Let op. Deze wet is vervallen op 2 september 2012. U leest nu de tekst die gold op 1 september 2012.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stadstoezicht Nijmegen 2007

Uitgebreide informatie
Besluit van de Minister van Justitie van 21 augustus 2007, nr. 5487855/Justis/07, strekkende tot aanwijzing van buitengewoon opsporingsambtenaren van de dienst Stadstoezicht van de gemeente Nijmegen
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de Ministers die het aangaan;
Gelezen het verzoek van het Hoofd van de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Nijmegen van 26 april 2007 en de daaropvolgende adviezen van de hoofdofficier van justitie te Arnhem en de korpschef van de regiopolitie Gelderland-Zuid;
Gelet op:
– artikel 142, eerste lid, onder b en c en derde lid, van het Wetboek van Strafvordering;
– artikel 8, zevende lid en artikel 9, van de Politiewet 1993;
– het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
– artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten;
– de Regeling Toetsing Geweldsbeheersing Buitengewoon Opsporingsambtenaar;
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam in de functie van medewerker Bureau Toezicht in dienst van de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Nijmegen zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein I Openbare Ruimte, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar , voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin hij is aangesteld.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de strafbare feiten waarvoor hij of zij is beëdigd, gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 . Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
De buitengewoon opsporingsambtenaar kan gedurende de uitoefening van zijn functie als toezichthouder gebruik maken van handboeien en een korte wapenstok van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Minister van Justitie goedgekeurd merk en type.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar wordt daadwerkelijk uitgerust met handboeien en een korte wapenstok nadat de direct toezichthouder heeft vastgesteld dat betrokkene beschikt over de vereiste bekwaamheid ten aanzien van het gebruik van en het omgaan met handboeien, korte wapenstok.
4.
De buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van Stadstoezicht Nijmegen dienen hun werkzaamheden uit te voeren, conform de functieomschrijving van Stadstoezicht Nijmegen. Inzet van de medewerkers van bureau Toezicht wordt door de Raad van de gemeente Nijmegen bepaald waarbij afstemming plaatsvindt in de lokale driehoek.
Artikel 5
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 110 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps Gelderland-Zuid.
1.
Het Hoofd van de afdeling Stadstoezicht van de gemeente Nijmegen. brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het besluit van 21 augustus 2007, nr. 5487855/Justis/07, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt 5 jaar na de datum van inwerkingtreding.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Stadstoezicht Nijmegen 2007.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 21 augustus 2007
De
Minister
teammanager BTR/BOA
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht