Let op. Deze wet is vervallen op 17 juli 2015. U leest nu de tekst die gold op 16 juli 2015.

Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Haaglanden 2010

Uitgebreide informatie
Besluit van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 13 december 2010, nr. 5678609/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van teleservicemedewerkers als buitengewoon opsporingsambtenaren bij de regiopolitie Haaglanden
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
Gelezen het verzoek van de korpschef van de regiopolitie Haaglanden van 30 november 2010 en het daaropvolgende advies van de hoofdofficier van justitie te Den Haag;
Gelet op:
artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b (en derde lid), van het Wetboek van Strafvordering;
artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;
artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
Als buitengewoon opsporingsambtenaar worden aangewezen de ambtenaren van politie, bedoeld in artikel 2, onder b, van de Politiewet 2012, werkzaam in de functie van teleservicemedewerker, die hun werkgebied hebben in de regionale eenheid Den Haag, voorheen Haaglanden.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein generieke opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar .
2.
De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3.
De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.
Artikel 4
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 215 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket Den Haag.
2.
Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
1.
De korpschef brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Veiligheid en Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 7
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Haaglanden 2010.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Den Haag, 13 december 2010
De
Staatssecretaris
Teammanager BTR.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht