Let op. Deze wet is vervallen op 31 december 2005. U leest nu de tekst die gold op 30 december 2005.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000

Uitgebreide informatie
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van de directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Amsterdam en de korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland;
Gelet op: artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993; artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering; het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen werkzaam bij de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam die de functie vervullen van:
Parkeercontroleur, Handhaving; Parkeercontroleur, Wegslepen; Controleur B, Handhaving; Controleur C, Handhaving; Parkeercontroleur, afdeling Parkeergebouwen; Verhoorambtenaar, Centrale Bonnenafhandeling; Chef Fiscale Controle, Handhaving; Chef Wegslepen; Kraanwagenchauffeur in de 3e fase, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
De hiervoor vermelde functies/functiebenamingen, zullen alle onder de zo door mij binnen de op grond van dit besluit uit te vaardigen `Akten van beëdiging' worden betiteld als de functie van parkeercontroleur.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Wegenverkeerswet 1994 ;
c. de Parkeerverordening, resp. de Algemene Plaatselijke Verordening of andere verordeningen van de nagenoemde gemeente waarbinnen de buitengewoon opsporingsambtenaar dient functie van parkeercontroleur uitoefent, voorzover betrokkene daarvoor door het bevoegde bestuursorgaan is aangewezen.
De toepassing van de hiervoor bedoelde bevoegdheden, dient zich te beperken tot stilstaand verkeer.
2.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeenten Amsterdam, Ouder-Amstel en Aalsmeer.
1.
Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 250 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Amsterdam.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio Amsterdam-Amstelland.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De directeur van de Dienst Stadstoezicht van de gemeente Amsterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit BOA parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam d.d. 30 januari 1996, kenmerk 96/6025-7734/Asd, nadien gewijzigd bij besluit d.d. 20 september 1996, kenmerk 95/6025-7734/B Asd, en laatstelijk bij besluit d.d. 18 december 1997, kenmerk 97/6025-7734/C Asd, wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 31 december 2000 en vervalt op 31 december 2005.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Parkeercontroleurs Dienst Stadstoezicht Amsterdam 2000.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag, 19 december 2000
De van Justitie ,
Minister
namens deze,
het
hoofd van de afdeling individuele beleidsbeslissingen
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht