanigheid van de verwijzer;
i. of de stichting een indicatiebesluit heeft genomen in een geval, bedoeld in artikel 3 van het Besluit indicatie jeugdzorg, nadat de zorg is aangevangen;
j. de datum van het beëindigen van de medewerking van de cliënt aan de taak van de stichting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de wet;
k. de datum van de schriftelijke vastlegging, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de wet.
2.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder b, f en g, registreert de stichting per cliënt de aard, inhoud en omvang van zorg waarop de cliënt aanspraak heeft. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen eerst aangewezen zorg en vervangende zorg als bedoeld in artikel 5 van het Besluit indicatie jeugdzorg.
3.
In de gevallen bedoeld in het eerste lid, onder b, registreert de stichting per cliënt de termijnen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c en d, van de wet.
Artikel 4
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting de volgende gegevens per cliënt over de verlening van de zorg, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de wet:
a. of de eerst aangewezen zorg of de vervangende zorg als bedoeld in artikel 5 van het Besluit indicatie jeugdzorg wordt verleend;
b. de aard, inhoud en omvang van zorg die is verleend;
c. de datum waarop de verlening van de zorg een aanvang neemt;
d. de datum waarop de verlening van de zorg eindigt en de reden waarom;
e. de mate waarin de doelen gesteld in het indicatiebesluit zijn gehaald;
f. de datum van de schriftelijke mededeling, bedoeld in artikel 12 van de wet, die de stichting doet aan het landelijk bureau inning onderhoudsbijdragen over de aanvang van jeugdzorg waarvoor een ouderbijdrage verschuldigd is.
Artikel 5
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting de volgende gegevens per cliënt over het verlenen van ambulante jeugdzorg, bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b, van de wet:
a. de datum waarop de stichting beslist tot het verlenen van de zorg;
b. de datum waarop het verlenen van de zorg aanvangt;
c. de datum waarop het verlenen van de zorg eindigt;
d. de reden van het beëindigen van de zorg.
Artikel 6
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting per minderjarige de volgende gegevens over hun taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a en b, van de wet:
a. de datum waarop de stichting de op schrift vastgelegde beslissing heeft ontvangen waaruit blijkt dat een taak een aanvang heeft genomen met een aanduiding van de hoedanigheid van degene die de beslissing heeft genomen;
b. de datum waarop de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet aanvangt of wordt verlengd;
c. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet eindigt met een aanduiding van de reden daarvan;
d. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet aanvangt en eindigt met een aanduiding van de soort voogdij en de reden van beëindiging;
e. de datum waarop de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gegeven met een aanduiding van de soort machtiging uithuisplaatsing en de duur van de machtiging;
f. de datum waarop de stichting aan de jeugdige, zijn ouders of degene die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden mededeelt dat een taak is aangevangen;
g. de datum waarop een medewerker van de stichting over een taak een eerste contact heeft met de cliënt;
h. de datum waarop de stichting het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet vaststelt.
Artikel 7
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting per jeugdige de volgende gegevens over de taken, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c en d, van de wet:
a. de datum waarop de stichting de op schrift vastgelegde beslissing heeft ontvangen waaruit blijkt dat een taak een aanvang heeft genomen met een aanduiding van de hoedanigheid van degene die de beslissing heeft genomen;
b. de datum waarop een taak aanvangt met een omschrijving van de aard;
c. de datum waarop een taak eindigt met een aanduiding van de reden daarvan;
d. de datum waarop de stichting aan de jeugdige, zijn ouders of degene die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden mededeelt dat een taak is aangevangen;
e. de datum waarop een medewerker van de stichting over een taak een eerste contact heeft met de jeugdige;
f. de datum waarop de stichting het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet vaststelt.
Artikel 8
Voor de verwerking van de gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet, registreert de stichting de volgende gegevens over de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder e, van de wet:
a. de datum van de melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan;
b. de hoedanigheid van de melder;
c. de datum waarop de stichting het advies, bedoeld in artikel 11, tweede lid, van de wet afgeeft waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen een eenmalig advies en andere adviezen;
d. de datum waarop het onderzoek, bedoeld in artikel artikel 11, eerste lid, onder a, van de wet aanvangt en eindigt;
e. het vervolg dat aan het onderzoek wordt gegeven;
f. of het onderzoek heeft geleid tot de vaststelling van kindermishandeling.
1.
De in de artikelen 2 tot en met 8 bedoelde gegevens worden zodanig geregistreerd dat het mogelijk is kruiselingse verbanden te leggen tussen de gegevens die op grond van dit besluit geregistreerd moeten worden.
2.
De gegevens worden ook overigens op zodanige wijze geregistreerd dat zij op eenvoudige wijze in kwantitatieve en kwalitatieve zin zijn te verwerken tot beleidsinformatie voor het beleid, bedoeld in artikel 42 van de wet.
1.
Ten behoeve van de verstrekking van de gegevens, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, verwerkt de stichting de krachtens dit besluit te registeren persoonsgegevens tot niet tot de persoon herleidbare gegevens.
2.
De stichting verstrekt geen persoonsgegevens ten behoeve van de verwerking van gegevens, bedoeld in artikel 42 van de wet.
1.
Voor het verstrekken door de stichting van gegevens aan gedeputeerde staten van betrokken provincies en zorgverzekeraars, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, bepalen Onze Ministers met het oog op de registratie, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 8, bij ministeriële regeling:
a. welke gegevens worden verstrekt;
b. de wijze waarop de gegevens worden geregistreerd en verstrekt;
c. de tijdvakken waarop de gegevens die worden verstrekt, betrekking hebben;
d. de termijnen waarbinnen de gegevens worden verstrekt.
2.
Onze ministers kunnen beleidsregels vaststellen over de uitleg van dit besluit en de daarop berustende regelingen.
3.
Bij de regeling en de beleidsregels, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan worden verwezen naar een door Onze Ministers goed te keuren informatieprotocol.
Artikel 12
Ten behoeve van de verstrekking van gegevens aan Onze Minister van Justitie en de gedeputeerde staten van de betrokken provincies, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet registreert de raad voor de kinderbescherming per minderjarige de volgende gegevens die verband houden met de taken en bevoegdheden van de raad op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek :
a. de datum van meldingen bij de raad op grond waarvan een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige overwogen dient te worden met een aanduiding van de instantie of de hoedanigheid van de melder en het vervolg dat aan de melding wordt gegeven;
b. de datum van een verzoek van de raad aan een stichting om aanvullende gegevens naar aanleiding van een inkennisstelling als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet;
c. de datum en aard van een verzoek van de raad waarin de rechter wordt verzocht een maatregel met betrekking tot het gezag te nemen;
d. de datum van aanvang en einde van het onderzoek van de raad om te bepalen of een maatregel met betrekking tot het gezag overwogen dient te worden;
e. de datum waarop de raad voor de kinderbescherming, na onderzoek om te bepalen of een maatregel met betrekking tot het gezag als bedoeld onder a overwogen dient te worden, tot de conclusie komt dat verdere bemoeienis van de raad niet meer noodzakelijk is en de raad de cliënt adviseert zich elders voor hulp te vervoegen.
Artikel 13
Ten behoeve van de verstrekking van gegevens aan Onze Minister van Justitie en de gedeputeerde staten van de betrokken provincies, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet registreert de raad voor de kinderbescherming per jeugdige gegevens over de datum waarop hij de stichting inschakelt voor vrijwillige begeleiding als bedoeld in artikel 77hh, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.
1.
Ten behoeve van de verstrekking van gegevens aan Onze Minister van Justitie, bedoeld in artikel 44, tweede lid, van de wet registreert de rechtspersoon per minderjarige de volgende gegevens die verband houden met de taken en bevoegdheden van de rechtspersoon op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek :
a. de datum van aanmelding;
b. de geboortedatum;
c. het geslacht;
d. het geboorteland of de geboortestreek, alsmede het geboorteland of de geboortestreek van zijn ouders;
e. de dagbesteding;
f. de leefsituatie;
g. de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
h. het adres in de gemeente van inschrijving in het bevolkingsregister;
i. de verblijfplaats indien deze afwijkt van het adres, bedoeld onder f;
j. de soort verblijfsvergunning.
2.
Onverminderd het eerste lid registreert de rechtspersoon per minderjarige bij de taken, bedoeld artikel 10, eerste lid, onder a of b, van de wet de volgende gegevens:
a. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van de wet aanvangt en eindigt met een aanduiding van de soort voogdij en de reden van beëindiging;
b. de datum waarop de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet aanvangt of wordt verlengd;
c. de datum waarop een taak als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van de wet eindigt met een aanduiding van de reden daarvan;
d. de datum waarop de rechter een machtiging tot uithuisplaatsing heeft gegeven met een aanduiding van de soort machtiging uithuisplaatsing en de duur van de machtiging;
e. de datum waarop de rechtspersoon aan de minderjarige, zijn ouders of degene die hem als behorende tot hun gezin verzorgen en opvoeden mededeelt dat een taak is aangevangen;
f. de datum waarop een medewerker van de rechstpersoon over een taak een eerste contact heeft met de cliënt;
g. de datum waarop de rechtspersoon het plan, bedoeld in artikel 13, derde lid, van de wet vaststelt.
1.
De artikelen 10 en 11 zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de raad voor de kinderbescherming en de rechtspersoon geen gegevens verstrekken aan zorgverzekeraars.
2.
Artikel 9 is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon.
Artikel 16
De raad voor de kinderbescherming en de rechtspersoon verstrekken op verzoek van de Minister van Justitie of gedeputeerde staten van de betrokken provincie gegevens met het oog op de registratie, bedoeld in de artikelen 12 en 13, ten behoeve van de verwerking, bedoeld in artikel 42, van de wet.
1.
Voor het door gedeputeerde staten van de betrokken provincies verstrekken van gegevens aan Onze Ministers, bedoeld in artikel 44, derde lid, bepalen Onze Ministers bij ministeriële regeling:
a. welke gegevens worden verstrekt;
b. de wijze waarop de gegevens worden verstrekt;
c. de tijdvakken waarop de gegevens die worden verstrekt, betrekking hebben;
d. de termijnen waarbinnen de gegevens worden verstrekt.
2.
Bij de regeling, bedoeld in het eerste lid, kan worden verwezen naar een door Onze Ministers goed te keuren informatieprotocol.
Artikel 18
Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 19
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beleidsinformatie jeugdzorg.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 2 mei 2005
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ,
De Minister van Justitie ,
Uitgegeven de veertiende juni 2005
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Basisregistratie bureaus jeugdzorg
+ Hoofdstuk 3. Verstrekking gegevens bureaus jeugdzorg
+ Hoofdstuk 4. Basisregistratie raad voor de kinderbescherming
+ Hoofdstuk 5. Basisregistratie rechtspersoon voor voogdij of gezinsvoogdij vreemdelingen
+ Hoofdstuk 6. Verstrekking gegevens raad voor de kinderbescherming en rechtspersoon voor voogdij of gezinsvoogdij vreemdelingen
+ Hoofdstuk 7. Verstrekking gegevens provincie aan rijk
+ Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht