Let op. Deze wet is vervallen op 1 september 2007. U leest nu de tekst die gold op 31 augustus 2007.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2005

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 7 december 2004, nr. 5324238/504/CBK, strekkende tot aanwijzing van de medewerkers verkeershandhaving van de regionale politiekorpsen tot buitengewoon opsporingsambtenaar
De Minister van Justitie,
Gezien het verzoek van het Hoofd Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie van 18 oktober 2004, kenmerk HVD/260;
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar en artikel 8, zevende lid, en artikel 9, van de Politiewet 1993;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaren omschreven in het tweede artikel van dit besluit.
1.
De personen werkzaam als medewerker verwerking, radarwaarnemer of verkeersassistent binnen het team verkeershandhaving van een regionaal politiekorps en die zijn belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Per regionaal politiekorps kunnen maximaal 30 personen worden beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar strekt zich uit tot ten hoogste de strafbare feiten genoemd in:
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van heel Nederland.
1.
De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, is tevens bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor aan hem opsporingsbevoegdheid is toegekend, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich daarbij overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De persoon werkzaam als radarwaarnemer of verkeersassistent, die op grond van dit besluit is beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar, kan gedurende de uitoefening van zijn dienst gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en mij goedgekeurd merk en type. Hij wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de politieregio waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.
Artikel 6
Het hoofd van het Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, verslag uit aan mij en vermeldt hierin in ieder geval:
a. de aantallen binnen de verkeershandhavingsteams werkzame buitengewoon opsporingsambtenaren;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
c. het aantal gevallen waarin gebruik is gemaakt van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993;
d. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat daadwerkelijk is uitgerust met handboeien en het aantal gevallen waarin daarvan gebruik is gemaakt;
e. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door mij goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.
Artikel 7
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2003 wordt ingetrokken.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 7 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2005 en vervalt met ingang van 1 januari 2010.
Artikel 10
Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regionale verkeershandhaving 2005.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 7 december 2004
De van Justitie ,
Minister
namens deze:
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht