Let op. Deze wet is vervallen op 15 oktober 2013. U leest nu de tekst die gold op 14 oktober 2013.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie IJsselland 2009

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 27 januari 2009, nr. 5578898/Justis/08, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van politie bij het regionale politiekorps IJsselland (Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie IJsselland 2009)
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van de korpschef van de regiopolitie IJsselland van 14 oktober 2008;
Gelet op artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering, artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten, artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993, het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012 die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Oost-Nederland, voorheen IJsselland.
1.
De in artikel 1 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
Artikel 3
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 300 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie, is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan eerst gebruik maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van de Politiewet 2012, nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het uitoefenen van deze bevoegdheden.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie gebruik maken van handboeien van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
4.
De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien.
Artikel 6
De korpschef brengt jaarlijks, vóór 1 april over het jaar daaraan voorafgaand, aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was bij het regionale politiekorps IJsselland;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte opsporingsactiviteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
Artikel 7
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 27 januari 2009, nr. 5578898/Justis/08, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 8
Dit besluit treedt in werking met ingang 19 februari 2009 en vervalt op 19 februari 2014.
Artikel 9
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar regiopolitie IJsselland 2009.
Dit besluit zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 27 januari 2009
De
Minister
teammanager BTR
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht