Let op. Deze wet is vervallen op 2 september 2006. U leest nu de tekst die gold op 1 september 2006.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DV

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie d.d. 17 september 2002, kenmerk 5187074/502/AJT, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten juncto artikel 142, eerste lid, onder c, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en op artikel 8, zevende lid, en artikel 9, van de Politiewet 1993;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. buitengewoon opsporingsambtenaar:
de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b. de IVW-DV:
de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Vervoer.
Artikel 2
Maximaal 210 ambtenaren werkzaam bij de IVW-DV en belast met de opsporing van strafbare feiten zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de in de bijlage bij dit besluit genoemde wetten en het genoemde koninklijk besluit;
b. andere wetten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast, voor de duur van dat onderzoek.
2.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van Nederland.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie in het arrondissement Den Haag.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regiokorps Haaglanden.
Artikel 5
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 . Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
Artikel 6
De directeur-hoofdinspecteur van de IVW-DV brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december van dat jaar werkzaam was bij de IVW-DV;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten en het aantal gevallen waarin daarbij gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 ;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 7
De buitengewoon opsporingsambtenaar beschikt over een ontheffing van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de navolgende voorwaarden:
a. de buitengewoon opsporingsambtenaar is bekwaam indien hij met goed gevolg een basisopleiding voor de buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DV heeft voltooid;
b. de onder a. bedoelde basisopleiding omvat ten minste de eindtermen zoals laatstelijk vastgesteld bij circulaire van de minister van Justitie van 10 augustus 2000, kenmerk 5045239/500/CBK, en wordt afgesloten met een toets;
c. zo mogelijk wordt tijdens de basisopleiding het door de minister van Justitie goedgekeurde examen afgelegd;
d. de onder b. bedoelde toetsing van de buitengewoon opsporingsambtenaar geschiedt door een onafhankelijke examencommissie waarin een lid van het Openbaar Ministerie is opgenomen;
e. door middel van een systeem van periodieke toetsing of bijscholing wordt gewaarborgd dat het door de buitengewoon opsporingsambtenaar verworven kennisniveau blijft gehandhaafd.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar RVI 2001 wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluit, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht akten en legitimatiebewijzen of overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit te zijn.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2002. Dit besluit vervalt op 1 juli 2007.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar IVW-DV 2002.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad geplaatst.
Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie, Postbus 20301, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.
Den Haag, 17 september 2002
De
Minister
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht