Let op. Deze wet is vervallen op 29 mei 2008. U leest nu de tekst die gold op 28 mei 2008.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2003

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 26 mei 2003, kenmerk 5227707/503/CBK inhoudende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Koninklijke marechaussee
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;
Gelet op artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 6 van de Politiewet 1993 en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt bestaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
Maximaal 50 burgerambtenaren, werkzaam bij de Koninklijke marechaussee in de functie van medewerker recherche, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot
a. alle strafbare feiten, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken en met inachtneming van het gestelde in artikel 6 van de Politiewet 1993;
b. andere strafbare feiten, indien en voor zover hij daarmee in een concreet opsporingsonderzoek door een officier van justitie wordt belast voor de duur van dat onderzoek;
c. feiten strafbaar gesteld bij verordeningen voor zover hij daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van geheel Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen de functie waarin hij is aangesteld.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket te Arnhem.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Commandant van de Koninklijke marechaussee.
Artikel 5
De Commandant van de Koninklijke marechaussee brengt jaarlijks, vóór
1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie en aan de toezichthouder verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was als medewerker recherche;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 6
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na publicatie van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.
Artikel 7
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar medewerker recherche KMar 2003.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag, 26 mei 2003
De van Justitie ,
Minister
namens deze,
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht