Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de dienst voor reiniging, ontsmetting, transport en bedrijfswerkplaatsen van de gemeente Rotterdam 2000
De Minister van Justitie,
Handelende in overeenstemming met de betrokken Ministers;
Gelezen het verzoek van de algemeen directeur van de Dienst voor Reiniging, Ontsmetting, Transport en Bedrijfswerkplaatsen van de gemeente Rotterdam;
Gelet op: artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede, van de Wet op de economische delicten; artikel 8, zevende lid, van de Politiewet 1993; artikel 142, eerste lid, onder b en c, en het derde lid, van het Wetboek van Strafvordering; het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar.
Besluit:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder de buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar bedoeld in artikel 2.
Artikel 2
De personen, werkzaam als medewerker van de afdeling reinigingspolitie van de Dienst voor Reiniging, Ontsmetting, Transport en Bedrijfswerkplaatsen van de gemeente Rotterdam, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:
a. de Bestrijdingsmiddelenwet ; de Destructiewet ; de Wet verontreiniging oppervlaktewateren ; de Wet milieubeheer ; de Wet milieugevaarlijke stoffen ; de Arbeidsomstandighedenwet; de Wet bodembescherming ; de Wegenverkeerswet 1994 ; de Wet op de ruimtelijke ordening ;
het Rijkszeeweringsreglement; de artikelen 137c , 140, 141, 173a , 173b , 179 , 180, 184, 188, 225 , 310, 321, 326 , 326a , 350, 351 , 351bis, 362, 424, 425, 427, 429, onder ten eerste , 435, onder ten vierde, 437ter en 443 van het Wetboek van Strafrecht;
b. de verordeningen van de gemeente Rotterdam, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
c. de verordeningen van de provincie Zuid-Holland, voor zover hij daarvoor is aangewezen;
d. de bijzondere wetten of verordeningen, waarvoor hij na inwerkingtreding van dit besluit is aangewezen door of namens de bevoegde minister of instantie.
2.
De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Rotterdam.
1.
Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot de beëdiging van de buitengewoon opsporingsambtenaar.
2.
Op grond van dit besluit kunnen maximaal 30 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.
1.
Als toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de Hoofdofficier van Justitie bij het arrondissementsparket te Rotterdam.
2.
Als direct toezichthouder van de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond.
Artikel 6
De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd bij de opsporing van de in artikel 3, eerste lid, genoemde strafbare feiten gebruik te maken van de bevoegdheden, bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993. Hij gedraagt zich overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk 7 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en de buitengewoon opsporingsambtenaar.
1.
De directeur van de Dienst voor Reiniging, Ontsmetting, Transport en Bedrijfswerkplaatsen van de gemeente Rotterdam brengt jaarlijks, voor 1 april, over het jaar daaraan voorafgaand aan de Minister van Justitie verslag uit over:
a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren dat op 31 december werkzaam was binnen de dienst;
b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;
c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.
2.
Dit verslag dient te worden toegezonden aan de toezichthouder en de direct toezichthouder, als bedoeld in artikel 5 van dit besluit, alsmede aan het Ministerie van Justitie, directie Bestuurszaken, afd. IBB/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag.
Artikel 8
Het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de dienst voor reiniging, ontsmetting, transport en bedrijfsplaatsen van de gemeente Rotterdam 1995 d.d. 18 december 1995, kenmerk 95/0595/DR, wordt ingetrokken.
Artikel 9
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging, de legitimatiebewijzen buitengewoon opsporingsambtenaar en de overige benoemingsbescheiden, welke zijn uitgevaardigd op het in artikel 8 van dit besluit omschreven besluit, zijn van kracht tot aan de in die akten, legitimatiebewijzen en overige benoemingsbescheiden vermelde geldigheidsdatum.
Artikel 10
Dit besluit treedt in werking met ingang van 26 december 2000 en vervalt op 26 december 2005.
Artikel 11
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar van de dienst voor reiniging, ontsmetting, transport en bedrijfswerkplaatsen van de gemeente Rotterdam 2000.
Dit besluit zal in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad worden geplaatst.
Den Haag, 13 december 2000
De van Justitie ,
Minister
namens deze,
het
hoofd van de afdeling Individuele Beleidsbeslissingen
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Juridisch advies nodig?
Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht