Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Artikel 27 Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998

Uitgebreide informatie
artikel 67e van de AWR) van Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998">
§ 27. Aanslagbelastingen ( artikel 67e van de AWR)
Toelichting
De vergrijpboete als bedoeld in paragraaf 27 van het besluit kan worden opgelegd indien sprake is van opzet of grove schuld.
Indien het aan opzet of grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven, wordt de vergrijpboete berekend over het belastingbedrag dat betrekking heeft op de correcties waaraan de kwalificaties ’opzet’ of “grove schuld” kunnen worden verbonden.
Op grond van artikel 67n van de AWR wordt geen vergrijpboete opgelegd aan de belastingplichtige die alsnog een juiste en volledige aangifte doet, dan wel juiste en volledige inlichtingen, gegevens of aanwijzingen verstrekt vóórdat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden.
Achterwaartse verliesverrekening heeft geen invloed op de reeds opgelegde vergrijpboete. Vermindering of vernietiging van de belastingaanslag, voor zover veroorzaakt door verliesverrekening, waarop de opgelegde vergrijpboete is gebaseerd, laat die boete in stand.
Voorwaartse verliesverrekening heeft evenmin invloed op de op te leggen vergrijpboete. Als geen belasting verschuldigd is en ook geen aanslag wordt vastgesteld (bijvoorbeeld door verliesverrekening) wordt de vergrijpboete door middel van een afzonderlijke boetebeschikking opgelegd. De vergrijpboete kan in dat geval uiterlijk worden opgelegd tot het moment dat de termijn voor het vaststellen van de navorderingsaanslag, die zonder verliesverrekening zou zijn vastgesteld, zou verlopen.
1.
Met betrekking tot belastingen die bij wege van aanslag worden geheven, legt de inspecteur gelijktijdig met het vaststellen van de navorderingsaanslag, een vergrijpboete op, indien het aan opzet of grove schuld van belanghebbende is te wijten dat de aanslag tot een te laag bedrag is vastgesteld of anderszins te weinig belasting is geheven.
2.
Worden de feiten en omstandigheden op grond waarvan wordt nagevorderd eerst bekend op of na het tijdstip dat is gelegen zes maanden voor het verstrijken van de navorderingstermijn, dan kan de inspecteur binnen zes maanden na de vaststelling van de navorderingsaanslag nog een vergrijpboete opleggen. In dat geval deelt de inspecteur de belanghebbende gelijktijdig met de vaststelling van de navorderingsaanslag mee dat nog onderzoek plaatsvindt of het opleggen van een vergrijpboete gerechtvaardigd is.
3.
Indien geen navorderingsaanslag kan worden opgelegd in verband met de verrekening van verliezen, kan niettemin bij afzonderlijke beschikking een vergrijpboete worden opgelegd. De grondslag voor de vergrijpboete is in dat geval het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen. In het geval wel een navorderingsaanslag kan worden opgelegd waarbij verliezen in aanmerking zijn of worden genomen, is de grondslag van de vergrijpboete het bedrag waarop de navorderingsaanslag zou zijn berekend zonder rekening te houden met die verliezen.
4.
De vergrijpboete wijzigt niet na middeling of toepassing van artikel 14, vijfde lid, van de Wet op de vermogensbelasting 1964.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II
+ Hoofdstuk III. Verzuimboeten
- Hoofdstuk IV. Vergrijpboeten
+ Hoofdstuk V. Bijzondere boeten
+ Hoofdstuk VI. Bijzondere omstandigheden
+ Hoofdstuk VII. Overgangs- en slotbepaling
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht