Let op. Deze wet is vervallen op 17 januari 2011. U leest nu de tekst die gold op 16 januari 2011.

Besluit buitegewoon opsporingsambtenaar AID 2010

Uitgebreide informatie
Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 9 november 2010, nr. 5667048/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Algemene Inspectiedienst
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
Buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
AID: de Algemene Inspectiedienst van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
Directie Natuur: Directie Natuur van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
SBB: Staatsbosbeheer;
PD: de Plantenziektenkundige dienst van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie;
NAK: de Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;
It Fryske Gea: Stichting It Fryske Gea (Stichting het Friese Landschap).
1.
De bezoldigde ambtenaren werkzaam bij de AID en belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De onbezoldigde ambtenaren die werkzaam zijn bij de SBB, it Fryske Gea, de PD, en de NAK van de AID, danwel ten behoeve van de Commissie van deskundigen van het Productschap Tuinbouw of als controleur flora en fauna, danwel bij de Directie Natuur en de Directie Visserij van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en die belast zijn met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De in artikel 2, tweede lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein II Milieu en Welzijn, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste en het tweede lid, geldt:
a. voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken;
b. voor de visserijzone, zoals bedoeld in de Machtigingswet instelling visserijzone en het uitvoeringsbesluit ex artikel 1 van de Machtigingswet instelling visserijzone ;
c. buiten de onder a. en b. genoemde gebieden:
1°. aan boord van vissersschepen varende onder de Nederlandse vlag;
2°. voor de opsporing van krachtens artikel 3a van de Visserijwet 1963 strafbaar gestelde gedragingen, voor zover het betreft de overtreding van regelen als bedoeld in artikel 58, onderdeel b, van die wet, een en ander met inachtneming van de geldende volkenrechtelijke en interregionale bepalingen.
4.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen bij de hierna te noemen onderdelen van de AID maximaal het daarbij genoemde aantal personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd zijn:
a. 650 personen bij de AID;
b. 8 personen voor de meldkamer, 3 personen als automatiseringsdeskundige en 3 zaakanalisten;
c. 230 personen bij SBB;
d. 15 personen bij Directie Natuur;
e. 12 personen bij it Fryske Gea;
f. 10 personen bij de PD;
g. 110 personen bij de PD, werkzaam in de functie van karteerder;
h. 70 personen bij de NAK;
i. 120 personen als controleur flora en fauna;
j. 1 persoon ten behoeve van de commissie van deskundigen van het productschap voor Tuinbouw;
k. 8 personen bij de Directie Visserij van het ministerie van van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.
1.
Als toezichthouder van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Den Haag.
2.
Als toezichthouder van de in artikel 2, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Functioneel Parket.
3.
Als direct toezichthouder van de in artikel 2, eerste en tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Limburg-Zuid.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 2, met uitzondering van de buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de Directie Visserij van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, is bevoegd bij de opsporing van strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar genoemd in artikel 2, eerste lid, en werkzaam bij een observatieteam van het Dienstonderdeel Opsporing kan gedurende de uitoefening van zijn taak worden uitgerust met:
a. handboeien van een door de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties merk en type,
b. een korte wapenstok van een door de ministers van Justitie en van Binnelandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
c. de pepperspray van een door de ministers van Justitie en van Binnelandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type,
d. een vuurwapen
3.
De in het eerste lid genoemde buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar zijn uitgerust met een surveillancehond.
Artikel 7
De directeur van de AID brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de bezoldigd en onbezoldigd buitengewoon opsporingsambtenaren bij de AID aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij de in dit besluit genoemde diensten en
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. het aantal klachten dat tegen buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend;
d. het aantal malen dat gebruik is gemaakt van geweld en de aard van dit geweld;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval met betrekking tot de in artikel 3, eerste lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren inzicht wordt gegeven in het opleidingstraject en de stand van zaken met betrekking tot de in artikel 8, eerste lid, onder e, bedoelde periodieke toetsing of bijscholing, en met betrekking tot de in artikel 3, tweede lid, bedoelde buitengewoon opsporingsambtenaren wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 8
De buitengewoon opsporingsambtenaar, genoemd in artikel 3, eerste lid, beschikt, voor zover van toepassing, over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. hij moet met goed gevolg een basisopleiding voor opsporingsambtenaar AID hebben voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals vastgesteld bij de Circulaire bekwaamheidseisen buitengewoon opsporingsambtenaar, en de verschillende onderdelen van die basisopleiding worden afgesloten met een toets;
c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;
d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is vertegenwoordigd;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat de buitengewoon opsporingsambtenaren hun verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
Artikel 9
De buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in de artikelen 2, tweede lid, en 3, derde lid, onder b en c, is ontheffing verleend van de bekwaamheidseis, vastgesteld krachtens artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. Deze ontheffing geldt alleen en voor zover de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar de opsporingsbevoegdheid nodig heeft voor het opmaken van technische processen-verbaal, waarbij hij geen verklaringen van verdachten of getuigen behoeft op te nemen.
Artikel 10
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 9 november 2005 , nr. 5385960/505/CBK, worden voor de duur van hun geldigheid mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van 16 november 2010 en vervalt met ingang van 17 januari 2011.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitegewoon opsporingsambtenaar AID 2010.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 9 november 2010
De
Staatssecretaris
teammanager Bevoegdheden, Toezicht en Registers.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht