Let op. Deze wet is vervallen op 1 juli 2010. U leest nu de tekst die gold op 30 juni 2010.

Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991

Uitgebreide informatie
Besluit van 17 oktober 1991, tot vaststelling van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 18 april 1991, No. J. 914 441, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken;
Gelet op artikel 3 Plantenziektenwet ( Stb. 1951, 96);
Gehoord het Landbouwschap, het Hoofdproduktschap Akkerbouwprodukten en de Pootaardappelcontactcommissie;
De Raad van State gehoord (advies van 27 augustus 1991, No. W11.91.0215;
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 11 oktober 1991, No. J. 9112 194, Directie Juridische en Bedrijfsorganisatorische Zaken.
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. aardappelplanten: planten van de soort Solanum tuberosum;
b. aardappelcysteaaltje: Globodera rostochiensis (Wollenweber) Mulvey & Stone of Globodera pallida (Stone) Mulvey & Stone;
c. tuinen: stukken grond, waarop anders dan ter uitoefening van een bedrijf, de land- of tuinbouw wordt uitgeoefend.
Artikel 4
Onze Minister kan met het oog op de bestrijding van het aardappelcysteaaltje de teelt van aardappelen in tuinen verbieden of aan voorschriften verbinden.
1.
Het telen van door Onze Minister aangewezen planten is verboden op grond waarvan de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister afgegeven verklaring, waaruit blijkt, dat de grond vrij is bevonden van besmetting met het aardappelcysteaaltje.
2.
In de verklaring, als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden opgenomen. Zij kan onder beperkingen worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken.
3.
Aangewezen kunnen worden planten, welke gevaar opleveren voor de verbreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.
1.
Het is verboden in gebieden of op terreinen die Onze Minister aanwijst aardappelplanten en andere door Onze Minister aangewezen planten te telen of op zodanige wijze te bewaren, dat zij in aanraking komen met grond van deze gebieden of terreinen.
2.
Aangewezen kunnen worden:
a. gebieden en terreinen, waarbinnen of waarop de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje is aangetoond of wordt vermoed;
b. tuinen, gelegen in gebieden, waarbinnen de land- of tuinbouw overwegend met het oog op de uitvoer wordt uitgeoefend;
c. planten, die gevaar opleveren voor de verspreiding of voor de vermeerdering van het aardappelcysteaaltje.
1.
Onze Minister kan van het bij of krachtens dit besluit bepaalde ontheffing of vrijstelling verlenen.
2.
Aan een ontheffing of vrijstelling kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. Zij kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken.
1.
Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Beschikking aardappelteelt in tuinen 1973 ( Stcrt. 34) op artikel 4 van dit besluit.
2.
Verklaringen en aanwijzingen afgegeven of gedaan op grond van artikel 1a van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid ( Stb. 1952, 288) die nog van kracht zijn bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn afgegeven of gedaan op grond van artikel 5 van dit besluit.
3.
Aanwijzingen, gedaan op grond van artikel 3 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid, en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn gedaan op grond van artikel 6 van dit besluit.
4.
Ontheffingen, verleend ingevolge artikel 4 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit, worden geacht te zijn verleend op grond van artikel 7 van dit besluit.
Artikel 9
Het Besluit bestrijding aardappelmoeheid wordt ingetrokken.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het is geplaatst.
Artikel 11
Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat daarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State.
's-Gravenhage, 17 oktober 1991
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
Uitgegeven de tweede april 1992
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken