Let op. Deze wet is vervallen op 4 mei 2011. U leest nu de tekst die gold op 3 mei 2011.

Artikel 3 Besluit biobrandstoffen wegverkeer 2007

Uitgebreide informatie
1.
De berekening, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt gebaseerd op de biobrandstoffenbalans per accijnsgoederenplaats. De hoeveelheden biobrandstoffen worden bijgehouden in liters bij een temperatuur van 15°C.
2.
In de biobrandstoffenbalans is opgenomen de hoeveelheid van iedere biobrandstof als bedoeld in artikel 2, derde, vierde en zesde lid, die:
a. in de accijnsgoederenplaats is geproduceerd;
b. in de accijnsgoederenplaats is ingeslagen;
c. is toegevoegd aan de hoeveelheid ongelode lichte olie onderscheidenlijk gasolie, die in de accijnsgoederenplaats is ingeslagen;
d. uit de accijnsgoederenplaats is uitgeslagen;
e. is toegevoegd aan de hoeveelheid ongelode lichte olie en gasolie die uit de accijnsgoederenplaats is uitgeslagen;
f. is toegevoegd aan ongelode lichte olie onderscheidenlijk gasolie die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, derde lid, onderdeel a, van de Wet op de accijns , is overgebracht naar een andere accijnsgoederenplaats, of
g. buiten Nederland is gebracht en die al dan niet is toegevoegd aan ongelode lichte olie onderscheidenlijk gasolie.
3.
Bij de administratie dient een schriftelijke, ondertekende en gedateerde verklaring aanwezig te zijn van de leverancier van de biobrandstoffen, waarin hij verklaart welke hoeveelheid hij van iedere biobrandstof als bedoeld in het tweede lid, onder c, heeft geleverd.
4.
Degene die biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaats op de markt brengt, dient in zijn administratie aan te tonen dat de betreffende hoeveelheden biobrandstof als brandstof voor het wegverkeer zijn gebruikt.
5.
Vergunninghouders mogen aan hun verplichting, bedoeld in artikel 2, eerste lid, voldoen door hoeveelheden biobrandstoffen als bedoeld in artikel 2, derde, vierde en zesde lid, administratief te verhandelen met andere vergunninghouders of met een ieder, die biobrandstoffen niet door middel van een accijnsgoederenplaats op de markt brengt. Bij de administratie dient een bewijsmiddel te zijn gevoegd.
6.
De vergunninghouder zendt ieder kalenderjaar vóór 1 april van het daarop volgende kalenderjaar een overzicht over het eerst bedoelde kalenderjaar naar Onze Minister met betrekking tot de geleverde hoeveelheden en soorten biobrandstoffen en de geleverde hoeveelheden ongelode lichte olie en gasolie. Uit dit overzicht moet blijken dat is voldaan aan het in artikel 2, eerste lid, genoemde percentage.
7.
De administratie, met inbegrip van de biobrandstoffenbalans, dient ten minste 7 jaar bewaard te blijven.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 5a
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht