Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2012. U leest nu de tekst die gold op -.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2007

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 12 december 2006, nr. 5458270/06/CBK, houdende de aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren bij ProRail (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2007)
De Minister van Justitie,
Handelend in overeenstemming met de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b , van het Wetboek van Strafvordering, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993 en artikel 4, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 2;
b. ProRail: ProRail B.V. gevestigd te Utrecht.
Artikel 2
Maximaal 50 medewerkers in dienstbetrekking werkzaam bij ProRail zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein IV Openbaar Vervoer, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 4
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het Landelijk Parket.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het Korps landelijke politiediensten.
Artikel 6
De directeur van ProRail stelt in overleg met de toezichthouder en de direct toezichthouder op:
a. een instructie waarin zo concreet mogelijk beschreven wordt bij welke feiten en omstandigheden het gebruik van geweld is toegestaan. De instructie dient aan iedere buitengewoon opsporingsambtenaar, die bevoegd is geweld te gebruiken ter hand te worden gesteld;
b. een procedure, gebaseerd op artikel 17 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar, voor de melding van het gebruik van geweld. Over iedere melding dienen de toezichthouder en de direct toezichthouder zo spoedig mogelijk te worden geïnformeerd;
c. een procedure, gebaseerd op artikel 42 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en de circulaire van de Minister van Justitie van 28 juli 2003, inzake de behandeling van klachten over buitengewoon opsporingsambtenaren, betreffende de uitoefening van diens bevoegdheden als buitengewoon opsporingsambtenaar. Een afschrift van de klacht dient terstond aan de toezichthouder en de direct toezichthouder te worden toegezonden. Zij worden eveneens schriftelijk geïnformeerd over de wijze waarop de klacht is afgehandeld.
Artikel 7
De directeur van ProRail brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, met betrekking tot de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij ProRail aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij ProRail;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de doeltreffendheid en de effecten van de bevoegdheid om geweld te gebruiken;
d. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd;
e. het aantal klachten dat tegen de buitengewoon opsporingsambtenaren is ingediend en de aard van die klachten.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 12 december 2006, nr. 5458270/06/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2007 en vervalt met ingang van 1 januari 2012.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar ProRail 2007.
Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.
Den Haag, 12 december 2006
De
Minister
hoofd Afdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht