Let op. Deze wet is vervallen op 11 december 2015. U leest nu de tekst die gold op 10 december 2015.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Openbare Ruimte, Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam 2010

Uitgebreide informatie
Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 14 december 2010, nr. 5679572/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam in het domein Openbare Ruimte
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Gelezen het verzoek van de directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam van 23 november 2010 en de daaropvolgende adviezen van de korpschef van de regiopolitie Amsterdam-Amstelland en van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam;
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b (en derde lid), van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van parkeercontroleur, milieu-opsporingsambtenaar, apv-controleur of handhaver openbare ruimte C of D in dienst van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein I Openbare Ruimte, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar .
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 370 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
Artikel 5
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan de in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012 omschreven bevoegdheden uitoefenen en daarbij gebruikmaken van handboeien.
1.
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het Arrondissementsparket te Amsterdam.
2.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
1.
De directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de in artikel 2 genoemde functie;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag wordt toegezonden aan in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De volgende besluiten worden ingetrokken:
het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2005 van 14 september 2005, nr. 5374721/Justis/05
het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar milieu-opsporingsambtenaren bij de Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2005 van 8 oktober 2005, nr. 5381111/Justis/05
het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar apv-controleurs bij de Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2007 van 5 december 2007, nr. 5508183/Justis/07.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van beëdiging en de overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het in artikel 8 genoemde besluiten, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van dit besluit.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na het tijdstip van inwerkingtreding.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Openbare Ruimte, Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam 2010.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 14 december 2010
De
Staatssecretaris
teammanager BTR.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht