Let op. Deze wet is vervallen op 23 april 2012. U leest nu de tekst die gold op 22 april 2012.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2007

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 20 maart 2007, nr. 5474535/07/CBK, inhoudende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren in de functie van arrestantenbewakers/-verzorgers bij de Koninklijke marechaussee
De Minister van Justitie,
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b , en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder: buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
Maximaal 80 burgerambtenaren werkzaam bij de Koninklijke marechaussee en werkzaam als arrestantenbewakers/-verzorgers zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het tweede lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Commandant van de Koninklijke marechaussee.
Artikel 5
De buitengewoon opsporingsambtenaar is, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan, zodra hij met goed gevolg de opleiding beroepsvaardigheden Koninklijke marechaussee heeft voltooid, gedurende de uitoefening van zijn taak als buitengewoon opsporingsambtenaar uitgerust zijn met:
a. handboeien van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type;
b. een korte wapenstok van een door de Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties goedgekeurd merk en type.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-arrestantenverzorgers Koninklijke marechaussee 2002 wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 20 maart 2007, nr. 5474535/07/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 23 april 2007 en vervalt met ingang van 23 april 2012.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar arrestantenbewakers/-verzorgers Koninklijke marechaussee 2007.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 20 maart 2007
De
Minister
wnd. hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht