Let op. Deze wet is vervallen op 16 september 2010. U leest nu de tekst die gold op 15 september 2010.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Groenservice Zuid-Holland 2005

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 7 september 2005, nr. 5373140/Justis/05, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van medewerkers van Groenservice Zuid-Holland
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaan;
Gelezen het verzoek van de plv. directeur van Groenservice Zuid-Holland van 28 september 2004 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Rotterdam en de korpschef van de regiopolitie Rotterdam-Rijnmond;
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b en c en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering; artikel 8, zevende lid en artikel 9, van de Politiewet 1993; het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar; artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten; de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon Opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van flora- en faunabeheerder in dienst van Groenservice Zuid-Holland zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein II Milieu en Welzijn, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 . Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als flora- en faunabeheerder gebruik maken van handboeien, een korte wapenstok en pepperspray van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type en een gecertificeerde diensthond.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien, een korte wapenstok en pepperspray nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien, een korte wapenstok, pepperspray en een gecertificeerde diensthond.
Artikel 5
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 20 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het Functioneel Parket.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Rotterdam-Rijnmond.
1.
De directeur Groenservice Zuid-Holland brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 7 september 2005, nr. 5373140/Justis/05, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Groenservice Zuid-Holland 2005.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 7 september 2005
De
Minister
coördinator buitengewoon opsporingsambtenaar
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht