Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 26 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998

Uitgebreide informatie
artikel 67d van de AWR) van Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998">
§ 26. Aanslagbelastingen ( artikel 67d van de AWR)
Toelichting
De vergrijpboete als bedoeld in paragraaf 26 van het besluit kan slechts worden opgelegd indien sprake is van opzet.
Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht is nadrukkelijk aangegeven dat de vergrijpboete bij aanslag bedoeld is voor gevallen van opzet, fraude of zwendel. Het gaat daarbij om ernstige gevallen als omschreven in onder meer de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel tot wijziging van enkele wetten in verband met de herziening van het stelsel van bestuurlijke boeten en van het fiscale strafrecht (kamerstukken I, 1997/98, nr. 24 800, nr. 154 b). De coördinatie van de oplegging van vergrijpboeten bij aanslag vindt plaats door de boete- en fraudecoördinatoren.
Op grond van artikel 67n van de AWR wordt geen vergrijpboete opgelegd aan de belastingplichtige die alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
Het opleggen van een vergrijpboete wegens het met opzet niet tijdig doen van aangifte bij de aanslagbelastingen is niet mogelijk.
Als een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, wordt de vergrijpboete berekend over het belastingbedrag dat betrekking heeft op de correcties waaraan de kwalificatie ’opzet’ kan worden verbonden. Als sprake is van het niet doen van aangifte wordt de vergrijpboete berekend over de belasting van de gehele (geschatte) aanslag. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt bij het vaststellen van de aanslag rekening gehouden met de beschikbare gegevens, zoals het loon en de daarop ingehouden loonbelasting alsmede met alle tot het moment van het opleggen van de aanslag opgelegde voorlopige aanslagen.
Achterwaartse verliesverrekening heeft geen invloed op de reeds opgelegde vergrijpboete.
Vermindering van de aanslag, voor zover veroorzaakt door verliesverrekening, waarop de opgelegde vergrijpboete is gebaseerd laat deze boete in stand.
Voorwaartse verliesverrekening heeft evenmin invloed op de op te leggen vergrijpboete. Als geen belasting verschuldigd is en ook geen aanslag kan worden vastgesteld (bijvoorbeeld door verliesverrekening) wordt de vergrijpboete door middel van een afzonderlijke boetebeschikking opgelegd.
De vergrijpboete kan in dat geval uiterlijk worden opgelegd tot het moment dat de termijn voor het vaststellen van de aanslag, die zonder verliesverrekening zou zijn vastgesteld, zou verlopen.
1.
Gelijktijdig met de aanslag legt de inspecteur een vergrijpboete op indien een aangifte voor een belasting die bij wege van aanslag wordt geheven, met opzet niet, dan wel onjuist of onvolledig is gedaan.
2.
Indien een onjuiste of onvolledige aangifte is gedaan, wordt de vergrijpboete gebaseerd op het belastingbedrag dat is toe te rekenen aan de correcties terzake van een of meer tekortkomingen in de aangifte waaraan de kwalificatie ’opzet’ kan worden verbonden.
3.
Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, bedraagt de grondslag voor de vergrijpboete het bedrag waarop de aanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen. Indien verliezen in aanmerking zijn of worden genomen en als gevolg daarvan geen aanslag kan worden vastgesteld, kan de inspecteur de vergrijpboete opleggen bij afzonderlijke beschikking.
4.
De vergrijpboete wordt berekend over het bedrag van de aanslag. Onder het bedrag van de aanslag wordt voor de toepassing van deze paragraaf verstaan het bedrag van de aanslag na verrekening van voorheffingen en opgelegde voorlopige aanslagen. De vergrijpboete wijzigt niet na middeling of toepassing van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II
+ Hoofdstuk III. Verzuimboeten
- Hoofdstuk IV. Vergrijpboeten
+ Hoofdstuk V. Bijzondere boeten
+ Hoofdstuk VI. Bijzondere omstandigheden
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht